Foto Getty Images

Interview

Wilde natuur bestaat al 12.000 jaar niet meer

Milieukunde Ongerepte natuur is een illusie, zegt de Amerikaanse wetenschapper Erle Ellis. De menselijke invloed is overal aanwezig, en dat begon al voor de uitvinding van de landbouw.

De mens drukt al zeker 12.000 jaar zijn stempel op bijna ál het land op aarde. Wilde natuur, vrij van menselijke invloed, is er sindsdien nauwelijks meer. Gebieden die we nu zien als ongerepte natuur – uitgestrekte savannes, de Amazone – zijn dat helemaal niet. Het is gecultiveerd land.

Het is de verrassende uitkomst van een onderzoek dat eerder dit jaar is gepubliceerd in PNAS. En het heeft „allerlei verreikende gevolgen”, zegt eerste auteur Erle Ellis, hoogleraar geografie en milieusystemen aan de University of Maryland, Baltimore Country (UMBC). Hij brengt in kaart hoe landschappen veranderen onder invloed van de mens. En hoe we landschappen, in huidige tijden van klimaatverandering, vervuiling en het snel uitsterven van soorten, duurzamer kunnen beheren. Het besef dat de mens het landoppervlak al zoveel duizenden jaren ingrijpend beïnvloedt, heeft gevolgen voor ons idee over natuur, zegt Ellis via een video-verbinding. „De roep om meer natuur waar de mens zich niet mee moet bemoeien, wordt dan raar. Hoe ziet zoiets er uit? Je zou iets ongebruikelijks creëren.” Het heeft ook gevolgen voor onze kijk op het antropoceen, het tijdperk waarin de mens is uitgegroeid tot een geologische kracht. Het begin ervan wordt nu rond de industriële revolutie gelegd. Maar Ellis legt het veel eerder. „Je kunt net zo goed de afgelopen 12.000 jaar, het tijdperk dat we nu het Holoceen noemen, tot Antropoceen omdopen.”

Ellis draagt zijn boodschap al jaren uit, in wetenschappelijke tijdschriften, in The New York Times, en in het boek The Anthropocene, uit 2018. Die boodschap luidt: de mens is al duizenden jaren vormgever en beheerder van het land. Die invloed is niet alleen negatief, zoals veel mensen nu denken. Ja, we werken ons van tijd tot tijd in de nesten. Zoals nu met klimaatverandering, vervuiling, het snel uitsterven van soorten. Maar we hebben ook een enorm vermogen om problemen op te lossen. De apocalyptische toekomstvisie die volgens Ellis nu dominant is, deelt hij niet. „Het idee dat door klimaatverandering de mensheid dreigt uit te sterven, is absurd.”

Zijn onderzoek steunt op nieuwe inzichten in de prehistorie, mogelijk gemaakt door de spectaculaire vooruitgang die de laatste decennia is geboekt in archeologie en paleo-ecologie. Hij beschreef het vorig jaar met collega’s in de digitale nieuwsbrief Aeon. Er zijn technologieën bijgekomen om menselijke voedselresten op moleculair niveau te onderzoeken, om via dna en eiwitten uit botten en via stuifmeelkorrels te achterhalen welke dieren en gewassen werden gedomesticeerd. Satellieten schuimen landschappen af op zoek naar verborgen nederzettingen, irrigatiesystemen en andere menselijke sporen. Hij vertelt honderduit over de nieuwe inzichten die het heeft opgeleverd. En hoe ook hij erdoor is verrast.

Het begon met een publicatie in Science, twee jaar geleden. Met collega’s enqûeteerde hij er 255 archeologen voor. „We wilden een mondiaal beeld van de veranderingen in landschappen die door de mens waren veroorzaakt, vanaf 10.000 jaar geleden”, zegt Ellis. Archeologen hadden zo’n mondiale reconstructie niet eerder gemaakt. „Maar het was niet dit onderzoek dat me een shock bezorgde.”

Wat zorgde dan wel voor die shock?

„Het daaropvolgende werk met Kees [Kees Klein Goldewijk, universitair hoofddocent landgebruik aan de Universiteit Utrecht, red.]. Hij runt in zijn eentje een computermodel van de wereld, dat landgebruik door de eeuwen heen in kaart brengt. Voor de natuurwetenschappen is HYDE, zoals het model heet, de standaard. Kees maakt er steeds nieuwe updates van, zodra er nieuwe kennis beschikbaar komt. De laatste versie, net uitgebracht, is 3.2. Daar heb ik aan meegewerkt. We wilden er weinig ruchtbaarheid aan geven. Versie 3.3, die naar verwachting volgend jaar verschijnt, wordt de echte bom! Daar zit heel veel van de nieuwste archeologie in.

