Of het ontslag was, is onduidelijk

Economie en recht Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal arbeidsrecht.

Foto Rob Engelaar

Aan het einde van haar zesde maand bij de Amsterdamse bakkerij gaat het mis. In het bijzijn van klanten gaat de vrouw die 29ste mei tekeer en brengt vernielingen aan. Ze wordt naar huis gestuurd. Twee dagen later meldt ze zich ziek, een dag later appt ze dat ze voorlopig een week niet kan komen werken. Op 8 juni volgt een brief: het bedrijf denkt dat de vrouw liegt over haar gezondheid en dat ze ander werk aan het zoeken is. Ze moet die 29ste mei als haar laatste dag beschouwen.

De vrouw stapt naar de rechter. Het ontslag op staande voet is volgens haar niet rechtsgeldig, noch onverwijld gegeven. De bakkerij voert aan dat de vrouw na het incident mondeling ontslagen is en verwijst daarvoor naar appberichten. Deze leest de rechter ook, maar die concludeert daar uit dat de vrouw niet is ontslagen, evenmin zelf ontslag heeft genomen, maar juist graag wil blijven werken. Bovendien, als de bakkerij de vrouw had ontslagen, waarom neemt het bedrijf het de vrouw, in de brief van 8 juni, dan kwalijk dat zij ander werk zoekt? „Dit verwijt valt niet te rijmen” met de stelling dat de vrouw al op 29 mei is ontslagen, merkt de rechter op in het vonnis.

Kortom, het ontslag is onduidelijk, en zeker niet onverwijld gegeven. De vrouw krijgt zo’n 22.000 euro aan vergoedingen en achterstallig loon mee.