Recensie

Recensie Muziek

Pocketversie van Puccini’s ‘La Bohème’ extra puur

Opera De Nederlandse Reisopera opent het seizoen met de herneming van de pocketversie van Puccini’s ‘La Bohème’. De focus op het persoonlijke drama, ontdaan van opsmuk, maakt zo’n uitgeklede versie extra puur.

Scène uit Puccini’s opera ‘La Bohème’ door de Nederlandse Reisopera.
Scène uit Puccini’s opera ‘La Bohème’ door de Nederlandse Reisopera. Foto Marco Borggreve

Wacht, heeft Mimì corona? De gedachte flitst onwillekeurig door je hoofd als sopraan Zinzi Frohwein hoestend op het podium staat en haar buurman Rodolfo ongerust vraagt of het wel goed met haar gaat. Maar dat is natuurlijk kul, het is tuberculose wat de klok slaat in 19de-eeuwse opera’s. Al is die 19de-eeuwse context volledig onzichtbaar in de enscenering van de pocketversie van Puccini’s La Bohème waar de Nederlandse Reisopera haar seizoen mee opent. Herkenbaarheid en nabijheid hebben in deze productie, die stamt uit 2011, prioriteit. Dus geen nostalgische Parijse bohemièn-romantiek, geen vallende sneeuwvlokjes of flakkerende kaarsjes, maar een simpel en volledig zwart decor. De kleur moet komen van de gedichten en schilderijen die de jonge kunstenaars aan de muur hebben gehangen en van de personages zelf.

Zo’n pocketversie betekent niet alleen een drastische inkorting. Deze voorstelling duurt een luttele vijfenzeventig minuten zonder pauze, maar heeft ook een minimale instrumentale begeleiding. Slagwerker Niek Kleinjan is een toegevoegde waarde bij de pianobegeleiding van David Parry waardoor je niet het gevoel hebt bij een pianorepetitie te zitten. Op een gegeven moment wordt het effect van aanzwellende roffel bij een muzikale climax een tikje afgezaagd, maar Parry en Kleinjan halen het maximale uit hun partij. Het valt hen niet aan te rekenen dat je toch even de omhelzing van een orkest mist. Daarbij moet het knap lastig zijn op zo’n afstand en zonder dirigent een eenheid te vormen met de zangers, maar ook dat gaat eigenlijk prima.

Lees ook: Opera in pocketvorm heeft zeker toekomst bij Reisopera

Extra puur

Het voordeel van zo’n summiere muzikale begeleiding is wel dat de zang alle spotlight krijgt. Zinzi Frohwein zingt een prachtig beminnelijke Mimì, en je gelooft de liefde tussen haar en Denzil Delaere met zijn soepel slanke tenor volkomen. Gurgen Baveyan levert een krachtige Marcello: om verliefd op te worden. Hij is een lekker koppel met de stralende Musetta van Gloria Giurgola.

De regie vertoont soms wat zwaktes (steeds wordt hetzelfde schilderij van Marcello in opwellingen van woede kapotgemaakt en later aan elkaar geplakt). Maar op de belangrijke momenten ondersteunt de enscenering de eenvoud van de mooiste scènes. Zo is vanaf het begin aan duidelijk dat deze opera zich bij uitstek leent voor een gestripte uitvoering. Het is ook een simpel verhaal, niet over goden of prinsen, maar over beslommeringen als geldgebrek en jaloezie, geflirt en geruzie, verliefdheid en ziekte. Gewoon. Zoals ieder leven. De focus op het persoonlijke drama, ontdaan van opsmuk, maakt zo’n uitgeklede versie niet kaal maar extra puur.