Opinie

Houd niet verbeten vast aan het imago van een fietsende premier

Bedreigde politici

Commentaar

Eens in de zoveel tijd verschijnt er op sociale media een collage van regeringsleiders en de manier waarop zij zich vervoeren: de gepantserde Beast van de Amerikaanse president met de mannen van de geheime dienst om de auto heen, de gemotoriseerde colonne met zwaailichten van de Franse of Russische president. De laatste foto is er altijd een uit Nederland: de premier, op de fiets, zijn tas over het stuur, een appel in de hand.

Zo ziet niet alleen het buitenland, maar ook Nederland dat graag. Een politicus die zich in deze relatief egalitaire samenleving niet anders – grootser – voordoet dan anderen. In een nuchter land waarin geen geld wordt verspild aan protserige opzichtigheden.

Aan dat zelfbeeld moet gesleuteld. Het nieuws deze week dat er een aanslag op of ontvoering van premier Mark Rutte zou worden voorbereid, confronteert opnieuw met het feit dat Nederland geen pastorale anomalie is in de wereld. Politici hebben te maken met bedreigingen, óók in dit land.

Dat kan niet als een verrassing komen, niet sinds de moord op Pim Fortuyn. Alleen al in 2019 stelde het Team Bedreigde Politici van de politie-eenheid Den Haag onderzoek in naar 206 strafbare bedreigingen. Dat is het topje van de drekberg die via sociale media wordt verstuurd, niet altijd wordt er aangifte gedaan.

Uit een rondgang van NRC een jaar geleden, bleek dat Tweede Kamerleden regelmatig worden bedreigd. Sommigen worden hinderlijk en agressief gevolgd door mondige, maar vooral ook ontvlambare burgers, Pieter Omtzigt vorig jaar zelfs minutenlang. Geert Wilders krijgt al sinds oktober 2004 persoonsbeveiliging en leeft dus al zeventien jaar een vrijwel volledig afgeschermd leven.

De Agressiemonitor van het ministerie van Binnenlandse Zaken laat bovendien zien dat het niet alleen landelijke politici overkomt: 35 procent van de ondervraagde ambtsdragers bij gemeenten, provincies en zelfs waterschappen heeft te maken met een vorm van agressie of geweld, 16 procent met bedreigingen en intimidaties.

De burgemeester van Haarlem moest al eens onderduiken, net als de locoburgemeester van Emmen. De burgemeester van Voerendaal in Limburg kreeg een pistool tegen zijn hoofd, de auto van de burgemeester van Rucphen ging in vlammen op voor haar eigen voordeur. Er zijn wethouders die worden gestalkt en de beveiliging van hun huis hebben opgeschroefd. Om meerdere redenen is dit een zorgelijke ontwikkeling, op zijn minst omdat het een afschrikwekkend voorbeeld kan zijn voor kandidaat-bestuurders.

Lees ook: Van lintjesknippers tot misdaadbestrijders

Hand in hand met veel bedreigingen gaat een toename van de drugshandel. Nederland is het logistieke centrum van de cocaïnehandel in West-Europa, een grootproducent van xtc, speed en wiet. Het idee dat geweld zich louter onder criminelen afspeelt en de rest van de samenleving niet wordt geraakt, kan niemand zich meer veroorloven. Noch het risico om signalen uit de onderwereld over dreiging te negeren. De moord in 2018 op de broer van Nabil B., kroongetuige in het Marengoproces rond hoofdverdachte Ridouan Taghi, de moord op Derk Wiersum in 2019, de advocaat van Nabil B., en de moord op Peter R. de Vries, vertrouwenspersoon van Nabil B., dit jaar, hebben daar wel een einde aan gemaakt.

Lees ook: Niemand negeert nu een dreigbericht

Daarom is het ook naïef om te willen vasthouden aan een fietsende premier, hoe zeer het ook past bij het Nederlandse zelfbeeld of zijn eigen liberale ideologie. Ja, persoonsbeveiliging is een enorme belasting. En zelfs die voorkomt niet dat kwaadwillenden in de buurt komen, zie het ei dat de Franse president vorige week in zijn gezicht kreeg. En ja, misschien is het toegeven aan terrorisme.

Maar de burger moet niet willen dat zijn volksvertegenwoordigers en bestuurders met een schietschijf op de borst de straat op worden gestuurd alleen omdat dat plaatje met de fiets het zo mooi doet. Het bagatelliseren of negeren van de gevaren is onverstandig.

Tegelijk blijft zichtbaarheid en benaderbaarheid horen bij de Nederlandse politiek, bij een land dat is gesteld op het open en egalitaire karakter. Politici moeten zich vrij kunnen uiten en bewegen. Daar moet alleen niet verbeten aan worden vastgehouden als er een reële dreiging is.

Correctie (3 oktober): Niet de Franse premier, zoals eerder vermeld, maar de president kreeg een ei in zijn gezicht.