Van Walmart tot Tennet: ‘groen’ geld ophalen was niet eerder zo simpel voor bedrijven

Groene financiering Het ene na het andere bedrijf haalt ‘groen’ geld op bij beleggers, die staan te springen om duurzaam te investeren. De financiële wereld krijgt „een sleutelrol” om het klimaat te redden. Maar: wat telt nu precies als ‘groen’?

Illustratie Rik van Schagen

Het ene na het andere grote bedrijf gaat ervoor: groene financering. Honderden miljoenen of zelfs miljarden weten ze voor zichzelf uit de markt te halen, met de belofte dat ze het geld gebruiken om zichzelf duurzamer te maken.

De afgelopen weken: de Amerikaanse supermarktreus Walmart 2 miljard dollar (1,72 miljard euro), voedingsmiddelengigant Mondelez, van de Oreo-koekjes, 2 miljard euro en telecombedrijf Verizon 1 miljard dollar. Van tevoren hadden ze toegezegd waar ze de opbrengst aan besteden. Walmart wil onder meer zijn supermarkten en transport zuiniger maken, Mondelez gaat voor afvalreductie, Verizon steekt het in groene energie.

Deze bedrijven hebben een ‘groene obligatie’ uitgegeven. Dat is net zoiets als een gewone obligatie (een verhandelbare lening waarover rente wordt betaald), met het verschil dat de opbrengst naar verduurzaming moet gaan. Vooraf moet duidelijk zijn voor welke specifieke doelen het geld bestemd is.

Een lange rij bedrijven ging ze al voor. Ook Nederlandse: netbeheerder Tennet haalde in mei nog 1,8 miljard euro op, de Volksbank een maand later 500 miljoen. Ook overheden maken gebruik van de mogelijkheid. En bedrijven die te klein zijn voor uitgifte van obligaties kunnen een groene lening aangaan.

Duurzame financiering (naast ‘groene’ zijn er nog een paar varianten) is gewild, zowel bij ontvangers als geldverstrekkers. Vorig jaar ging het internationaal om een recordbedrag van meer dan 700 miljard dollar. Een „spectaculaire groei”, aldus Bloomberg. Volgens het financieel persbureau is het 29 procent meer dan het jaar ervoor, en meer dan zeven keer zoveel als vijf jaar eerder. En de groei is er nog niet uit. In de eerste helft van dit jaar werd al bijna 500 miljard dollar opgehaald, volgens non-profitorganisatie Climate Bonds Initiative. Het zou dit jaar zomaar naar de 1.000 miljard kunnen gaan. Groene obligaties zijn inmiddels zo gewild, ziet Bloomberg, dat beleggers er extra voor willen betalen – een greenium.

Wat is de betekenis van deze financiële hype?

Lees ook: De prijs van een ton CO2 kan het klimaat maken - of breken

Een ‘sleutelrol’

In 2018 was het al duidelijk: „Investeerders willen steeds meer geld steken in duurzame projecten”, zei minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) bij de aankondiging dat ook Nederland groene staatsobligaties zou gaan uitgeven. In 2019 kwam het ervan.

De wens om te vergroenen is sindsdien alleen maar sterker geworden. „Beleggers voelen druk om duurzaam te investeren”, zegt Amin Mansour, hoofd strategische producten bij ING. „Een paar jaar geleden was het nog vooral een ethische afweging, maar inmiddels wordt niet-duurzaam zijn ook als een risico gezien.”

Belangrijke reden: de klanten van institutionele beleggers als pensioenfondsen willen het. Ook belangrijk: de Europese Unie wil het. Met een ambitieus tienpuntenplan probeert de EU vele miljarden naar groene bestemmingen te dirigeren. Brussel ziet een „sleutelrol” voor de financiële wereld in de klimaatcrisis. Niet alleen overheidsgeld, maar ook privaat geld moet helpen met de overgang naar een „klimaatneutrale, klimaatbestendige” economie.

„Het net wordt aangetrokken, rond institutionele beleggers en bedrijven”, zegt schuldadviseur Ard Burgers van accountants- en adviesbureau PwC. „Nu beseft bijna iedereen dat ze ermee bezig moeten zijn. Een paar jaar geleden moest je dit type financieringen nog zoeken met een zaklamp.”

