Illustratie Gijs Kast

Interview

Wie ben je als je helemaal geen alcohol meer drinkt?

Stoppen Alcohol is geweldig spul, tot het niets meer oplevert, ontdekte Petra Moes. Een leven zonder drank bleek tot haar verrassing intenser dan mét. Ze schreef er een boek over.

Petra Moes heeft net verteld dat ze bijna elke dag een fles wijn dronk. En als we het vragen: ook weleens twee, als ze de volgende dag vrij was. „Meestal alleen.” Op het laatst hield ze het bij: 8-6-3-7-0-13-6-6-6-9-12-0-14-5 eenheden per dag. Dan is ze even stil. „Als we het er zo over hebben, begin ik me te schamen.” Het is al achttien jaar geleden dat ze stopte met drinken. Het gaf haar zelfvertrouwen en trots – ze is nog steeds heel trots. Maar tegelijkertijd: „Als je zegt dat je niet meer drinkt, dan wás je kennelijk een alcoholist.” Die schaamte blijft.

De kunst van nuchter leven. Zo heet het boek dat ze schreef over haar leven voor en na het laatste glas en over de training die ze geeft aan mensen die ook „vrij en nuchter” willen zijn. Het heeft een zachte kartonnen kaft en een katern met glanzende foto’s. Eerder een koffietafelboek dan een zelfhulpboek dat je onder een kussen verstopt. Voor mensen die zichzelf niet zien als alcoholist, maar die wel rondlopen met een knagend gevoel dat het anders moet.

Petra Moes (1967) schreef haar boek met de billen bloot. Hoe een dagje uit met haar vader werd verpest door een lel van een kater. Hoe ze in de douche naakt onderuitging, toen ze half slaapwandelend dacht dat ze op de wc ging zitten. Hoe alcohol haar beeld van de happy single, vrouw van de wereld, overeind moest houden, terwijl ze eigenlijk verlangde naar een partner en het moederschap. Ze beschrijft alles wat nodig was om tot het besef te komen: drank voegt niks meer toe.

Zonder die aanloop was ze misschien wel nooit gestopt. „Eerst ben je je nergens bewust van. Dan begint het vergoelijken: oké, ik drink te veel, maar hé, ik ben een bourgondiër, een rockchick, wat dan ook. Vervolgens wacht je op iets waardoor je vanzelf stopt, totdat je je realiseert: o, er komt niks van buiten. Ik moet het dus zelf doen. Toen begon de fase van het tellen. En geleidelijk schuift het van ‘dit wil ik niet meer’ naar ‘ik wil iets anders’.” Verlangen naar wat ze wél wilde – voluit leven – bleek de magic button.

Dat proces is voor iedereen verschillend, ziet ze bij haar trainingen. „Er komen jonge vaders die zich eens per maand met hun vrienden helemaal klem zuipen, maar ook een vrouw die één keer was uitgevallen tegen de kinderen en besloot: dit is de grens.” Echt zware drinkers, die onder medische begeleiding moeten stoppen, stuurt ze door. Maar dan blijven er nog genoeg mensen over die ongeveer een fles wijn per dag drinken. Het leeuwendeel vrouwen, de meesten veertig-plus, hogeropgeleid, veel zzp’ers, kinderen de deur uit en dan: wat moet ik met de rest van mijn leven?

Lees ook: Waar moet op gedronken worden? 34 vragen over alcohol

Moes vertelt erover via Zoom vanuit Frankrijk, waar ze sinds twee jaar een deel van het jaar woont, nadat ze lang in de cultuursector had gewerkt, onder meer bij Tivoli in Utrecht. Een vrouw die dwars door het scherm heen meteen contact maakt. Ze lacht, ze relativeert. En ze laveert, om te voorkomen dat ze zweverig klinkt. Want zweverig, dat vinden de mensen eng. „Het was moeilijk om het goed op te schrijven. De titel had ook kunnen zijn: Liefde voor het leven. Maar dan haak je meteen af, toch?”

Laat duidelijk zijn: haar methode draait wél om een „bewustzijnsweg”. De rode draad is: eerlijk zijn naar jezelf. Je moet erachter zien te komen wanneer je de innerlijke criticus in jezelf hoort – het stemmetje dat je alleen maar aan het drinken zet – of je innerlijke coach, die motiveert zonder je af te branden.

Ze schrijft dat bij haar het kwartje viel toen ze zich verdiepte in ‘essentie’. Wat zoiets is als je ware natuur, iets waar niets bij hoeft of af moet, dat perfect is zoals het is, maar dat ook gevoelig is voor afwijzing, niet gezien worden.

Als je opgroeit, komt daar langzaam, als een soort beschermlaag, het ego omheen. Daar is niks mis mee: het ego beschermt je tegen pijn en verdriet, maar het houdt je ook weg bij je behoeften en diepste verlangens.

Als het gat tussen essentie en ego te groot wordt, op momenten dat het schuurt, werkt alcohol geweldig. Je bent moe of juist hyper, je voelt je alleen of onrustig – en dan een borrel. „Als stopverf voor de scheuren in het ego.”

