Proloog Proloog: een serie over de doodnormale dood

Een serie over de doodnormale dood, van overlijden tot de uitvaart en verder, elke aflevering een stap.

Wat ons wacht na de dood, is niet alleen voer voor filosofen en mystici. De begindagen zijn een aaneenrijging aan feiten. Een serie over de doodnormale dood.

Het inwonertal van Den Bosch. Zoveel mensen in Nederland gaan er per jaar dood. 150 duizend. Vorig jaar, het uitzonderlijke 2020, overleden zelfs een kleine 170 duizend mensen. Dat is meer dan heel Haarlem. Wat gebeurt er eigenlijk met hen? En wat gebeurt er met ons, zodra wij op een dag tot die statistiek behoren?

Grofweg weten we het. Ze baren ons op en begraven ons. Ze cremeren ons en verstrooien onze as. Maar wat gebeurt er precies met en rondom ons lichaam?

NRC sprak de afgelopen maanden met tientallen mensen uit de uitvaartsector om die vraag te beantwoorden, in een wekelijkse serie van artikelen die deze dinsdag begint.

Maakt het uit, wat er met ons gebeurt? We zijn dan toch dood, zullen sommigen zeggen. Mensen die hun dierbaren net verloren, denken daar anders over. In januari dit jaar schoof een crematoriummedewerker in Limburg per ongeluk de verkeerde kist de oven in. Ze cremeerden iemand wiens uitvaartdienst voor twee dagen later gepland stond. Medewerkers waren geschokt, om over de nabestaanden zelf nog niet te spreken. Hun familielid was hen voor de tweede keer ontglipt. Tijdens de uitvaartdienst namen ze afscheid van as in een urn.

Of neem de mensen die zoeken naar een familielid dat vermist raakte, in een gebergte of na een ongeval op zee. Zelfs als buiten kijf staat dat de vermiste persoon inmiddels dood moet zijn, hunkeren ze met hart en ziel naar de vondst van dat lichaam. Ook levenloos vertegenwoordigt het wie we waren of zijn.

En dat geldt eigenlijk ook voor de verhouding tot ons eigen lichaam. Weinig gaat ons zo aan het hart en met niets vallen we zo samen. We voeden het, bewegen het, disciplineren het in de sportschool. We bevredigen het, camoufleren het, vervloeken het. We pronken met het mooie, en balen van onze buik/billen/borsten/benen/onderkin/eczeem/neusharen/beginnende kaalheid (streep door wat niet van toepassing is). We doorboren onze oren, verven onze gezichten, rechten onze tanden en tatoeëren onze onderarmen om uit te dragen wie we zijn. Of we doen dat allemaal niet, laten de boel de boel, en soms is juist dat een statement. Hoe we het ook wenden of keren, aan ons lijf ontkomen we niet. Dus ja: we zíjn ons lichaam.

Die symbiose is niet plots weg, zelfs al zijn we dood. Dus wat gebeurt er met ons? Ons lot na de dood is natuurlijk al duizenden jaren voer voor gelovigen, filosofen en mystici – wacht ons een God, een hemel, een oude veerman bij de Styx? – maar dat hoeft niet te gelden voor de begindagen na overlijden. Lichamelijk is daar niets geheimzinnigs aan. Het is een opeenstapeling van feiten, een traject ingekaderd door de wet en vergeven van protocol. Het gros van die 150 à 170 duizend overledenen in Nederland doorloopt dit traject, dat elk jaar, elke dag hetzelfde is. Wat ons wacht na de dood, kortom, is niet alleen het territorium van filosofen en mystici, maar ook van de journalistiek.

NRC beschrijft wat er met ons en rondom ons gebeurt, elke aflevering een stap. Over de postmortaal verzorgers die ons met tal van trucs tot op onze uitvaart toonbaar trachten te houden, over het waarom van een hoofdkussen in onze kist en over rouwwagenchauffeurs die balen van te veel groene stoplichten als ze ons komen halen. Over de steeds zwaardere last van kistdragers en de mores van de crematiemedewerkers die onze kisten – meestal foutloos – ‘invoeren’ in de oven.

Het richtpunt van deze serie is niet het vervolg na een gewelddadig einde, niet de politiezaken, niet de kindersterfte en ook niet de bijzondere religieuze uitvaartrituelen. Dat alles doet ertoe, maar feit is dat voor het parcours van de meest voorkomende sterfgevallen al een waas hangt. En het meest voorkomende sterven betreft een overlijden na pak ’m beet een jaar of tachtig, niet als gevolg van een niet-natuurlijk sterven (zo’n 4 procent van alle Nederlandse doden), zoals een ongeluk, maar van een natuurlijke doodsoorzaak (96 procent), of dat nu dementie is of een beroerte. En al kunnen nabestaanden steeds meer zelf doen en kiezen, een kist van karton en rouwvervoer in de eigen motorboot, de serie richt zich op de geijkte paden op weg naar de uitvaart. Een serie, kortom, over de doodnormale dood.