Opinie

Het is tijd om aan rechten als objectieve wetenschap te gaan twijfelen

De Rechtsstaat

Eindelijk weer eens live naar een heus juridisch symposium geweest, met sprekende mensen, op een zonovergoten locatie. ‘Dubbele petten’ heette het, over commerciële en financiële belangen in de rechtswetenschap. Op de terugweg bedacht ik meteen de titel van het vervolgsymposium, waartoe de Leidse oud-rector Carel Stolker de organisatoren opriep. Ga zo door, had hij gezegd, jullie zijn op de goede weg. En kijk ook eens hoeveel verder ze in de biomedische hoek hiermee al zijn gevorderd. ‘Rechten’ ligt mijlen achter, om van accountancy maar te zwijgen.

‘Tikkende tijdbommen’, stel ik voor, als label voor de volgende bijeenkomst. De vrijwel onbekende vermenging van belangen tussen juridische wetenschap en commercie is onrustbarend groot. Net als het onvermogen intern dat als een probleem te zien. De meest eenvoudige veiligheidsmechanismen ontbreken. Bij het benoemen van gesponsorde hoogleraren, het publiceren van artikelen, de wetenschappelijke agenda. Als probleem wordt het nauwelijks besproken. Wel als oplossing voor de financiering, ‘valorisatie’, het ‘praktijk-relevant’ maken van onderwijs en onderzoek, etc. Wat er bijvoorbeeld bij fiscaal recht in Leiden toe leidde dat er uiteindelijk maar één fulltime publiek gefinancierde hoogleraar overbleef – de rest was extern gesponsord.

Mooiste en tevens pijnlijkste moment van het symposium was toen twee hoogleraren, tevens werkzaam (geweest) in hoge functies bij PricewaterhouseCoopers (PwC), staande de vergadering in welles/nietes uitbraken over de vraag of PwC nu wel of niet wetenschappelijke publicaties tegenhield of beïnvloedde qua toon en thema. De een wist nergens van, de ander hield dat voor staande praktijk. En beiden dus uit eigen waarneming. Op zo’n moment leek het symposium meer op een AA-bijeenkomst.

Frappant was het ontbrekende besef dat wetenschap óók rust op publiek vertrouwen. Dat feitelijk, zoals Stolker uitlegde, hoogleraren niet door de universiteit maar door de samenleving worden benoemd. En ze dus alleen geloofwaardig zijn als het vertrouwen bestaat dat de wetenschap onpartijdig en onafhankelijk is. Oud-ombudsman Alex Brenninkmeijer merkte op dat het niet alleen gaat om de vraag of ‘dubbele petten’ volgens de regels mogen. Dat overtuigt niet: „Het gaat om de ervaren integriteit. Burgers hebben een heel fijnzinnig gevoel om dat te verkennen”.

Dat geldt te meer voor de rechtsgeleerdheid, een normatieve bezigheid, waarbij de integriteit van de afzender van al die normen, regels, maatstaven, interpretaties en theorieën nóg meer boven iedere twijfel verheven moet zijn. Dat besef bestaat wel bij de beoordeling van rechters. Maar juridische wetenschappers betrekken dat nauwelijks op zichzelf. Lees ook: De fiscale wetenschap heeft zichzelf verkochtEr kwamen nu voorbeelden langs van gesponsorde leerstoelen, door grote advocatenkantoren, waarbij mirabile dictu steeds een partner van dat kantoor ook wetenschappelijk de beste kandidaat bleek te zijn voor de leerstoel. Van een zwak, want vier maal ingediend proefschrift, waarbij de promotor én promovendus bij hetzelfde kantoor werkten, in een gezagsrelatie. Van de eenzijdigheid van veel juridische literatuur, ingegeven door de agenda van dezelfde grote kantoren die ook de leerstoelen betalen.

Advocaat-generaal Ruth de Bock suggereerde voor iedere hoogleraar „gevoed door het kapitaal van de Zuidas” er één te benoemen met oog voor burgers met schulden. Juridische literatuur dreigt eenzijdig te worden, wat de Hoge Raad dupeert die daarop terugvalt als inspiratiebron. De wetgeving ís al het object van „doelgerichte lobby’s van de grote belangen”. Dan is de vraag „wat stelt het juridische veld er tegenover” essentieel, zei ze. Hoe meer afhankelijkheidsrelaties, hoe kwetsbaarder de juridische wetenschap.

Dus waarom geen gastdocenten in plaats van gesponsorde leerstoelen? En als het dan toch een leerstoel moet zijn, verbied dan de sponsor zélf de eigen praktijkbeoefenaar voor te mogen dragen. Voer het lectoraat weer in, zodat de onderzoeks- en publieke opiniepretentie kan vervallen en daarmee de uitholling van het hoogleraarschap en van de academische vrijheid zélf. Stel ‘conflict of interest statements’ verplicht onder artikelen – wiens belangen de auteur eerder diende of nog steeds. Nu nog een nouveauté. Doen, voor de vertrouwenscrisis ook ‘rechten’ te pakken heeft.

Lees ook de digitale nieuwsbrief van juridisch redacteur Folkert Jensma.