Aboriginal in Arnhem Land. Foto Glen Hunt

„Maar we zagen dat HYDE 3.2 ook al enorme implicaties heeft voor onze ideeën over natuur en biodiversiteit. Dat is die publicatie in PNAS geworden. Vergeleken met 3.1 keken we naar een compleet andere wereld! En wat was het verschil? Jager-verzamelaars. Laat ik het uitleggen. Het dominante idee is dat landgebruik pas langzaamaan begint te veranderen met de opkomst van de landbouw. Dat zie je in HYDE 3.1 terug. Maar 3.2 neemt ook mee dat er daarvoor al mensen rondzwierven en invloed hadden op hun omgeving. Ja, duh, zul je denken. Nogal logisch. Archeologen weten dit al heel lang. Maar ze hebben die kennis nooit voor de hele wereld samengebracht. En natuurwetenschappers negeerden het. Ik zat ook in dat stramien. Totdat ik zag wat het betekent als je jager-verzamelaars meeneemt in het verhaal. In HYDE 3.1 was 6.000 jaar geleden nog ruim 80 procent van het land wilde natuur. In HYDE 3.2 is het 10.000 jaar geleden nog maar een kwart. Dat is als: PCHCHCH!” Ellis houdt zijn handen naast zijn slapen en beeldt een explosie uit.

Hoeveel mensen waren er rond 12.000 jaar geleden?

„Ergens tussen de 2 en 10 miljoen, is de schatting.”

Hoe konden die driekwart van het land op aarde beïnvloeden?

„Het is waar we op uitkomen op basis van de archeologische, paleo-ecologische en antropologische data. We hebben ook meegenomen hoe huidige jager-verzamelaars hun omgeving gebruiken. Vergeet niet, nomadische volken bestreken makkelijk gebieden van duizenden vierkante kilometers in een jaar. Groepen aan de kust of in moerasachtige gebieden konden met minder toe, omdat het daar vruchtbaarder was.”

Hoe beïnvloedden jager-verzamelaars hun omgeving?

„Het algemene idee is dat ze alleen achter dieren aanjoegen, en compleet mobiel waren. Maar dat was niet de norm. Meestal hadden ze een soort van lokale nederzetting. Sommige jager-verzamelaars wisselden over de seizoenen tussen vallei en bergachtig gebied, en hadden in allebei nederzettingen. Daar beheerden ze hun omgeving. Met vuur bijvoorbeeld.”

Als je vuurresten vindt, kun je dan zien of het door de mens is aangestoken of door bijvoorbeeld bliksem is ontstaan?

„Dat is lastig. Maar de meeste archeologen zijn ervan overtuigd dat jager-verzamelaars 12.000 jaar geleden vuur gebruikten om hun wijde omgeving te beheren. Als je opeenvolgende stukken land in de loop der jaren in brand steekt, krijg je verschillende vegetaties, met elk zijn eigen vruchten. Net na een brand heb je de vruchtbare as, en snelle groei van vegetatie. Dat trekt dieren aan, waar je op kunt jagen.

„Je kunt ook opeenvolgende aardlagen onderzoeken op stuifmeelkorrels en kijken hoe de vegetatie in de tijd verandert. Daarin kun je ook de invloed van de mens terugvinden. Onderzoekers hebben een paar jaar geleden aangetoond dat hedendaagse boomsoorten in de Amazone duizenden jaren geleden door de mens zijn aangeplant als bron voor voedsel, medicijnen of grondstoffen.”

U laat in de PNAS-publicatie zien dat sleutelgebieden met veel biodiversiteit die we nu willen beschermen, 10.000 jaar geleden al grotendeels geen wilde natuur meer waren.

„Ja. In het begin was dat nog veelal extensief. Vanaf zo’n tienduizend jaar geleden krijg je de landbouw erbij. Je krijgt hele diverse culturele landschapsmozaïeken, die duizenden jaren blijven. In het ene stuk wordt gejaagd, in het andere is er een tijdelijke nederzetting, of wordt er geboerd, of bos gekapt.”

Laat HYDE ook gebieden zien waar de biodiversiteit door de aanwezigheid van de mens verbeterde?

„Nee. HYDE geeft alleen weer of een gebied wel of niet onder invloed stond van de mens. Maar we weten dat zulke gebieden bestaan. Er zijn bijvoorbeeld kustvolken die enorme hoeveelheden energierijk voedsel uit zee verzamelden en aten. Het afval stapelden ze op zogeheten middens op. Die vinden we op heel veel plekken. De biodiversiteit is er erg hoog.”

U zegt, natuur zonder de mens bestaat al duizenden jaren nauwelijks meer. Is dat de reden dat u zich verzet tegen de half earth movement, die de helft van de wereld wil bestempelen als beschermde natuur?

„Over grootschalig natuurbehoud zou iedereen moeten nadenken, want we zijn op een punt aanbeland dat de mens alles overal ingrijpend kan veranderen. Maar het idee dat we dit kunnen doen door de helft van de wereld te ommuren, daar geloof ik niet in. Interessanter vind ik het idee om land terug te geven aan de volkeren die het honderden, duizenden jaren duurzaam hebben beheerd. Dat zou een prioriteit moeten zijn. Eerder dit jaar heeft David Truer er in The Atlantic voor gepleit om alle nationale parken in de VS terug te geven aan de oorspronkelijke bewoners. Yosemite is een goed voorbeeld. Daar zijn de Miwuk anderhalve eeuw geleden grotendeels uit verdreven. Dat was een grote vergissing, want het park veranderde omdat het niet meer gecontroleerd in brand werd gestoken.”

