Reportage

‘Je kan wel een huis hebben, maar je moet ook leven’

Leefbaarheid Den Haag groeit naar 600.000 inwoners. Tussen de stations Den Haag Centraal, Hollands Spoor en Laan van NOI gaat de stad de hoogte in.

Het Strijkijzer (midden) bij station Hollands Spoor is met 132 meter nu een van de hoogste woontorens van Den Haag.
Het Strijkijzer (midden) bij station Hollands Spoor is met 132 meter nu een van de hoogste woontorens van Den Haag. Foto David van Dam

Twee torens van 180 en 150 meter komen er. Precies voor de plek waar Sofia Velasco in de zon voor haar woonboot zit. Ze wijst op het Strijkijzer dat om de hoek bij station Hollands Spoor (HS) staat, met 132 meter nu een van de hoogste torens van Den Haag: „In de omgevingsvergunning staat niets over wat de gevolgen van de nieuwe torens zijn voor de wind en de zon.”

Verderop moeten er drie torens komen, aan de Verheeskade: 240, 180 en 90 meter hoog. Daar waar Jos Overdevest zijn drijvende koffiehuis Laak heeft liggen. Zo’n koffiehuis waar je broodje bal al wordt gemaakt voor je die hebt besteld. „Op de plaatjes in de krant stond ik niet ingetekend”, zegt Overdevest.

Vier torens staan er ingetekend bij station Laan van NOI in de wijk Bezuidenhout, variërend van 125 tot 75 meter hoog. „Wat gaat dit doen met dit kleine, lieve buurtje?”, zegt Saahabi Leenheer. De honderd meter hoge zendmast die in de wijk staat, was 33 jaar lang het hoogste gebouw van Den Haag, tot vanaf 1998 de ministeries steeds hoger werden.

Den Haag gaat bouwen, is aan het bouwen. De komende jaren groeit de stad van 550.000 naar ruim 600.000 inwoners. Omdat de gemeente niet in oppervlakte kan uitbreiden – aan de ene kant liggen de zee en de duinen, aan de andere kant buurgemeenten als Leidschendam-Voorburg – gaat Den Haag de lucht in. De hoogterestricties zijn losgelaten voor het gebied tussen de drie stations Den Haag Centraal, Hollands Spoor en Laan van NOI.

Daar komen 20.500 woningen voor zo’n 50.000 nieuwe inwoners. Omdat dit gebied het economische hart van de stad moet worden, komt er ook 500.000 vierkante meter kantoorruimte bij. Daar is volgens de gemeente een tekort aan, ongeacht of thuiswerken post-corona in zwang blijft. Dit Central Innovation District (CID) moet uitgroeien tot „een nationaal knooppunt waar 90.000 mensen hun geld verdienen en meer dan 30.000 mensen studeren aan een betere, veiligere en rechtvaardiger wereld in een digitaal tijdperk”, staat op een speciale website van de gemeente.

Stadje in een stad

Het CID moet „een Nieuw Den Haag” worden. Of zoals wethouder Anne Mulder (Stadsontwikkeling, VVD) het eerder in een raadsdebat noemde: „Een stadje in een stad.”

Dát er gebouwd gaat worden, is intussen bekend bij Hagenaren die rondom het CID wonen. Wat er precies komt, weten veel bewoners nog niet. En wat dit voor gevolgen heeft, daar maken zij zich zorgen over. Blijft Den Haag nog wel Den Haag?

De meesten haasten zich te zeggen dat ze niet tegen woningbouw zijn, en ook niet tegen torens. In de Stationsbuurt zegt Sofia Velasco: „Er is zo’n woningnood, mensen moeten ergens wonen. Dat houden we niet tegen.” In Bezuidenhout zeggen Ruud en Lies Bouts: „Starters hebben moeite met het vinden van een huis. Daar moet een oplossing voor komen.”

Lees ook: Een beetje Amsterdammer lacht om de Haagse prijzen

Maar het gaat de bewoners om alles wat er omheen gebeurt – of in hun ogen juist niet. Op ramen in de acht wijken die het CID omringen, hangen posters, met daarop bijvoorbeeld een uit zijn voegen barstende school. Of vijf auto’s boven op elkaar op één parkeerplaats. Het onderschrift: ‘Leefbaar voor iedereen’.

Saahabi Leenheer heeft ze op haar raam hangen. Ze zegt dat onduidelijk is of er scholen bijkomen. „Dan moeten de nieuwe bewoners maar geen liefde bedrijven”, zegt ze schertsend. Verderop in haar straat zegt Ruud Bout: „Dan hoor je op de informatieavond: ‘De torens staan vlakbij het station, er zijn nauwelijks extra parkeerplekken nodig’. Dat is wishful thinking: je kunt mij niet wijsmaken dat geen van de bewoners een auto heeft.”


Rondom Hollands Spoor worden nieuwe bewoners straks aangemoedigd geen auto te bezitten. Sofia Velasco hoorde over de ‘verlengde velostrada’, een snelfietspad met fietsbrug, zodat Den Haag verbonden wordt met onder andere Leiden. Ze snapt het niet, ze wijst op een rapport van de Algemene Rekenkamer waarin staat dat bij de helft van de snelfietspaden het verwachte percentage mensen dat van de auto op de fiets overstapt lager is dan 1 procent. „Niemand kan ons een onderbouwing geven.”

