Opinie

De kleren van keizer Zuckerberg

Karel Smouter

Bijna drie miljard wereldbewoners maken intussen meer dan eens per maand gebruik van Facebook, WhatsApp of Instagram. Stuk voor stuk producten uit de stal van Mark Zuckerberg, de man die volgens een recent artikel in The Atlantic over alle kenmerken van een alleenheerser beschikt, behalve een territorium.

Het artikel werpt de vraag op of we Facebook nog wel als een bedrijf moeten zien nu zoveel aardbewoners zich vrijwillig met heel hun hebben en houden bij dit imperium hebben aangesloten. Een kosmocratie noemt auteur Adrienne LaFrance het, die de verwezenlijking lijkt van Einsteins utopie uit 1947 van een wereldregering die het gevaar van de atoombom moest bezweren.

Grote woorden als deze klinken vaak erg overtuigend. Maar wie zag hoe het bedrijf vorige week door de mangel gehaald werd door de Amerikaanse senaat, zag dat keizer Zuckerberg steeds minder kleren draagt.

Ja, Facebook is machtig, maar kijk bijvoorbeeld eens hoe snel het raderwerk ineens stokte toen het bedrijf vorige week halsoverkop moest besluiten de ontwikkeling van Insta Kids – Instagram voor prepubers – stop te zetten. Het bedrijf moet zich intussen verweren tegen een barrage van onthullende artikelen in The Wall Street Journal.

De betrekkelijkheid van Facebooks veronderstelde almacht wordt nog het best weerspiegeld door de stroom aan advertenties die het bedrijf deze weken laat plaatsen. Uitgerekend in het medium dat Facebook volgens veel waarnemers wel even naar de geschiedenisboeken zou concurreren: de papieren krant. Ook lezers van NRC kunnen soms op de ene pagina lezen hoe Facebook onder vuur ligt en vijf pagina’s verder volgen hoe het bedrijf ondernemers met elkaar verbindt. Facebook kondigde afgelopen vrijdag een groot publiciteitsoffensief aan voor een beter imago. Met het zogenoemde Project Amplify wil het de positieve verhalen benadrukken die er óók te vertellen zijn.

Maar misschien is er méér aan de hand dan een bedrijf dat zijn imago probeert op te poetsen. Ook YouTube – onderdeel van Google – is weliswaar oppermachtig, maar haalt toch steeds vaker bakzeil. Zo kondigde het vorige week aan video’s met misinformatie over vaccins voortaan zonder pardon te verwijderen.

Zou het zo kunnen zijn dat deze bedrijven langzaam maar zeker aan het leren zijn wat ook traditionele mediabedrijven ooit moesten leren? Dat ze het belang van fenomenen als redactie, curatie en moderatie gaan zien en het gevaar van commerciële inmenging in dat soort processen?

In een wijs artikel op de website TechDirt stelt auteur Mike Masnick dat Facebook noch helemaal kwaadaardig is, noch volkomen incompetent. Om het in Facebooktaal te zeggen: it's complicated. De suggestie van een quick fix is bovendien een vorm van precies het soort hoogmoed dat Facebook al zoveel problemen bezorgde.

Zo bekeken gun je Keizer Zuckerberg nu hij langzaam de 40 nadert – hij is 37 – vooral het inzicht dat een vorst de beperkingen van zijn macht moet accepteren. En een volk, journalisten incluis, dat hem daar zo nu en dan aan herinnert.