NS-concurrenten beginnen bodemprocedure voor open aanbesteding hoofdrailnet

Openbaar vervoer Het kabinet wil de belangrijkste treinverbindingen opnieuw gunnen aan NS. Mag dat van de Europese Commissie? De concurrenten van NS eisen dat het hoofdrailnet wordt aanbesteed.

Arriva, Qbuzz en andere NS-concurrenten eisen een openbare aanbesteding van het spoornet. Foto Catrinus van der Veen
Arriva, Qbuzz en andere NS-concurrenten eisen een openbare aanbesteding van het spoornet. Foto Catrinus van der Veen

Mag het kabinet de exploitatie van de belangrijkste railverbindingen in Nederland voor nog eens tien jaar exclusief gunnen aan de Nederlandse Spoorwegen? Of moet Nederland het zogenoemde hoofdrailnet openbaar aanbesteden zoals de Europese Commissie in de meeste gevallen voorschrijft?

Dat is de vraag in een slepende juridische procedure tussen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de Federatie Mobiliteitsbedrijven Nederland (FMN). Die procedure krijgt deze week een vervolg. De FMN, die Arriva, EBS, Keolis, Qbuzz en Connexxion vertegenwoordigt, begint een bodemprocedure tegen de Nederlandse Staat.

Lees ook: Vervoersbedrijven dagen ministerie voor rechter om exploitatievergunning NS

De kwestie draait om de onderhandse gunning van het hoofdrailnet voor de periode tussen 2025 en (vermoedelijk) 2035. Toenmalig staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat, D66) meldde in juni 2020 aan de Tweede Kamer dat zij het hoofdrailnet vanaf 2025 opnieuw aan NS wil toekennen. Onderhands, zonder openbare aanbesteding. Dat zou te complex zijn, meldde Van Veldhoven in de Kamer.

NS had van 2005 tot 2015 en van 2015 tot 2025 al twee periodes het exclusieve gebruiksrecht van het net. Daarvoor betaalt het vervoerbedrijf een vergoeding van circa 80 miljoen euro per jaar. Op het hoofdrailnet (vooral intercitylijnen en sprinters en enkele internationale verbindingen vanuit Nederland) vindt 95 procent plaats van het aantal passagierskilometers per trein in Nederland.

Liberaliseren

Onderhandse gunning mag nu nog in uitzonderlijke omstandigheden, stelt de Europese Commissie. Vanaf 26 december 2023 is onderhandse gunning alleen nog mogelijk voor lijnen die niemand wil exploiteren. Sinds de eeuwwisseling wil Europa de spoormarkt in alle lidstaten vergaand liberaliseren.

„Al decennia is er geen marktwerking op circa 95 procent van het spoor in Nederland”, stelt de Federatie Mobiliteitsbedrijven Nederland in de dagvaarding die woensdag is ingediend bij de rechtbank in Den Haag. De bodemprocedure volgt op een kort geding eind 2020.

De FMN vindt dat het ministerie de Europese regels heeft geschonden. Deze concurrenten van NS willen op meer lijnen kunnen rijden dan alleen op de (minder lucratieve) verbindingen buiten de Randstad. Op 1 december 2020 stelde de rechter in kort geding dat de onderbouwing van de FMN hem „niet onaannemelijk voor komt” en dat de Staat „geen voornemen dient uit te werken dat in strijd is met een EU-verordening”.

Wat zei Brussel?

De rechter stelde ook dat het Europees Hof van Justitie uiteindelijk moet beslissen over een EU-verordening. Tijdens de zitting in november en in het vonnis van 1 december suggereerde de rechter dat het ministerie moest overleggen met de Europese Commissie. Vindt Brussel in dit geval onderhandse gunning toelaatbaar?

Heeft het ministerie dat gedaan? En zo ja, wat zei de Commissie dan? Het zijn vragen die de FMN al maanden stelt, maar zij wacht nog steeds op antwoord. Het ministerie weigert inzage in de correspondentie met Brussel, ondanks beroepen op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

In april 2021 bepaalde de rechtbank in Amsterdam dat het ministerie uiterlijk in juni moest antwoorden op de Wob-verzoeken op last van een dwangsom van 50 euro per verzoek per dag. De FMN heeft de informatie nog steeds niet verkregen, op een „voor ruim 95 procent zwartgelakt” document na, aldus de dagvaarding. De dwangsom is inmiddels opgelopen tot bijna 16.000 euro.

Valleilijn

De FMN claimt dat onderhandse gunning niet het beste is voor de reiziger. Zij wijst op de verbindingen die haar leden nu rijden, zoals de Valleilijn of het spoor in Friesland en Limburg. NS wilde die spoorlijnen eerder afstoten omdat er geen muziek meer in zou zitten.

Volgens de FMN bracht de aanbesteding die marginale lijnen weer tot bloei. De organisatie wil dat de staatssecretaris laat onderzoeken of andere spoorverbindingen ook zulke mogelijkheden bieden.

De dagvaarding die woensdag openbaar werd, is de eerste stap in de bodemprocedure. Het kan nog wel een jaar duren voordat een uitspraak volgt.