Binnen FrieslandCampina woedt een strijd tussen ‘kamp boer’ en ‘kamp multinational’

Zuivelcoöperatie Winst krimpt, bestuursleden stappen op en boeren stoppen. FrieslandCampina bestaat bijna 150 jaar, maar er valt weinig te vieren.

239 melkveehouders stoppen met het leveren van melk aan FrieslandCampina, zes keer zoveel als vorig jaar.
239 melkveehouders stoppen met het leveren van melk aan FrieslandCampina, zes keer zoveel als vorig jaar. Foto Lex van Lieshout / ANP

Dit jaar viert FrieslandCampina zijn honderdvijftigste verjaardag, maar reden voor een feestje is er amper.

2020 was een slecht jaar voor FrieslandCampina en in 2021 zet die trend door. Intern is het onrustig – meerdere bestuursleden stapten de afgelopen maanden op. En dinsdagavond kwam daar de zoveelste tegenvaller bij. 239 melkveehouders stoppen met het leveren van melk aan FrieslandCampina, zes keer zoveel als het jaar ervoor. Ze zoeken hun heil elders.

Wat is er aan de hand bij één van ’s werelds grootste zuivelbedrijven?

FrieslandCampina is een coöperatie. De circa 17.000 Nederlandse, Belgische en Duitse boeren die zijn aangesloten bij het bedrijf en melk leveren, zijn niet alleen leveranciers, maar ook 100 procent eigenaar van het concern. Dat zie je ook terug in de bestuurskamer: in de raad van commissarissen zitten vier externe leden en negen leden vanuit de melkveesector.

Tot 2014, 2015 gaat het FrieslandCampina (24.000 medewerkers in 38 landen) voor de wind door een stijgende vraag naar kindervoeding in Aziatische landen. Door toenemende concurrentie van Aziatische bedrijven zit sinds 2016, 2017 de klad in de verkoop van kindervoeding in China.

En ook de coronacrisis hakte er flink in. De omzet was weliswaar stabiel met in 2020 11,1 miljard euro, maar de winst daalde met bijna driekwart naar 79 miljoen. Door corona was de grens tussen China en Hongkong gesloten, een belangrijk route voor kindervoedingsproducten naar de Chinese markt. Door de crisis sneuvelden in met name Nederland, België en Duitsland duizend banen. En maart dit jaar maakte FrieslandCampina bekend voor het eerst sinds de fusie in 2008 geen winstuitkering te delen met de boeren. Het besluit leidde tot veel woede bij de boeren.

Niet veel later bleek dat topvrouw Jaska de Bakker, die sinds 2017 werkte bij FrieslandCampina, in de zomer wegging en een gouden handdruk kreeg van 1 miljoen. De Volkskrant berichtte als eerste over de afscheidsregeling, die tot veel woede leidde bij de bij het bedrijf aangesloten veehouders. De vertrekpremie voldoet volgens deskundigen in de Volkskrant niet aan de code van goed bedrijfsbestuur. Een woordvoerder van FrieslandCampina bestrijdt dit en zegt dat het wél volgens de regels was. Het gevoel dat blijft hangen: waar de melkveehouders ploeteren met almaar dalende melkprijzen, wordt de top rijkelijk beloond, zelfs bij vertrek.

Verdeling binnen bestuur

Ondertussen sleept zich in de bestuurskamer al een tijdje een conflict voort. Door de stikstof- en klimaatcrisis moet de landbouwsector op de schop, dat zorgt voor pijnlijke keuzes. Boeren moeten dure apparatuur kopen voor hun stallen, worden vrijwillig uitgekocht en dreigen te worden onteigend. Dat zorgt voor spanningen in de landbouwsector die ook voor onderlinge verdeling in het dertienkoppige bestuur zorgen.

Twee partijen staan tegenover elkaar binnen het FrieslandCampina-bestuur: ‘kamp multinational’ en ‘kamp boer’.

Kamp multinational wil onder meer dat boeren sneller verduurzamen en meer oog hebben voor het klimaat. Zij stellen ook: FrieslandCampina is een multinational en moet volwassener worden, ook de melkveehouders die bij het bedrijf zijn aangesloten moeten zich bijvoorbeeld aan de veiligheids- en hygiënevoorschriften houden - regels zijn regels.

Kamp boer voelt zich in de steek gelaten door het bedrijf en vindt dat er te weinig oog is voor de melkveehouders. De veranderingen gaan te snel, regeltjes worden opgedrongen, vinden zij. Is FrieslandCampina er nog wel voor de boeren, of is het bedrijf alleen met zichzelf bezig?

Lees ook: Voorzitter FrieslandCampina stapt op na drie maanden

In september dit jaar stapte medebestuurslid en melkveehouder Frans van den Hurk op. Van den Hurk was populair bij de boerenachterban en verkondigde een „no-nonsense geluid”, zegt een ingewijde binnen FrieslandCampina, die niet bij naam genoemd wil worden, omdat hij nog steeds betrokken is bij het bedrijf. „Niet lullen maar poetsen.”

Van den Hurk stapte acht maanden na zijn aanstelling op, omdat hij zich „te weinig herkent in het gevoerde beleid”, volgens een persbericht op de website van FrieslandCampina, en omdat hij „in de afgelopen acht maanden onvoldoende invloed heeft kunnen uitoefenen om het beleid te veranderen”. Hij vond de koers van FrieslandCampina onduidelijk en het ontbrak aan mensen met kennis van zuivel in het bestuur.

Van den Hurk laat telefonisch weten niet te willen reageren op vragen van NRC.

Ik geloof nog steeds in het bedrijf

Het vertrek van Van den Hurk zette het verschil van inzicht over hoe de melkveesector moet veranderen en hoe FrieslandCampina daarmee om moet gaan verder op scherp. Zijn achterban, de melkveehouders aangesloten bij FrieslandCampina, begon te twijfelen. Wat speelde er binnen het bestuur? En waren de slechte resultaten veroorzaakt door de coronacrisis of was het wanbestuur? Ook de leden begonnen te twijfelen. Bestuursvoorzitter Erwin Wunnekink ontving „pittige brieven”, zegt hij. Drie maanden nadat hij begonnen was als voorzitter, stopte hij alweer. Wunnekink: „We discussieerden alleen nog over het bedrijf op basis van emoties.”

De meeste melkveehouders, zegt Wunnekink, zijn voor veranderingen binnen FrieslandCampina, maar een kleine groep verzet zich. Zij willen dit bedrijf runnen als een „dorpscoöperatie en niet als een multinational”. Volgens een woordvoerder van FrieslandCampina zijn „grote problemen uit de samenleving zoals de stikstof- en klimaatcrisis door de zuivelcoöperatie geïmporteerd. Dat zorgt voor veel interne onrust en discussie onder leden.” 

De 239 melkveehouders die vertrekken bij FrieslandCampina zullen hunmelk aan een ander bedrijf verkopen. Oud-bestuursleden Frans van den Hurk en Erwin Wunnekink blijven aangesloten bij FrieslandCampina als melkveehouders. Wunnekink: „Ik geloof nog steeds in het bedrijf.”