Voor de fietsbrug moeten woonboten naar een andere plek verhuizen, is de bewoners verteld. „Verderop lopen de ratten over de kade”, zegt Velasco over een van de plekken waar de boten heen zouden kunnen. Op haar stukje kade heeft ze vlinderstruiken en lavendel geplant.

„De druk op de leefbaarheid is niet te overzien”, zegt Saskia Engelen van wijkberaad Stationsbuurt. „Er staan nog geen extra scholen gepland, geen sportvelden. De nieuwe inwoners zijn aangewezen op omliggende buurten.” Ze zegt: „Het op niveau brengen van de bestaande voorzieningen en ruimte lukt al niet.” Engelen komt met voorbeelden: „Binnenkort begint hier de rioolvernieuwing. Wij dachten: doe dan meteen wat fietsenrekjes en extra prullenbakken. Maar een uitnodiging om op gesprek te komen, is al moeilijk voor elkaar te krijgen. Hoe gaat dat bij zo iets groots als het CID?”

Wat gaat dit doen met dit kleine, lieve buurtje?

Saahabi Leenheer

Nog een voorbeeld: het Oranjeplein, waar op initiatief van de gemeente de buurt nadacht over hoe de stenen plaats konden maken voor groen. „We kregen voor ons vergroeningsidee subsidie van de Krajicek Foundation. Voor het eind van het jaar moeten we die gebruiken. De gemeente zegt nu geen budget te hebben voor een projectleider.” Ze zegt: „De wil is er om naar ons te luisteren, maar ze vinden het op het stadhuis lastig om het ook echt te doen.”

Ook in Bezuidenhout, zegt Jacob Snijders, oud-wijkvoorzitter, zijn de bewoners niet tegen nieuwbouw, wél tegen nieuwbouw zonder voorzieningen. „Je kan wel een huis hebben, maar je moet ook leven”, zegt hij. Hij is de motor achter een digitaal hulpmiddel, ontwikkeld door het wijkberaad, dat in „één handig plaatje” laat zien welke gevolgen nieuwbouw heeft voor de bestaande omgeving.

Lees over verdichting in Rotterdam: Het stadscentrum kan nog veel voller – toch?

Deze LER, de ‘Leefbaarheidseffectrapportage’, wordt inmiddels geprezen en gevreesd in de lokale politiek. Want Bezuidenhout – met mondige en strijdvaardige bewoners – hanteert „de regels en normen die Brussel, het Binnenhof en het Spui [het stadhuis, red] zelf hebben opgesteld”, vertelt Snijders. En de cijfers komen uit openbare bronnen: het Centraal Bureau voor de Statistiek, het RIVM, de gemeente zelf. Of bijvoorbeeld de Landelijke Huisartsen Vereniging, die stelt dat een huisarts maximaal 1.800 patiënten mag hebben. In Bezuidenhout hebben de negen huisartsen er al meer.

Rood, oranje, groen

Ruim veertig indicatoren zijn er, die op ‘groen’, ‘oranje’ of ‘rood’ staan, al naar gelang er tekorten zijn. Dus: wat is de richtlijn voor vierkante meter openbaar groen per huishouden? Wat is de parkeernorm? Hoe hoog mag geluidsoverlast zijn? Hoeveel patiënten zijn er per huisartsen- of tandartsenpraktijk mogelijk? Hoeveel leerlingen passen er op een school? „We laten zien hoe de wijk er voorstaat voordat er woontorens worden gebouwd”, zegt Snijders. In Bezuidenhout staan veel indicatoren nu al op oranje. Hij vertelt dat de sportvelden in de naastgelegen wijk Mariahoeve ook worden meegerekend als sportvelden voor Bezuidenhout, dat er zelf geen heeft. En ze worden ook meegeteld als sportvelden voor de nieuwe bewoners van dit deel van het CID. „Als projectontwikkelaars door een leeg weiland lopen waar een nieuwe buurt moet komen, komt er een planoloog mee die nadenkt over openbaar vervoer, scholen en winkels. Waarom kan dat niet als er gebouwd wordt naast of in een bestaande wijk?”, zegt hij.

De leefbaarheidsdiscussie is ook doorgedrongen tot het Haagse stadhuis. Wethouder Anne Mulder heeft de gemeenteraad toegezegd dat er niet gebouwd zal worden zonder aan de normen te voldoen. Mulder beloofde verder dat de raad meer momenten krijgt de plannen te controleren en dat bewoners nauwer bij het project worden betrokken. In een raadsvergadering zei hij: „De nieuwbouw en het aantal voorzieningen moeten gelijke tred houden. Ik onderstreep dat.”

De wijkraden zijn er nog niet gerust op. Voor de voorzieningen is nog geen financiële dekking, de projectontwikkelaren komen één voor één met plannen, en de ‘nulmeting’ die de gemeente wil houden, rekent volgens oud-wijkvoorzitter Snijders te veel in vierkante meters en niet in plekken. „Over een school wil je toch niet weten hoeveel vierkante meter ruimte er is, maar hoeveel plaats er is voor je kind.” Strijdlustig: „We gaan geen enkel bouwplan accepteren waar niet aan de LER wordt voldaan. Als dat wel gebeurt, stappen we naar de Raad van State.”