Reportage

Om arme Haagse buurten ‘vitaler’ te maken, wordt er gesloopt

Stadsgroei Het aantal inwoners van Den Haag groeit snel, tot ruim 600.000. Om daar ruimte voor te maken zijn met name armere buurten onderhevig aan drastische bouw-, sloop- en renovatieplannen.
Deepak Krishnasing en Nico van Biesen op de stoep van kringloopwinkel De Kleine Beurs.
Deepak Krishnasing en Nico van Biesen op de stoep van kringloopwinkel De Kleine Beurs. Foto David van Dam

Ze zitten op de stoep voor De Kleine Beurs, de kringloopwinkel van Nico van Biesen. Deepak Krishnasing wijst op een vrouw die net een zak vol handtassen heeft gebracht. „Als je met haar bent, Harrie, krijg je vast een grotere woning toegewezen. En ze heeft ook nog een mooi autootje.”

Harrie Hagedoorn strijkt over zijn kalende hoofd. „Ik moet er niet aan dénken, weer samenwonen”. Bovendien; de zeventigplusser heeft al wat op het oog. Een eengezinswoning met tuintje, iets verderop in stadsdeel Den Haag Zuidwest. Dat heeft hij het liefste, dat hij in de buurt kan blijven wonen: „Alle buren kennen elkaar hier.”

Ze zitten er vaak, Deepak en Harrie, voor de winkel van Nico. Op stoelen van de kringloop. Koffie erbij, sjekkie. Iedereen die langs loopt, wordt begroet, een onbekende er zo uitgepikt.

Deepak zegt: „We letten op elkaar.”

Nico: „Als mensen wat vaker komen, laten ze dingen los. Wat ze niet weten, pakken we hier op. De voedselbank, daar probeer je mensen naar door te wijzen. De Ooievaarspas [een Haagse pas voor minima, met onder meer kortingsregelingen], regelen we voor ze.”

Hij zegt: „Die sociale types, die zie je één of twee keer. Dan komt zo’n studentenmeisje met goede bedoelingen langs, die borduurt dan niet verder. Dat raakt niet vertrouwd.”

En nu krijgt hij vragen over De Sloop. Met een hoofdletter uitgesproken.

Want de gemeente, in samenwerking met woningcorporatie Staedion en bouwer Heijmans, wil van de buurten Zichten, Dreven en Gaarden in stadsdeel Zuidwest „betere en mooiere buurten” maken. Daarvoor worden ze gesloopt, vernieuwd en verdicht door er meer woningen te bouwen. Omdat Den Haag de komende twintig jaar groeit naar ruim 600.000 inwoners zijn er meer woningen nodig.

Toen Zuidwest na de oorlog werd gebouwd, was er een sterk geloof in een maakbare toekomst. De beroemde architect en stadsplanner Willem Dudok zette het stadsdeel ruim op, met veel groen en per buurt sterke voorzieningscentra – met een kerk, winkelcentrum en scholen. Ambtenaren, leraren en middenstanders gingen er wonen, in wijken met optimistische namen als Morgenstond en Bouwlust. Zij trokken de afgelopen decennia weg naar elders, de huidige bewoners hebben die keuze niet. Met hun lage inkomens kunnen ze vaak alleen in Zuidwest terecht.

Lees ook: ‘Mensen pleuren hier letterlijk dingen over de reling van de flat’

Langzaam belandde Zuidwest op alle slechte lijstjes. Er is armoede en werkloosheid, er zijn onderwijsachterstanden, mentale en fysieke gezondheidsproblemen.

Het optimisme moet terug, vindt het stadsbestuur. Van het Rijk heeft Den Haag 7,5 miljoen euro gekregen, als onderdeel van de ‘regiodeals’, die de afgelopen jaren door het kabinet werden gesloten om de leefbaarheid in gebieden te verbeteren. De gemeente vulde dat aan met nog eens 10 miljoen. Het geld wordt besteed aan sociaal-maatschappelijke projecten, om bewoners aan het werk of een opleiding te helpen, om ze gezonder te maken en de sociale cohesie in de buurten te vergroten.

Betere mix nodig

Het ingrijpendste project is er een van steen: in Dreven, Zichten en Gaarden worden alle 2.000 woningen van Staedion gesloopt of – in 300 gevallen – gerenoveerd. Daarnaast worden in de drie buurten nog eens 3.500 huizen bijgebouwd. Sociale huurwoningen, maar ook huurwoningen in de vrije sector en koophuizen. Nu bestaat 67 procent uit sociale huur. Om de „problematiek van de buurten aan te pakken, is een betere mix [van bewoners] nodig”, vindt de gemeente. De verdichting draagt bovendien bij aan de enorme woningvraag in de snel groeiende stad.

Het is het grootste, meest drastische sloop- en bouwprogramma sinds in de jaren tachtig de Schilderswijk werd gerenoveerd. De buurten moeten „groene compact stedelijke woonmilieus worden, die klimaatadaptief worden ingericht”. De planning is dat de eerste sloopwerkzaamheden in 2023 beginnen, in 2040 moet het project zijn afgerond.

„Vitaal” is het woord dat in het gemeentelijke ‘ambitiedocument’ wordt gebruikt, zo moeten de buurten eruit komen te zien.