Machine in werking

Het actieplan van de EU, dat in stappen wordt uitgevoerd, zal voor een omslag zorgen, verwacht Hans Biemans, hoofd duurzame obligaties van ING. „Als fondsen hun geld duurzaam willen beleggen, moeten bedrijven het duurzaam besteden. Duurzaamheid wordt zo in de financieringsketen verankerd, er gaat een soort machine werken. Op een gegeven moment wordt de toegang tot kapitaal minder voor bedrijven die niet meekomen.”

Een belangrijk onderdeel van het actieplan ging dit voorjaar al in. Vermogensbeheerders moeten openbaar maken hoe groen ze zijn: donkergroen, lichtgroen, of helemaal niet groen. Het idee is dat die laatste tint steeds minder aantrekkelijk wordt. Daarnaast moeten beleggers duidelijk maken hoe ze invulling geven aan hun ‘groenheid’. Welke keuze of welke strategie maakt ze donker- of lichtgroen?

Hier komen de groene obligaties weer in beeld. Sander Huizinga, die voor pensioenuitvoerder PGGM in obligaties belegt: „Iedereen kan zeggen: ik beleg duurzaam. Maar laat het maar eens zien. Dat is een stap waar iedereen mee worstelt. Als een substantieel deel van je beleggingen in groene obligaties zit, is dat een duidelijk duurzaam element in je strategie.”

Groen vliegveld

Over de meeste groene obligaties is geen discussie – niemand is tegen zuiniger supermarkten, minder afval of groene energie. Maar soms komt wél de vraag op of iets ‘groen’ of ‘duurzaam’ mag heten.

Neem een luchthaven. Kan die ook groen geld ophalen? Intuïtief zou je misschien zeggen: nee. Toch kan het wel: Schiphol gaf al twee keer een groene obligatie uit, in 2018 (500 miljoen euro) en in 2020 (750 miljoen euro). Met het geld wil Schiphol de gebouwen zuiniger maken en investeren in elektrische bussen.

Beleggers wegen het verschillend. „Je faciliteert natuurlijk iets heel vervuilends”, zegt Huizinga van PGGM. „Maar wij hebben dit wel als duurzaam geclassificeerd.” Een groene obligatie van een luchtvaartmaatschappij zou PGGM wel te ver gaan. „Voor vliegen is nu geen duurzaam alternatief. Maar de verduurzaming van het luchtvervoer begint bij het vliegveld zelf. Dat financieren we.”

Een andere Nederlandse vermogensbeheerder, Robeco, ziet het anders. „We hadden onze twijfels, maar uiteindelijk vonden we het niet goed genoeg”, zegt Guido Moret, hoofd duurzaam beleggen van Robeco’s obligatieafdeling, over de obligatie van de luchthaven. Greenwashing? Dat niet, vindt Moret. „Het is volledig transparant wat Schiphol doet met dat geld. Ze doen zich niet beter voor dan ze zijn. Greenwashing is als er geen transparantie is of verkeerde informatie wordt gegeven.”

Duurzaamheidsbijbel

Schiphol is maar één voorbeeld. Er zijn meer twijfelachtige gevallen geweest, bijvoorbeeld in de olie- en gasindustrie. Dat leidde tot kritiek. Want vervuilende industrieën die groen geld ophalen om íéts minder vervuilend te worden, is dat wel de bedoeling?

En ook breder klinkt kritiek. Want ondanks de hoos aan duurzame financiering, stelt Climate Bonds Initiative, heeft „de meerderheid van de organisaties” nog niet duidelijk gemaakt hoe ze hun activiteiten klimaatneutraal willen krijgen. Terwijl het dáár uiteindelijk om gaat.

In de financiële wereld ontbreekt één centrale autoriteit die voor iedereen bepaalt wat telt als ‘groen’. Wel is de EU bezig met regels. Er is een nieuw handboek in de maak met daarin alle economische activiteiten die worden gezien als duurzaam: de zogeheten taxonomie, een soort duurzaamheidsbijbel. Daarnaast is de EU bezig een Green Bond Standard in te voeren. Doel is de „milieuambities” te vergroten. De nieuwe taxonomie wordt hierin leidend.

Deze taxonomie is nog niet af, maar al wel in gebruik. Antwoord op de Schiphol-vraag is er al in te vinden. Telt vergroening van een luchthaven als duurzaam? Het is even zoeken, maar activiteit nummer 6.17 laat zien: jazeker, low carbon airport infrastructure wordt gerekend als een duurzame bestemming. Groen licht dus.