Kabinet maakt geld vrij voor handhaving lachgasverbod

Lachgas In maart besloot demissionair minister Ferd Grapperhaus (Justitie, CDA) het verbod voorlopig af te houden, omdat er geen geld voor handhaving beschikbaar was.
Een lachgasverbod wordt naar verwachting in het voorjaar van 2022 ingevoerd.
Een lachgasverbod wordt naar verwachting in het voorjaar van 2022 ingevoerd. Foto David van Dam

Het demissionaire kabinet maakt structureel 14 miljoen euro vrij voor de handhaving van het lachgasverbod, dat naar verwachting in het voorjaar van 2022 wordt ingevoerd. Dat schrijft demissionair minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus (CDA) in een brief aan de Tweede Kamer op maandag. In maart besloot hij het verbod juist voorlopig op de lange baan te schuiven, omdat er geen handhavingsgeld was in de begroting van het ministerie.

Het feit dat de financiering nu rond is, betekent dat het kabinet nu een volgende stap in het „belangrijke wetgevingstraject” kan zetten, staat in de Kamerbrief. De handhaving van een verbod op lachgas is duurder dan bij andere drugs, zegt een woordvoerder van het ministerie van Justitie en Veiligheid, omdat lachgas ook regulier gebruikt wordt, zoals in ziekenhuizen en de voedselindustrie. De handel is dus niet altijd verboden. Met het bedrag van 524 miljoen euro dat het demissionaire kabinet op Prinsjesdag beschikbaar stelde voor de aanpak van ondermijnende criminaliteit komt ook geld voor de handhaving van lachgas beschikbaar.

Een aantal grote Nederlandse steden, waaronder Rotterdam, Arnhem en Amsterdam, kwam zelf al met lachgasverboden. In Den Haag werd het in oktober 2020 al verboden lachgas te gebruiken in openbare ruimtes. In Utrecht is er in wijken waar de drug de meeste overlast veroorzaakt al een verbod.

Lees ook: Verbod lachgas creëert mogelijk markt voor criminelen