Harrie zegt: „Hun bepalen het aanzicht van onze wijk.”

Deepak: „Het wordt hier vijf tot tien etages hoog.” Nu staan er veel kleine woningen met één verdieping.

Nico: „Ze zullen de beste bedoelingen hebben. Maar ik wil nog wel eens zien of het een betere buurt wordt.”

Harrie: „Ik was technisch tekenaar. Op papier kan je de mooiste dingen maken.”

Hij erkent dat het vroeger wel beter was in Zichten. „Toen had je hier normale winkels. Daar zat een slager, daar een bakker, en een schoenmaker.” Hij woont er al veertig jaar, in de etage erboven. Onder de lage overkapping zitten naast de kringloopwinkel nu een hondentrimsalon, een fietsenmaker, twee kappers en een Poolse supermarkt.

Veel bewoners begrijpen dat er iets moet gebeuren. Deepak wijst een ‘Polenhotel’ aan – de buurt ligt dichtbij het Westland, waar een grote vraag naar arbeidsmigranten is. Harrie vertelt over zijn buurman: „Dan zegt de ggz-instelling: ‘als er iets met hem is, meteen 112 bellen’.” Nico heeft het over de „stuk of tien” drugspanden. „De wijkagenten doen hun stinkende best, maar al die zorgfiguren kosten hun tijd.”

En dan hun eigen huizen – die zijn gehorig en vochtig. Deepak is „wel toe aan vernieuwing”. „Als je iets wilt ophangen, sla je zo een gat in de muur. Ik heb lekkage en veel enkel glas.” Hij lacht: „Misschien krijg ik wel iets met een lift.” En dan: „Maar je weet niet wat je terugkrijgt, hè. Wie je ervoor terugkrijgt.”

Zulke geluiden hoor je ook elders in Dreven, Zichten en Gaarden. In de laatste wijk, waar de flats hoger zijn, staat Abied Guman te wieden in een moestuin tussen de gebouwen. Hij zegt: „Ik ben bang dat ze zooitjes gaan plaatsen en dit is zo’n vreedzame wijk.” Mensen met een psychiatrische aandoening, bedoelt hij.

‘We hebben binnentuinen nodig’

Pompoenen kleuren oranje, die gaan straks naar de voedselbank. Kruiden groeien welig, bloemen trekken vlinders en insecten. De MengelMoestuin is een van de regiodealprojecten, om sociale cohesie te vergroten. Abied wijst om zich heen: „Dit is wat we nodig hebben: binnentuinen, ontmoetingsplekken.” In de flats leven mensen langs elkaar heen, zegt hij. „Ik heb een alarm dat soms afgaat. De buren komen niet even kijken wat er gebeurt. Maar hier in de tuin is er saamhorigheid.” Trots zegt hij: „Ik wist niet dat ik groene vingers had, maar alle zaadjes komen uit.”

Harrie Hagedoorn is gedwongen te verhuizen vanwege de aanstaande renovatie. Foto David van Dam

„De tuin brengt verbintenis”, zegt ook Asha de Vieramdat. Ze heeft gehoord dat er na de sloop nog alleen groen op garagedaken zal zijn en „bomen in bakken”. Om te kunnen verdichten en aan de parkeervraag te voldoen, worden garages gebouwd met daarop „collectief groen”. De gemeente belooft dat de wijken groen blijven. Asha stampt met haar voet op de grond. „De aarde gaat weg.”

Het voelt symbolisch. „De mensen zijn bang dat ze uit elkaar worden gerukt. De meesten wonen hier twintig, dertig jaar. Hun kinderen zijn hier geboren.” Zelf woont ze nog niet zo lang in de buurt. Ze zegt: „Ik begrijp de angst wel.”

Terugkeergarantie

De verantwoordelijke wethouder en woningcorporatie Staedion garanderen dat iedereen kan terugkeren in een passende woning. „Elke bewoner heeft een terugkeergarantie”, zei wethouder Martijn Balster (wonen en Zuidwest, PvdA) tijdens een raadsvergadering. De nieuwe woning moet wel passen bij de samenstelling van het huishouden en de portemonnee. Dit kan dus betekenen dat iemand een ander soort woning krijgt toegewezen dan waarin hij nu woont. Dat buren weer naast elkaar komen te wonen, is geen garantie.

De eerste bewoners hebben met Staedion ‘een keukentafelgesprek’ gehad over wat er met hun huis gaat gebeuren, of en waarheen ze moeten verhuizen. In Gaarden is Abied Guman blij dat hij snel zo’n gesprek heeft en zijn wensen kan neerleggen. Hij prijst de informatiebijeenkomsten. In Zichten moppert Harrie Hagedoorn juist dat Staedion geen antwoorden heeft.

De buurtwinkel van Staedion, waar wekelijks een spreekuur is over de plannen, zit vlak naast de kringloopwinkel. Ze geven daar „workshops”, zegt Deepak. Nico: „Over hoe je de toekomst van de wijk ziet. Mensen zijn het bokje, ze willen eerst weten wat er nu en tijdens de sloop met hen gebeurt. Ze zijn helemaal niet met het verhaal daarna bezig. Dat komt pas als de eerste nieuwe flat is gebouwd.”