Reportage

Wonen in een wijk met wietteelt, loeiende auto-alarmen en huisraad op straat

Gemeenschap Den Haag groeit naar ruim 600.000 inwoners. Hoe staat het met de sociale cohesie in een wijk waar heel veel vluchtige bewoners zijn?

In het Laakkwartier-Oost hebben de snelvertrekkende inwoners er weinig baat bij dat de omgeving er plezierig uitziet
In het Laakkwartier-Oost hebben de snelvertrekkende inwoners er weinig baat bij dat de omgeving er plezierig uitziet Foto David van Dam

Zonnebloemen bloeien in de geveltuintjes. Het okergeel leidt de aandacht af van wat je anders zou zien in het Haagse Laakkwartier-Oost: veel afgebladderde kozijnen en groezelige voordeuren, kapotte deurbellen en dichtgeplakte brievenbussen. Dichte gordijnen, ook overdag.

„Met de helft van de mensen in de straat is geen contact te krijgen”, zegt Kevin Tuin. „Ze onttrekken zich aan de buurt, ook fysiek.” Die zonnebloemen en de andere bloeiende geveltuinen staan symbool voor de groep buurtbewoners, onder wie Tuin, die zich juist wél bekommert om wat er in het Laakkwartier gebeurt.

Den Haag barst uit zijn voegen, en hier tussen station Hollands Spoor en buurgemeente Rijswijk is dat goed te zien. In Laak verhuren eigenaren woningen aan snel wisselende bewoners, vaak arbeidsmigranten die in het Westland werken – of aan studenten. De ‘verhuismobiliteit’, zoals de gemeente het noemt, is met 18,3 procent 4 procentpunt hoger dan het gemiddelde in de stad. Onbekend is hoeveel mensen er eigenlijk in Laak wonen. De woningen worden niet alleen verhuurd, ook vaak ‘verkamerd’. Voor grof geld woont in iedere kamer iemand anders.

Sinds juni is dat in 34 van de 44 Haagse wijken verboden. Voor kamerbewoning vanaf drie mensen is een vergunning nodig en in de meeste wijken geeft de gemeente die niet meer af. Liefst heeft Den Haag – net als aantal andere gemeenten zo bleek vorige maand – een zelfbewoningsplicht van vier jaar. Een wetswijziging moet het vanaf 1 januari mogelijk maken wijken aan te wijzen waar beleggers geen goedkope en middeldure woningen mogen opkopen om te verhuren.

Achterdochtig

Want de gevolgen voor de leefbaarheid zijn groot in een wijk met voortdurend nieuwe bewoners. De sociale cohesie is er laag. Tuin (docent maatschappijleer), zijn partner Saskia Zeldenrust (beeldend therapeute) en student Tom Scholten, die om de hoek woont en aanschuift aan hun eettafel: ze kunnen de problemen zo opsommen.

Het is niet alleen jammer dat de buren, omdat ze nu eenmaal snel vertrekken, er geen belang bij hebben dat er contact is of de straat er plezierig uitziet. Of dat ze, als je aanbelt, zo achterdochtig zijn dat de deur alleen op de ketting en op een kier opengaat. Het is niet alleen de huisraad die aan het einde van de maand op straat staat, „want iemand anders pakt het wel op”. Of de auto’s die lukraak worden geparkeerd. De schuur verderop in een van de tuinen, waar overduidelijk iemand slaapt. Het alarm dat uren staat te loeien zonder dat iemand reageert, of de wietteelt, de overlast van uit de hand lopende ruzies van mensen die te dicht op elkaar wonen.

Het is ook de lekkage, niet al te lang geleden, bij een buurvrouw van zeventigplus. Die kwam bij de bovenburen vandaan, „vier vriendelijke Bulgaarse vrouwen”. „Ze waren alleen niet de eigenaar”, vertelt Tuin.

Zeldenrust: „Dan sta je dus met behulp van Google Translate te praten.”

Tuin: „Via via werd ik uiteindelijk teruggebeld door iemand die zei dat hij er naar zou kijken. Belden er om tien uur ’s avonds twee onbekende mannen bij de buurvrouw aan. Ja, die doet niet open om die tijd. Uiteindelijk bleek de afvoer aan het regenwater te zijn gekoppeld, en bleek de douche verplaatst op een manier die niet kon.”

Zeldenrust: „Dat wordt dan niet in één keer opgelost, maar houtje-touwtje. En dat gebeurt niet bij één buur, maar bij talloze woningen.”

Scholten: „Op een gegeven moment denk je: ben ik nu degene die afwijkt?”

