Opinie

Dreigt miljardenverlies op de coronasteun?

Menno Tamminga

Fini. Voorbij. Tot ziens in de volgende crisis. De afkortingen van de overheidsmaatregelen om de economische gevolgen van de pandemie te bestrijden, kunnen een tweede leven beginnen als scrabblewoorden. NOW. TVL. TOGS. Tozo. Officiële rekenmeesters als het Centraal Planbureau (CPB) en het IMF hebben de onconventionele maatregelen in evaluaties inmiddels hun zegen gegeven. De steun deed wat ’ie moest doen: werkgelegenheid redden, een economische crisis voorkomen. Eind goed, al goed?

Nee.

De miljardenverliezen moeten nog komen.

Lees ook deze snapshot van de economie: De steunmaatregelen vervallen. Is de economie daar klaar voor?

Met ingang van 1 oktober jongstleden kunnen ondernemers in de meeste bedrijfstakken geen nieuwe steun meer aanvragen. Per diezelfde datum moeten bedrijven weer belastingen en sociale premies betalen. Ze mochten betaling ervan tot dan toe uitstellen. Vanaf 1 oktober 2022 moeten ondernemingen de door het uitstel opgelopen schuld aan de overheid ook echt aflossen. Daar mogen ze maximaal zestig maanden over doen.

De economie en de steunmaatregelen laten een paradoxaal beeld zien. De bedrijvigheid herstelt zich, met een groeiraming van het CPB voor dit jaar van 3,9 procent, en van 3,5 procent in 2022. Toch lopen de bedragen die gemoeid zijn met de steunmaatregelen nog steeds op. In de Miljoenennota 2022 rekent demissionair minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) bijvoorbeeld op nog eens 2,7 miljard euro aan uitgaven voor de loonsubsidieregeling NOW die bedrijven mogen aanvragen bij een omzetverlies van 20 procent of meer. De regeling is wel stopgezet, maar de uitgekeerde bedragen van de afgelopen kwartalen zijn voorschotten. Als het omzetverlies toch hoger uitgevallen blijkt, stijgt ook de definitieve steun. Dit en vorig jaar ging het om bijna 21 miljard euro NOW-steun.

Op de vraag hoe groot de verliezen door deze steunmaatregelen voor de schatkist kunnen zijn als bedrijven failliet gaan, geeft de Miljoenennota geen uitsluitsel. Dat doet minister Hoekstra wel bij een andere steunmaatregel, die doorgaans weinig publiciteit krijgt: het uitstel van belasting- en premiebetalingen.

Ook dit bedrag loopt gestaag op. In de Miljoennennota is het 19,2 miljard euro (stand: 1 september). In de beantwoording van vragen uit de Tweede Kamer (per 2 oktober) over die Miljoenennota is het al 19,5 miljard euro.

Om de gedachten te bepalen: het bedrag aan uitgestelde belastingen en sociale premies is al bijna net zo groot als de 21 miljard NOW-steun.

Voor bedrijven is deze 19,5 miljard euro gratis geld: ze betalen geen rente. Je hoeft ook geen lastige vragen te beantwoorden waarom de schuld oploopt, zoals een bank zou doen als het om kredieten gaat.

Welke bedrijven profiteren van het belasting- en premie-uitstel? Helaas, dat is fiscale informatie die niet openbaar is. Statistiekbureau CBS gaf een bescheiden indicatie van de stand per 4 juni, toen de schuld ruim 17 miljard euro was. Bijna de helft van het belasting- en premie-uitstel kwam voor rekening van bedrijven met minder dan vijftig werknemers. Bijna een derde was nog niet betaald door bedrijven met 250 of meer werknemers.

De Miljoenennota raamt het oninbare bedrag van deze hele schuld op 1,5 miljard euro. Dat lijkt me rijkelijk optimistisch. Het ministerie verwacht de laatste terugbetalingen, ongeveer 1,4 miljard euro, in 2027 te ontvangen. Tussen nu en 2027 kan zomaar een economische recessie plus wanbetalingsgolf optreden. Bovendien: met het toeslagenschandaal in het Kamergeheugen kunnen de Belastingdienst en het ministerie van Financiën zich geen botte incasso’s permitteren.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.