Minister Hoekstra overtrad geen wet, maar was blind voor morele vraag

Pandora Papers Wopke Hoekstra staat op een lijst waar je niet op wilt staan: een opsomming van personen die hun geld stallen in of investeren via belastingparadijzen. En dat terwijl het CDA ageert tegen belastingontwijking.

De naam van Wopke Hoekstra (minister van Financiën, CDA) prijkt op een lijst met namen van prominenten die hun geld stallen in of investeren via belastingparadijzen.
De naam van Wopke Hoekstra (minister van Financiën, CDA) prijkt op een lijst met namen van prominenten die hun geld stallen in of investeren via belastingparadijzen. Foto David van Dam

„Da accusatore ad accusato”, schrijft een Italiaanse nieuwssite over Wopke Hoekstra – van aanklager tot beklaagde. De naam van de CDA-leider en minister van Financiën prijkt sinds zondag op een lijst waar de meeste bewindspersonen niet op willen staan: één met politici en andere hoogwaardigheidsbekleders die hun geld stallen in of investeren via belastingparadijzen. Hoekstra staat tussen onder meer Hamad bin-Jassim Al-Thani, sjeik van Qatar, Sebastián Piñera, president van Chili, Denis Sassou Nguesso, president van Congo en Guillermo Lasso Mendoza, de president van Ecuador. De lijst kwam naar buiten via het journalistencollectief International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) – in Nederland via de betrokken media Trouw, Het Financieele Dagblad en Investico.

Sommige Italiaanse media, zoals het magazine L’Espresso, betrekken er de hardvochtige houding bij van Hoekstra tijdens het hoogtepunt van de coronacrisis. De economieën van Zuid-Europese landen waren hard geraakt, andere Europese landen waren bereid financiële steun te bieden maar Wopke Hoekstra hield de hand op de knip. Hij wilde eerst voorwaarden stellen aan hervormingen en weten waarom die landen geen buffers hadden opgebouwd. Hoekstra wees ze daarmee dus op de gebreken in hun eigen financiële huishoudboekje en nu ligt dat van hem op straat.

Geen regels overtreden

In de gelekte documenten waarover sinds zondag wordt gepubliceerd, de zogeheten Pandora Papers, is Hoekstra het Nederlandse haakje. Hij investeerde in 2009 tijdens de eurocrisis ruim 25.000 euro in het bedrijf van een vriend, dat safarivakanties aanbiedt in Afrika. De belegging verliep via een brievenbusfirma op de Britse Maagdeneilanden, dat bekend staat als een van de grootste belastingparadijzen ter wereld.

Hoekstra bezat de aandelen nog toen hij in 2011 begon als senator voor het CDA – hij was woordvoerder Financiën en vice-voorzitter van de gelijknamige commissie – maar maakte er geen melding van aan de Eerste Kamer. Als senator dacht Hoekstra wel mee over de internationale strijd tegen belastingontwijking.

Pas in 2017, een week voordat hij werd beëdigd als minister van Financiën, verkocht Hoekstra zijn aandelen. Het rendement, zo’n 4.800 euro, doneerde hij naar eigen zeggen aan een goed doel.

Hoekstra verdedigde zich na de publicaties over zijn investeringen door op Twitter te stellen dat hij geen fiscaal woordvoerder was in de Eerste Kamer, geen regels voor senatoren heeft overtreden en de investeringen altijd vermeldde in zijn belastingaangifte. Hoekstra stelt ook dat hij voordat hij minister werd „al deze informatie deelde met de landsadvocaat en derhalve met de formateur” – dat was Mark Rutte. En: „Ik heb mij twaalf jaar geleden niet gerealiseerd waar het bedrijf gevestigd was. Daar had ik mij achteraf natuurlijk beter in moeten verdiepen.”

Bij dat laatste punt zijn vraagtekens te plaatsen. Andere investeerders in hetzelfde project zeggen tegen Trouw, een van de kranten die over de documenten beschikt, dat de vestigingsplaats wel degelijk op de officiële stukken van het bedrijf stond. Hoekstra meldt aan Trouw dat hij nooit jaarverslagen las van het bedrijf waarin hij had geïnvesteerd. Maar als Hoekstra stelt dat hij niet wist dat hij had geïnvesteerd via een belastingparadijs, dan blijft de vraag: waar stelde hij de landsadvocaat in 2017 dan van op de hoogte?

Voornemen in het regeerakkoord

Toen hij minister van Financiën werd, committeerde Hoekstra zich aan het regeerakkoord van het derde kabinet Rutte. En dus ook aan het voornemen dat daarin staat: het kabinet wilde zich er „internationaal voor inzetten dat belastingparadijzen worden aangepakt” en zelf „het goede voorbeeld geven” door maatregelen te treffen: „een bronheffing op rente en royalty’s op uitgaande stromen naar landen met zeer lage belastingen (low tax jurisdictions)”.

In het kort: als minister probeerde Hoekstra aan te pakken, wat hij tot een week voordat hij werd beëdigd als minister zelf in stand hield, door er gebruik van te maken. Alsof een minister van Justitie voor zijn beëdiging een coffeeshop runt om vervolgens het gedoogbeleid aan banden te willen leggen.

Hoekstra lijkt vooralsnog geen regels te hebben overtreden, maar politiek gaat ook over moraal – zeker in het CDA, de partij die hij sinds december leidt. Overigens was de aanpak van belastingontwijking onderdeel van het takenpakket van de staatssecretaris: eerst Menno Snel, maar toen die vanwege de Toeslagenaffaire opstapte, werd dat Hans Vijlbrief.

Hoekstra overtrad de regels niet maar was ook blind voor de morele vraag. Volgens het systeem maakte hij geen fouten, maar als iets mag, moet je het dan ook willen?

CDA is tegen

Niet volgens de partij die Hoekstra leidt. Het CDA is uitgesproken over belastingontduiking en ontwijking. Dat laatste is overigens in Nederland niet strafbaar. In het verkiezingsprogramma van 2017 schreef het CDA dat Nederland „stevig moet optreden tegen bedrijven en multinationals die met slimme constructies belasting ontwijken of ontduiken”. De partij wilde dat er Europese afspraken gemaakt zouden worden zodat bedrijven „niet langer hun toevlucht [zouden] zoeken in allerlei belastingparadijzen.” En: „In Nederland kunnen we strenger zijn bij het misbruik van het eigen netwerk van belastingverdragen.”

In het meest recente verkiezingsprogramma van het CDA, van dit jaar, zijn die passages geschrapt en vervangen door de ambitie dat internationaal opererende bedrijven belasting betalen in het land waar ze winst behalen. „Binnen de OESO maken we stevige afspraken over een eerlijker belasting voor internationaal opererende bedrijven en als dit te lang duurt, zijn Europese afspraken mogelijk.”

Het programma is concreter over de aanpak van de Nederlandse rol in het faciliteren van belastingontwijking. „We nemen verdere stappen om geen doorstroomland meer te zijn. Er is geen plek voor brievenbusmaatschappijen zonder reële economische activiteiten. Zo kan de trustsector niet langer domicilie verlenen of bestuurders leveren aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen.”