De gemeente bellen, de politie of de pandjesbrigade [de gemeentelijke dienst die controleert op illegale bewoning, red.], heeft volgens hen maar ten dele zin. Scholten: „We hebben twee keer een document samengesteld met alles waar we ons zorgen over maken. We hebben in april een gesprek gehad, we wachten nog op een reactie van de gemeente.” „De gemeente is de grip kwijt op deze wijk”, meent Tuin. Scholten: „Als er geschoten zou worden, dan heb je het over criminaliteit. Dat gebeurt hier niet.”

Tuin: „Geluidsoverlast, stankoverlast, niet kunnen communiceren met de buren, is geen criminaliteit.”

Het verkameringsverbod en de mogelijke zelfbewoningsplicht kunnen iets ten goede veranderen. Zeldenrust: „Maar kijk voor de lol naar de bouwaanvragen. Er worden op zes woningen etages gebouwd. Daar komen echt geen gezinnetjes of starters in.”

De gemeente is de grip kwijt op de wijk, aldus, bewoner Kevin Tuin
Nederland, Den Haag, 01092021 - Sfeerbeeld bij verhaal over de leefbaarheid in Den haag.
Foto: David van Dam
De gemeente is de grip kwijt op de wijk, aldus, bewoner Kevin Tuin
Foto David van Dam
De gemeente is de grip kwijt op de wijk, aldus, bewoner Kevin Tuin
Foto David van Dam

Onkruid

Er zijn ook buurtbewoners die nergens last van zeggen te hebben, maar velen delen het gevoel dat de wijk onleefbaar is geworden. Uit de cijfers van de gemeente blijkt dat Laakkwartierders hun eigen sociale cohesie een 5 geven, 23 procent spreekt over ‘een gezellige buurt’.

Verderop in de wijk is Charlie Soedhoe met een schop onkruid aan het verwijderen langs zijn eigen gevel en rondom de paaltjes van verkeersborden. Hij woont al 28 jaar in de wijk. „Ik zie zoveel mensen komen en gaan.” Hij zegt: „Vroeger zaten we in de zomer met stoel en tafel op straat. Dat gaat niet meer.” Waarom niet? Hij haalt zijn schouders op.

Dan komen zijn buren thuis. Zij kennen elkaar wel. Mohamed Lira, diens partner en hun anderhalf jaar oude zoontje. De luiers zitten in de kinderwagen. Lira vertelt over een van de buurhuizen die voor 235.000 euro te koop stond, en waar de kamers nu voor 1.100 euro te huur staan. Hij zegt: „Dat warme gevoel over de wijk is er niet meer. In de speeltuin zitten ze te blowen.” De coffeeshop staat tegenover het parkje waar de speeltuin zit.

In dat Puntpark werd deze zomer buiten geslapen, vertelt Olfa Dalla. „Ze hadden zelfs een koelkast daar.” Ze woont al twintig jaar in de wijk en kijkt over het parkje uit. Eerst zegt ze dat er geen overlast is. Dan vertelt ook zij dat er veel wordt verhuisd. „Het is echt een handel.”

Charles Soedhoe woont al 28 jaar in het Haagse Laakkwartier, „Ik zie zoveel mensen komen en gaan”. Foto David van Dam

Ze zegt: „Ik ben niet het type dat veel contact heeft. Ik zeg ‘dag dag’ tegen de mensen uit mijn portiek.” En die buitenslapers dan? „Nee, nee daar bemoei ik me niet mee, dat is hún werk”, wijzend naar de politieauto die net langsrijdt.

Een aantal bewoners, onder wie Tuin, Zeldenrust en Scholten, koos wél voor de aanval. Met een groep buren richtten ze RadiLaak op, een buurtinitatief om stap voor stap het Laakkwartier veiliger en prettiger te maken. Zo zijn de geveltuintjes er gekomen, en de fietsenrekken. Ze blijven overlast melden, ruimen afval op. Het hoeft niet groot en duur. Tuin vertelt hoe het stadsdeel zelf met koffie langs ging bij de buren van een opgerold drugspand.

Ze wonen hier bewust, omdat ze in de stad wilden wonen. Ze roemen de diversiteit. Overbuurvrouw Ditta Kronenburg zegt: „Wij wilden hier juist wonen omdat het een volksbuurt was. Er wonen hier geen standaardmensen.”

„Eigenaarschap van de straat terugkrijgen”, noemt Kronenburg het initatief RadiLaak. Bovendien is „gedeelde smart, halve smart. Het maakt uit als je steeds meer buren kent, ook voor de veiligheid.”

Maar eigenlijk is het „de omgekeerde wereld”, vinden de buurtbewoners. „Wij zouden de problemen van deze wijk niet hoeven op te lossen”, zegt Zeldenrust.