Geen onvertogen woord bij viering 70 jaar televisie

Zap Dit weekeinde blikte de publieke omroep uitvoerig terug op zeventig jaar Nederlandse televisie. Helaas, aan zelfreflectie kwamen de programma’s niet toe.

Joop den Uyl bij André van Duin in de oud-en-nieuwshow ‘Dag 80, hallo 81’ (1980).
Joop den Uyl bij André van Duin in de oud-en-nieuwshow ‘Dag 80, hallo 81’ (1980).

‘De televisie is een tiran die de geest kan doden!” Zo waarschuwde staatssecretaris Jo Cals (Kunsten) op 2 oktober 1951 tijdens de allereerste Nederlandse televisie-uitzending. Aansluitend werd die avond inderdaad een documentaire over het maken van kerkklokken uitgezonden: Het lied van de klok.

Dit weekeinde vierde de publieke omroep op alle zenders uitbundig en langdurig het zeventigjarig jubileum van de Nederlandse televisie, met voor iedere genre een aparte terugblik: levensbeschouwing, satire, consumentenrubrieken, actualiteiten, politiek, cultuur, kinder-tv, sport, muziek. Televisie kijkt graag naar zichzelf, dus Hilversum had ongetwijfeld een topweekend. En een partypooper als Jo Cals was er dit keer niet bij: over het medium zelf geen onvertogen woord. Zelfs geen contemplatieve gedachte, als bijvoorbeeld: ‘doen we er straks nog toe, nu de kijkers even oud zijn als het medium?’

Van nederig naar onbeschoft

Potentieel spannend was de uitzending over de verhouding tussen televisie en politiek. Die ging van de nederige verslaggeving uit de beginjaren („Heeft u een goede reis gehad, excellentie?”) naar de onbeschofte overvaltechnieken van deze eeuw („Hebben we nog geneukt?”). Vroeger kon een politicus er voor kiezen om niet op tv te komen, maar sinds de komst van Den Haag Vandaag (1970-2010) worden ze dagelijks achtervolgd door de wandelgangen van het Binnenhof. Inmiddels is televisie voor de politiek essentieel geworden. Voormalig VVD-leider Hans Wiegel kwam vertellen hoe innig de tv-camera en hij van elkaar hielden. Dat vertelde hij ook al in 2001, bij het vijftigjarig jubileum. En over vijf jaar, bij het 75-jarig jubileum, zal hij het ongetwijfeld weer vertellen.

Oud-politicus Ton Elias en parlementair verslaggever Frits Wester legden uit hoe je een politicus mediatraining kan geven. Wiegel vond dat allemaal onzin, maar ja, hij is een natuurtalent. Voormalig PvdA-leider Job Cohen werd getoond als hopeloos geval. Even daarvoor hadden we voormalig PvdA-leider Joop den Uyl al ongemakkelijk zien grijnzen naast André van Duin. Je zag hem denken: „waar heb ik me nu weer in laten lullen?”

Hup, klaar, volgende onderwerp. Het nut en het probleem van mediatraining bleven zo onbesproken. Zo’n training kan politici helpen om beter contact te maken met de burgers. Het nadeel is dat alleen mediagenieke politici overleven, en dat zijn niet per se de beste. Gevoegd bij het groeiende leger voorlichters heeft mediatraining bovendien veel politici aalglad gemaakt, en daardoor eigenlijk onbruikbaar voor televisie.

Excellentie Mark Rutte

Heel even werd het groeiende wantrouwen tegen zowel pers als politiek behandeld. Elias stelt dat de burgers journalisten en politici zien als „onderdeel van dezelfde kliek, de elite”. Hier had de hand in eigen boezem gekund, maar de geïnterviewde mannen konden slechts niet-begrijpend hun schouders ophalen.

„De parlementaire journalistiek ontwikkelde zich van gedienstig tot zeer kritisch”, zo vatte het programma zichzelf samen. Geldt dat ook voor politiek op televisie? In verkiezingstijd vindt een talkshow als Op1 het geen probleem om een hele uitzending aan excellentie Mark Rutte te schenken. Omdat ophef en vertier boven alles gaan, en de angst om partijdig te zijn diep zit, heeft de televisie eerst de radicaal rechtse leider Thierry Baudet groot gemaakt, en doet ze nu hetzelfde met landbouwlobbyist Caroline van der Plas. Op1 vindt het ook geen probleem om Baudet te laten interviewen door diens vakantievriend Jort Kelder, die hem in het verleden heeft geholpen met zijn propagandafilmpjes.

Natuurlijk, dat is allemaal verleden tijd. Maar ter ere van het zeventigjarig jubileum mogen we nog één keer terugblikken.