Opinie

Onderling gekibbel in de NRC-kolommen leidt, net als elke burenruzie, tot ophef en vertier – maar ook tot ergernis en gêne

Het zal je maar gebeuren in ‘je eigen krant’: door een collega worden uitgemaakt voor „trol van Lourdes”, „Eucalypta op klompen” en, klap op de vuurpijl, de „Cycloop van Gethsemane”.

Het overkwam eind jaren zeventig de feministe Emmy van Overeem, columniste van NRC Handelsblad, toen Gerrit Komrij haar ‘zweverige’ stukjes op de korrel nam. Overeem verweerde zich beschaafd, maar de zaak liep zo hoog op dat zij de krant verliet.

Onderling gekibbel in de NRC-kolommen leidt, net als elke burenruzie, tot ophef en vertier – maar ook tot ergernis en gêne. Het moet kunnen, columnisten zijn vrij, maar als het even kan graag zakelijk en begrijpelijk voor lezers. Onder ad hominem gedijt nooit de inhoud. Na de slepende vete Komrij-Van Overeem werd het dus een beetje oppassen met ‘columnistenoorlogen’.

Is dat taboe (met een kleine t) afgebrokkeld nu de sociale omgangsvormen weer net zo licht ontvlambaar lijken als in die jaren zeventig en het politieke, op een heel andere manier als destijds, weer persoonlijk is geworden (toen was het omgekeerd en was het persoonlijke politiek)?

Althans, mij valt op dat in NRC jolige en minder jolige stekeligheden tussen auteurs opduiken. Columnist Tommy Wieringa trok ad feminam van leer tegen redacteur Joyce Roodnat, later gaf hij ook een NRC-verslaggever op zijn kop. Het leverde een aantal lezersbrieven op, inclusief een van de geprangde verslaggever.

Onlangs was het weer raak: columnist Marcel van Roosmalen maakte zich bozig vrolijk over de lovende bespreking van de vertaling van Amanda Gormans gedicht The Hill We Climb door gast-recensent Quinsy Gario. Daar ging een rel aan vooraf. De eerste beoogde vertaler, Marieke Lucas Rijneveld trok zich terug na kritiek, gedeeld door Gario, dat nu eens ruimte moest worden geboden aan een vertaler met meer affiniteit met het genre en met de geleefde zwarte historie.

Maar aan de bespreking was geen touw vast te knopen, vond de columnist: Gario kon niet schrijven en de woke redactie had het blijkbaar niet aangedurfd de voorman van Zwarte Piet is Racisme aan te spreken. Ook enkele lezers protesteerden tegen de keus voor Gario, die zij kennen als activist maar niet als criticus.

Eerst even hoe dit ging, want dat speelt een rol. Ondanks de ophef en eerdere plannen met de vertaling, werd de redactie verrast toen uit de Volkskrant bleek dat het werk was verschenen. Snelle reparatie! Kunstredacteur Toef Jaeger kwam via haar netwerk uit bij Gario, die een verleden heeft als spoken-word-artist. Hij leverde gezwind; een etmaal later verscheen zijn recensie.

Kortom, een typisch gevalletje hals-over-kop en haastige spoed (wat Gario natuurlijk niet kan worden aangerekend).

Had de krant hem moeten vragen? Je kunt dat betwijfelen, tegenover The Washington Post en de BBC sprak hij zich stevig uit over de vertaalcontroverse, wat niet bekend was bij Jaeger. Anderzijds, in 2013 vroeg NRC PvdA-kopstuk Frans Timmermans een concert van zijn idool Bruce Springsteen te recenseren. Ook niet dat je zegt super-autonoom. En Gario, een spraakmakende persoonlijkheid, is bekend met het genre (in 2011 haalde hij de finale van de NK Poetry Slam op het Literatuurfestival Utrecht).

En de bespreking zelf? Jargonvrij was die niet, nee, en de recensent zag de bijbelse verwijzingen van de katholieke Gorman over het hoofd. Maar onbegrijpelijk was zijn stuk zeker niet, voor wie de afgelopen jaren een beetje heeft opgelet. Provocerend wel: Gario prees de vertaler omdat die Gormans „patriottisme” had gecorrigeerd – en dat roept, als hij gelijk heeft, de vraag op: mag een vertaler dat doen? Daar zit dus nog wel een vervolgstuk in.

Intussen zit ook Gario nu met de brokken, want het is niet fraai, laat staan chic om gevraagd te worden voor een recensie en een dag later in dezelfde krant te worden afgebrand. Van Roosmalen weet trouwens hoe kritiek kan steken, want nadat een boek van hem door recensent Menno de Galan met één bal was beloond, fantaseerde hij al over „recensentenjacht” op dat „onderdeurtje”.

Ja, altijd leuk, je gram halen – maar ook weinig verheffend.

Maar Gario, die bij mij klaagde, protesteert over méér. Hij ziet een „patroon” (al eerder kraakte Stephan Sanders harde noten over Gario’s rol in BIJ1) en een onveilige omgeving voor zwarte (of Zwarte) auteurs. Dat patroon is er niet; zie Wieringa’s schimpscheuten naar witte collega’s, of Van Roosmalens kleineren van de (dito) donor van één bal. Een overeenkomst is er wel: Sanders en Van Roosmalen reageerden op feiten waarin Gario een hoofdrol speelde: het rumoer in BIJ1, dat hem royeerde, en zijn debuut als recensent van juist dit gedicht. Twee keer nieuwswaardig, en daarmee ook een onderwerp voor columnisten.

Ruimte scheppen voor minder gehoorde stemmen is een must voor media. Maar kritiek hoort er ook bij. Wie dat per definitie ziet als een ontoelaatbare poging zijn stem te smoren, vraagt in feite niet alleen om bescherming maar om onaantastbaarheid.

Kern van de zaak is eerder dat de krant niet zo paniekerig had moeten zijn. Neem meer tijd, dan had beter uitgelegd kunnen worden waarom juist Gario was gevraagd én had zijn oordeel, interessant maar parti-pris, eventueel kunnen worden geplaatst naast dat van andere kenners, zoals soms gebeurt bij films. Niet om het zijne uit te wissen, maar om recht te doen aan dit project, dat de meningen over de eisen aan vertalers, uitgevers en auteurs immers hevig verdeelde.

Dat had mogelijk ook de stommelende terugkeer van trollen en cyclopen op het slagveld voorkomen.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.