Na opa Cesare en clublegende Paolo is het nu de beurt aan de derde Maldini bij AC Milan

De drie Maldini’s Na Cesare en Paolo debuteerde (klein)zoon Daniel Maldini in de basis bij Milan. Ook rechtsbenig, zelfde kleur ogen, bescheiden. Anders dan zijn (groot)vader geen verdediger.

Van links naar rechts: Cesare Maldini, Paolo Maldini en Daniel Maldini.
Van links naar rechts: Cesare Maldini, Paolo Maldini en Daniel Maldini. Foto Maurizio Borsari

‘Sempre Maldini’, kopte La Gazzetta dello Sport vorig weekend. ‘Voor altijd Maldini’. Aanleiding was het openingsdoelpunt van de 19-jarige Daniel Maldini tijdens zijn debuut in de basis van AC Milan in de competitiewedstrijd bij Spezia.

De kleinzoon respectievelijk zoon van Cesare en Paolo Maldini trad in de voetsporen van zijn vader, de huidige technisch directeur die op de eretribune in La Spezia goedkeurend toekeek. Opa Cesare, die veel jeugdwedstrijden van Daniel bezocht, overleed in 2016 op 84-jarige leeftijd. „Het luidste applaus kwam van boven, Cesare zag vanaf zijn wolk dat het goed was”, schreef dezelfde La Gazetta dello Sport.

‘Il Maldinasty’, zoals andere kranten kopten. Drie rechtsbenige spelers met bijna dezelfde, voor Italianen bovengemiddelde lengte: tussen de 1,83 en 1,87 meter. Nog kenmerkender voor de drie Maldini’s: hun grijsblauwe ogen.

Drie generaties in het beroemde rood-zwarte shirt van Milan, het is nooit eerder vertoond en sowieso vrij zeldzaam. De drie Koemannen (wijlen Martin, zoon Ronald en kleinzoon Ronald) vormen in Nederland de uitzondering die de regel bevestigt. Al was opa Martin (GVAV) geen topspeler en is kleinzoon Ronald junior (Telstar) evenmin een topkeeper.

Nee, dan de drie Maldini’s. Cesare won als aanvoerder van de rossoneri vier landstitels en in 1963 de Europa Cup 1. Als trainer won hij met Milan in 1973 de Europa Cup 2. Hij speelde 25 interlands en was later bondscoach van het Italiaanse elftal waarmee hij op het WK in 1998 in de kwartfinales strandde. Ook met Paraguay plaatste hij zich voor de knock-outfase van een eindronde, in 2002. Zijn hoogtepunt als trainer had hij - achteraf beschouwd – al in 1982 gevierd. Toen won hij als assistent van bondscoach Enzo Bearzot met de Azzurri de wereldtitel. Als bondscoach van Jong Italië werd hij in de jaren negentig Europees kampioen.

Robuuste verdediger

Cesare Maldini was „een sterke, robuuste verdediger”, weet David Endt, behalve manusje-van-alles bij Ajax een kenner van het Italiaanse voetbal. „Ik had in mijn kinderkamer een spectaculaire actiefoto van Cesare aan de muur hangen”, zegt Endt, die overigens supporter is van stadgenoot Inter.

Anders dan Paolo en Daniel was Cesare geen geboren Milanees, hij speelde ook voor meerdere profclubs. Cesare groeide op in Triëst, „waar het volk bekend staat als hard en eerlijk”, aldus Endt, „precies zoals Cesare voetbalde”. Later speelde hij nog een jaar voor Torino.

Het scheelde weinig of ook Paolo had in Turijn gevoetbald. Hij was nog een puber toen Juventus voorzichtig informeerde bij zijn vader. Of zijn zoon een contract bij de ‘Oude Dame’ wilde? Cesare ging niet op het aanbod in, overigens zonder de nog piepjonge Paolo hierover in te lichten.

