Opinie

Hou je kat vaker binnen

Frits Abrahams

De stichting Huiskat Thuiskat wil met een proefproces tegen de overheid bereiken dat katten niet langer los buiten komen. Ik heb nog geen tijd gehad voor een opiniepeiling onder de Nederlandse, laat staan de buitenlandse, katten, maar ik neem aan dat ze mordicus tegen zijn.

„Altijd binnen, hoezo? Wij zijn geen parkieten!”

„Zouden jullie thuis eeuwig met een enkelband willen zitten?”

„Jullie trappen de hele natuur kapot en wij mogen niet eens een luchtje scheppen?”

„Vergelijk die slachthuizen van jullie met die paar vogeltjes die wij toevallig tegenkomen.”

In Het Parool zei jurist Roel van Dijk namens de stichting Huiskat Thuiskat: „De minister is verplicht om te handhaven als beschermde diersoorten schade wordt toegebracht. Ook als het gaat om indirecte schade door loslopende katten.” Daarom eist de stichting van demissionair minister Carola Schouten dat zij optreedt tegen katteneigenaren.

De stichting baseert zich daarbij op onderzoek van twee rechtswetenschappers van de Universiteit van Tilburg. Zij kwamen tot de conclusie dat huiskatten volgens het Europees natuurbeschermingsrecht helemaal niet buiten mogen lopen. Van Dijk: „Het probleem is dat deze regels door de overheid niet worden gehandhaafd. Drie miljoen katten hebben drie miljoen baasjes. Niemand wil er zijn vingers aan branden. De politiek grijpt niet in.”

Lees ook Als het aan de vogel lag… bleef de kat binnen

Als kattenliefhebber (nee, op dit moment geen eigenaar, maar nog weduwnaar) zit ik lelijk met deze kwestie in mijn maag. Lang heb ik de kat de hand boven het kopje gehouden, maar helaas spreken de feiten hun eigen onweerlegbare taal. De Nederlandse katten zouden jaarlijks minimaal 17 miljoen vogels doden. Deze schatting deed Chris Smit, hoogleraar ecologie en natuurbeheer in Groningen, al in juni van dit jaar in een artikel van Gemma Venhuizen in NRC.

17 miljoen!

Allemaal vogeltjes die ze „toevallig” zijn tegengekomen.

Hierover zal een hartig woordje moeten worden gesproken met onze lievelingen en, niet te vergeten, hun eigenaren. Huiskat Thuiskat roept katteneigenaren op om zich als belanghebbende partij voor zo’n proefproces aan te melden. Dat gaat mij persoonlijk te ver, maar ik zie wel het nut van gerichte maatregelen.

In vakblad Dierenhulpverlening deed Smit een aantal praktische suggesties. Je kat ’s nachts binnen of in een ommuurde tuin houden, ook overdag als er in de buurt kuikens geboren zijn; katten aanlijnen of een kraag – effectiever dan een belletje – aandoen als ze naar buiten gaan; katten net als honden verplicht chippen en registreren. Ook nuttig: katten, te beginnen bij kittens, trainen om zoveel mogelijk binnen te leven.

Die laatste suggestie is mij als stadsbewoner uit het hart gegrepen. Vooral de katteneigenaren uit drukke stadswijken zouden zich aangesproken moeten voelen. Op mijn wandelingen door de stad zie ik steeds vaker katten zoekend ronddarren, duwend tegen gesloten deuren, hulpeloos miauwend naar passanten. Baasje is niet thuis, baasje komt pas vanavond laat uit het café, want baasje heeft liever een ‘kater’ dan een kat. Steeds vaker ook lees ik berichten van vermissing.

Het lijkt me geen realistische eis om alle katten altijd thuis te laten leven, maar in sommige omstandigheden is er geen andere keus.