Zullen zij het park beter beheren?

„Vanuit hun geschiedenis gezien, ja. Maar we leven niet meer in die tijden. Als je Yosemite terug geeft aan de Miwuk kunnen zij zeggen: laten we casino’s bouwen. Of ze zouden intensief kunnen gaan boeren in de vallei, hoewel dat niet hun traditie is. Je weet het niet. Maar ik denk niet dat dat zal gebeuren. Ik zie juist een herwaardering van de eigen cultuur.

„Er was een periode waarin inheemse kinderen werden omgevormd tot Engels sprekende christenen. Maar het gaat nu de andere richting op. Veel van deze inheemse volkeren ontlenen hun identiteit aan hun relatie met dieren en planten. Het is hun cultuur. In het westen heeft die zich heel anders ontwikkeld. Mens en natuur zijn steeds meer van elkaar gescheiden geraakt. De westerse mens zal weer moeten leren samenleven met andere soorten, en daar hebben we die andere culturen hard bij nodig.”

U verzet zich ook tegen het heersende idee over het antropoceen. Waarom?

„Binnen de internationale unie van geologische wetenschappen is een werkgroep opgericht die bezig is vast te stellen wanneer we het antropoceen moeten laten beginnen. Ik ben lid van die werkgroep. Maar ik ben geen geoloog. Ik kreeg te maken met stratigrafie, en met regels. Om een nieuw tijdvak te markeren moet je een dateerbaar signaal hebben, dat je op meerdere plekken ter wereld op precies dezelfde tijd terug vindt.

„Uiteindelijk is ervoor gekozen om de great acceleration, de periode na de Tweede Wereldoorlog waarin de wereldbevolking, de economie en het gebruik van grondstoffen sterk groeiden, als begin van het antropoceen te markeren. De atoomproeven zijn een signaal dat je overal in aardlagen terug vindt. Alsof zich toen een plotselinge wereldwijde verandering heeft voorgedaan. Dat geeft een totaal verkeerd beeld. De mens is niet van de ene op de andere dag een transformatieve kracht geworden.”

Ellis schreef zijn kritiek twee weken geleden op in een correspondentie in Nature. Het antropoceen is geen tijdvak, betoogt hij, met vijf collega’s. Het is een gebeurtenis, die nog steeds gaande is. Ze trekken de parallel met de great oxidation event, de honderden miljoenen jaren durende periode waarin de concentratie zuurstof in de atmosfeer langzaam toenam.

U verzet zich ook tegen het apocalyptische beeld van de mens die de aarde – en daarmee zichzelf – kapot maakt. Hoe ziet u het dan?

„De mens is uniek op één bepaalde manier. Hij is niet uniek omdat hij een soort is die zijn omgeving naar zijn hand zet en daarmee zijn overleving bevordert. Dat doen zoveel soorten. De bever, de beuk. Ook cultuur is niet uniek voor de mens. Of de hoge mate van socialiteit. Uniek is dat we al die eigenschappen op een ongekende manier combineren. In wetenschappelijke termen: sociaal-culturele nichevorming. Samenlevingen worden gevormd door hun cultuur. En culturen kunnen snel veranderen, in tegenstelling tot de langzame genetische veranderingen die bijvoorbeeld sociale insectenkolonies vormgeeft. Je ziet het in de landbouw. Het is nu al de grootste landgebruiker. En we moeten nóg meer voedsel produceren. Terwijl we meer natuur willen beschermen. En veel meer bos willen aanplanten. De druk is groot.

„Maar juist op dat soort momenten zijn we het innovatiefst. Ester Boserup heeft dat in 1965 in een mooie theorie beschreven. Zolang er geen noodzaak is de voedselproductie te verhogen, zal de mens geen extra inspanningen doen. Ook al liggen nieuwe technologieën klaar. Pas als de druk hoog genoeg is, komen samenlevingen in beweging.

„Ik zie het nu op Cornell. Die universiteit heeft een grote landbouwafdeling. Ze werken aan landbouwsystemen met de hoogste opbrengst, maar dan zónder de vervuilingen die we kennen. En rijker aan biodiversiteit. Terwijl de boer nog steeds winst maakt. Het gaat weg van monoculturen. Het wordt complexer.”

En klimaatverandering, is dat dan geen probleem?

„Veel mensen weten intussen dat een opwarming van 2 graden Celsius min of meer gegarandeerd is. Maar dat is geen apocalyps. Dat is slechts: een hele hoop problemen. Daar moeten we mee dealen. Dat kunnen we. En daar zijn we ook mee bezig. Mensen zijn heel goed in overleven. Gaan de aanpassingen snel genoeg? Nee. Zal de toekomst zijn zoals het heden? Nee. Maar zo is het nooit geweest.

„Hoe de toekomst eruit zal zien, hangt van onszelf af. Maar we zijn met z’n bijna acht miljard, en hebben verschillende ideeën over die toekomst. Het is een worsteling. De vraag is of we naar een toekomst kunnen sturen die we met z’n allen beter kunnen noemen.”