Niemand hoeft van Moes op zoek te gaan naar die ‘essentie’. „Vooral van mannen hoor ik weleens: ik ben gewoon cold turkey gestopt. Ook prima. Mijn boek gaat uiteindelijk niet over alcohol. Het gaat over bewustwording. Je kunt je ook verliezen in heel hard werken of zorgen voor anderen.”

„Stoppen is een werkwoord”, schrijft Moes ergens. Je zou al moe worden bij de gedachte. Is het niet ook een vorm van luxe om zo diep in je ziel te duiken? Juist als je wel even wat anders aan je hoofd hebt thuis of op je werk? „Ik snap dat het kan aanvoelen als veel. Maar het is geen luxe – je krijgt juist meer tijd in plaats van minder – het is een andere manier van leven.”

Het stoppen met drinken heeft haar zoveel opgeleverd dat ze dat graag met anderen deelt. Tijd en geld, alleen dat al. Nieuwsgierigheid, openheid, ontspanning en ruimte. Dorst naar het leven zelf. Maar de beloning kwam niet meteen. „De eerste maanden was ik zo vreselijk moe, te moe om te slapen bijna. Je komt in een soort tussentijd, tussen het oude en het nieuwe. Dat voelt extreem moerassig. Je moet je echt ergens doorheen werken.”

Lees ook: Drank is de sociale drug bij uitstek

Ze schrijft over die periode: „Meer voelen – meer vrolijkheid, meer echtheid, meer pijn, meer angst, meer frustratie, meer stress, meer vermoeidheid – dat is niet per se leuk. Maar het is wel heel echt en vol en goed en waar. Dat maakt mijn conclusie eenvoudig: alcohol voegt voor mij niets toe, dus drink ik niet.”

Identiteit en imago

Voordat ze zover was, liet Moes weleens vallen dat ze bang was dat ze een drankprobleem had. Dat werd dan meestal weggewoven. „Ach, we drinken allemaal weleens te veel.” Misschien aardig bedoeld, maar ook een manier om de ongemakkelijke waarheid onder het tapijt te schuiven. „Want mensen weten ook: als haar drankgebruik niet oké is, wat zegt dat dan over mij?”

En wie ben je eigenlijk als je niet meer drinkt? „Onze hele identiteit is verbonden met alcohol. Op de tennisclub drink je witte wijn, in de voetbalkantine bier.” In haar boek citeert ze schrijver Ilja Leonard Pfeijfer: „Het was zo’n deel van mijn imago dat ik eigenlijk niet meer wist hoe ik mijzelf moest zijn.”

Alleen al het idee van stoppen is beangstigend. Niet alleen voor de stopper, ook de mensen eromheen zitten er niet altijd op te wachten. Wat raak je kwijt? En wat verandert er in relaties met vrienden, familie en je geliefde? „Het is geen reclame voor mijn methode, maar er zijn huwelijken door gesneuveld. Als je niet allebei wilt veranderen, als de een doorgaat en de ander stilstaat, kan het heel moeilijk worden.” Er zijn trouwens, zegt ze later, ook huwelijken door gered.

Zelf heeft ze ook vrienden verloren. Met de spelletjesclub – asbakken en grote flessen bier op tafel – is ze gestopt. „Ik won dan wel ineens alle spelletjes, maar we waren elkaar kwijt.” Er kwamen weer andere mensen bij, maar eerlijk is eerlijk: „Er zijn nog steeds momenten dat ik het mis. Niet meer drinken is soms een offer voor een hoger doel.”

Alle ellende die alcohol kan opleveren, voor je gezondheid of de maatschappij, laat Petra Moes buiten beschouwing. Meteen in de eerste alinea schrijft ze: „Ik ben niet tegen alcohol.” En als je haar vraagt: was het verloren tijd, tot haar 35ste, zegt ze dat ze het niet had willen missen. „Drank heeft me ook geholpen om contact te maken – vervormd contact misschien, maar toch. Ik zou het iedereen gunnen om er matig en ontspannen mee om te kunnen gaan, maar voor mij zit dat er gewoon niet in.”

Lees ook dit artikel over stoppen met roken: Ik wil echt, écht niet meer roken

Er zit een soort paradox in het hele verhaal. Alcohol kan je het gevoel geven dat je lééft, groots en meeslepend. Intense gesprekken, heftige ruzies, knetterende seks. Maar de intensiteit van nuchter zijn, ontdekte Moes, daar kan geen vat wijn tegenop. „Echt JA zeggen tegen het leven, met hoofdletters, dat is een waanzinnige rollercoaster. Je komt erachter dat je de pijn wel aankunt, ik ben er zelfs van gaan houden. Nuchter leven geeft zo’n kracht, daarmee vergeleken biedt alcohol de intensiteit van de schuimkraag van een biertje.”

Petra Moes: De kunst van nuchter leven, 200 blz. €27,50, petramoes.nl