Recensie

Recensie Muziek

Op Sniester vliegen ook zonder stroom de vonken eraf

Eindelijk kon het weer: op het Haagse rockfestival Sniester cirkelde continu een draaikolk van opeengepakte headbangers met onstilbare huidhonger.

Foto Parcifal Werkman

Kun je een ultiem geluksmoment beleven boven een smerige plee? Jazeker, dat kan. De plasgoot in de schimmige kelder van de Haagse galerie The Grey Space is nog geen anderhalve meter breed en ruikt niet per se naar wc-eend. Alles beweegt er. De deuren, lampen en wasbakken trillen en beven mee met beukende bastonen.

Zo voelde dat dus, besef je terwijl je je gulp dichtknoopt. Dit hebben we anderhalf jaar moeten missen… en nu kan het gewoon weer.

Twee deuren terug blaast het Arnhemse viertal Paracetamøl het beton uit het plafond met grimmige garagepunk waarin snijdend gitaargeweld wordt vermengd met echoënd geblaf. De kolkende massa die in de lage kelder op en neer springt raakt nét niet het dak. Achter in de zaal zit een barvrouw boven op een leeg vat wijdbeens bier te tappen. Bij ieder drankje dat ze uitdeelt, grijnst ze: „Wat fijn hè?”

Die verzuchting klonk behalve van de tweeduizend bezoekers ook van de zeventig bands die vrijdag en zaterdag optraden op het uitverkochte festival Sniester. Twee dagen lang werden poppodium het Paard en de cafés rond De Grote Markt overspoeld door begerige headbangers met onstilbare huidhonger. Behalve van obscure undergroundparels konden zij genieten van de grote namen uit de Lage Landen: de heerlijk opgetogen springpop van Pip Blom, Foo Fighteresque stadionrock in wording van Paceshifters, de knetterende, basloze moerasblues van Black Box Revelation en duistere gothic rock van Dool.

Raven van Dorst wist de opluchting van het eindelijk ingelost verlangen het beste te verwoorden. Met opgestoken vuist die een gitzwarte vleermuizencape dreigend liet wapperen schreeuwde de zanger-gitarist: „Godverdomme, wat is dit fucking lang geleden!” Daarna dompelde Dool de grote zaal van het Paard onder in een donker bad van occulte dodenmarsriedels, en constateerde Van Dorst droogjes: „Daar gaat de sfeer.”

In de cafés Rootz en De Zwarte Ruiter cirkelde continu een draaikolk van zwetende en bier smijtende pogoërs waarop niet alleen crowdsurfers dreven maar ook voortdurend stagedivers (én balkonspringers) landden. Garagerockers The Afterpartees, Bongloard en Wodan Boys lasten er regelmatig pauzes in voor een rondje ‘Gevonden voorwerpen’, van brillen tot horloges.

„Is dit wel 75 procent van de totale capaciteit?” vroeg zanger Abel van Gijlswijk, uitkijkend over de opeengepakte meute die al stond te trappelen voordat zijn Nederlandstalige punkband Hang Youth ook maar één noot had gespeeld. Nadat hij krijsend aftrapte met: „IK SNAP WEL DAT HET BESTAAT MAAR HET IS GEWOON KANKERKROM GEREGELD: BELASTINGDIENST!” ontplofte De Zwarte Ruiter…en de stoppenkast. Want halverwege de setlist – waarvan de ultrakorte nummers maar net op vier A4’tjes pasten – knalde de stroom eruit.

Geen probleem, want de Hang Youth-hit ‘Joe Rogan is een lul’ kwam ook a capella prima uit de verf, net als Rick Astley’s ‘Never Gonna Give You Up’ en Harrie Jekkers’ ‘O, o, Den Haag’. Zelfs zonder stroom was Sniester een feest waar de vonken vanaf vlogen.