Paolo debuteerde in 1985 op zijn zestiende voor AC Milan. In de rust bij Udinese zou de Zweedse trainer Nils Liedholm gevraagd hebben: „Paolo, op welke positie wil je spelen?” Die haalde zijn schouders op. Liedholm: „Is links goed, Paolo? Geniet je wel een beetje?!”

Daniel Maldini viert zijn eerste doelpunt voor AC Milan in de wedstrijd tegen Spezia. Foto Ciro De Luca/Reuters

Bijna een kwart eeuw later nam hij op zijn veertigste afscheid in San Siro. Hij speelde het recordaantal van 901 wedstrijden in het eerste elftal. Vele jaren aanvoerder, altijd met rugnummer 3, traditioneel voorbehouden aan de linksback.

Uit eerbetoon voor Il Capitano bleef het rugnummer na zijn afscheid in de kleedkamer achter. Toen al werd er gefluisterd dat er een derde telg uit de familie zat aan te komen die misschien rugnummer 3 zou gaan dragen.

Daniel debuteerde vorige week als basisspeler op het middenveld – met rugnummer 27. David Endt: „Ik denk dat hij het gewicht van zijn vaders nummer 3 niet wil dragen. Hij voelt al genoeg druk. Bovendien is hij geen linksback.”

Endt vertelt dat hij de jongste Maldini een paar jaar geleden toevallig zag spelen tijdens een jeugdinterland tussen Nederland en Italië in Katwijk. „Ik had een triomfantelijk gevoel, de cirkel was rond, Paolo heb ik wel tientallen keren zien voetballen. Wat me opviel? Zijn inzichtelijk vermogen, hij weet precies wat-ie met de bal doet en waarom-ie dat doet.”

Perfecte sliding-tackles

Echt opgewonden wordt Endt aan de telefoon als Paolo ter sprake komt. „Hij kwam altijd even buurten als Milan tegen Ajax speelde. En pestte me als het slecht ging met Inter.” Een volgende anekdote volgt: „Mijn zoontje deed een keer mee aan een jeugdtoernooi waarin hij toevallig een Milan-shirt droeg. Die foto had ik aan de muur op mijn kantoor hangen, Paolo kon zijn ogen niet geloven.”

Lees ookDit afscheidsverhaal over Paolo Maldini

De erelijst van Paolo is nog veel indrukwekkender dan die van zijn vader. Vijf keer de Europa Cup 1 of Champions League, drie wereldbekers, vijf Europese Supercups, zeven landstitels, één nationale beker. Met de nationale ploeg speelde hij het (intussen verbeterde) recordaantal van 126 interlands. Vice-voorzitter Adriano Galliani zei bij zijn afscheid over de oud-ploeggenoot van de Nederlanders Ruud Gullit, Frank Rijkaard en Marco van Basten: „Paolo is niet het uithangbord van Milan, hij ís Milan.”

Paolo was en bleef van onbesproken gedrag, net als zijn vader trouwens. Beiden beantwoordden niet aan het stereotype beeld van de gemene, bikkelharde Italiaanse verdediger. Paolo maakte furore als linksback en werd pas veel later centrale verdediger. Hij loste bijna alles voetballend op, was vermaard om zijn perfect getimede sliding-tackles. En hij was een goeie kopper, scoorde voor een verdediger vrij vaak, mede dankzij een enorme sprongkracht. Na zijn afscheid als speler in 2009 beloofde hij nooit trainer te zullen worden. „Als ik zag hoe mijn vader veranderde toen hij trainer was … Al die stress, al die drukte. Nee, dat is niets voor mij.”

Geen trainer dus, maar de intussen 53-jarige Paolo is wel technisch directeur van AC Milan geworden. En nu dus ook onbezoldigd adviseur van zijn nog thuiswonende zoon, die vorige week na zijn debuut tegen Spezia tegen een regionale zender kort iets over zijn vader zei. „Hij is veeleisend, maar op een goede manier. Hij moedigt me aan, geeft me adviezen en benadrukt vooral dat ik rustig moet blijven.”