Van knuffel tot klapzoen: welke begroeting is veilig?

Veilig begroeten De anderhalve meter is eraf. Maar helemaal terug naar normaal kunnen we nog niet. Hoe kun je elkaar veilig begroeten? Een microbiologische handleiding.

Bij een handdruk van drie seconden wisselen ruim twee keer zoveel bacteriën van eigenaar als bij een high five.
Bij een handdruk van drie seconden wisselen ruim twee keer zoveel bacteriën van eigenaar als bij een high five. Foto Thomas Nondh Jansen

Een feestdag was het vorig week zaterdag. De anderhalvemetermaatregel is eindelijk overboord. Maar net als bij de abrupte invoering ervan zorgt dit ook nu weer voor ongemakkelijke ontmoetingen. Na anderhalf jaar schutteren op afstand komen mensen weer met een uitgestoken hand op je af. Moet je die schudden? Kun je elkaar regelrecht in de armen vallen? Of zelfs een klapzoen op de wang geven? Ook gevaccineerden kunnen het coronavirus tenslotte nog bij zich dragen en doorgeven.

‘Geef elkaar de ruimte’ luidt nu cryptisch basisregel nummer twee. Knuffelen mag weer, zei demissionair minister Hugo de Jonge (VWS, CDA) vorige week tegen RTL nieuws, ‘maar geef elkaar nog even geen hand’.

Maakt dat echt uit? Wat zegt de microbiologie over het overdrachtsrisico van luchtwegvirussen tijdens een hartelijke begroeting?

1. Een hand geven

Handen wassen !!! Het staat al ruim anderhalf jaar met drie uitroeptekens bovenaan op de eerste dia van OMT-voorzitter Jaap van Dissel bij zijn technische briefings aan de Tweede Kamer. Infectieziektenbestrijders zien de handen zo ongeveer het gevaarlijkste onderdeel van ons lichaam. De meeste ziekteverwekkers worden via die ledematen verspreid.

Experts voeren dan ook al decennia discussies over of je wel handen moet schudden, bijvoorbeeld op ziekenhuisafdelingen met kwetsbare patiënten. In 2019 zette de Amerikaanse arts en infectieziektedeskundige Leonard Mermel in het wetenschappelijke tijdschrift Infection Control & Hospital Epidemiology de argumenten op een rij om het handenschudden in de winter af te schaffen.

Of handen geven méér risico op besmetting met het coronavirus met zich meebrengt dan andere begroetingen, zoals een knuffel of een wangkus, is niet goed te zeggen met de huidige wetenschappelijke inzichten, laat Mermel per mail weten. „Ik gok dat overdracht van hand op hand een veel minder belangrijke rol speelt dan de directe overdracht door praten, zingen, hoesten en niezen. We weten inmiddels dat SARS-CoV-2, in tegenstelling tot sommige andere luchtwegvirussen, minder vaak overgedragen wordt via oppervlakken.”

„Maar”, schrijft hij, „als een besmet persoon eerst zijn neus afveegt en dan jouw hand aanraakt, en jij vervolgens aan je mond, neus of ogen zit, dan zal dat waarschijnlijk tot overdracht leiden.” SARS-CoV-2 infecteert cellen via de angiotensine converting enzym (ACE)-2 receptor, en die zit op de cellen van de slijmvliezen in de ogen, neus en mond.

Dat kan snel gaan. Het rhinovirus, ook een luchtwegvirus, veroorzaakt bij driekwart van de handcontacten tussen een besmet persoon en een niet-besmet persoon een verkoudheid bij de ontvanger, bleek al in 1978 uit een klassieke blootstellingsproef. Dat virus overleeft dan ook beter op handen dan veel andere virussen: na drie uur is het daar nog volop aanwezig. Van andere luchtwegvirussen, zoals rsv (respiratoir syncytieel virus) is na een uur nog levensvatbaar virus op handen terug te vinden, bij griepvirussen (influenza) is dat een half uur tot een uur. SARS-CoV-2 lijkt een stuk stabieler dan influenza. In een labproef met stukjes mensenhuid was het coronavirus na negen uur nog levensvatbaar, een influenzavirus maar twee uur.

Voor wie zich met deze kennis nog niet - of misschien zelfs nooit meer - comfortabel voelt met handenschudden is een boks of een high five een goed alternatief. Dat concludeerden Britse onderzoekers die in 2014 aan de slag gingen met acrylverf en darmbacteriën. Een proefpersoon trok in hun studie steeds een steriele wegwerphandschoen aan en doopte die hand in een vloeistof vol onschadelijke E.coli bacteriën. Als de hand was opgedroogd, mocht hij een ander begroeten. Hij schudde de schone gehandschoende hand van een andere proefpersoon, of ze gaven elkaar een high five (een korte klap met de handpalmen tegen elkaar) of een boks (waarbij de vuisten elkaar raken). Daarna telden de onderzoekers hoeveel microben er op de handschoen van de ontvanger terecht waren gekomen.

Hoeveel microben er werden overgedragen, hing samen met hoelang het contact duurde, bleek uit de studie, én met de grootte van het contactoppervlak bij elke begroeting. Om dat te bepalen sprayden de onderzoekers - in een andere serie experimenten - één gehandschoende hand rijkelijk in met verf. Daarmee lieten ze de eigenaar iemand een hand, boks of high five geven, en maten ze op de ontvangende handschoen hoe groot het door de verf getroffen gebied was. Het grootste contactoppervlak was bij de handdruk, het kleinste - allicht - bij de boks. Maar relatief verhuisden er veel minder bacteriën bij de boks per vierkante centimeter dan bij de handdruk, doordat een boks korter duurt.

Bij een handdruk van drie seconden wisselden ruim twee keer zoveel bacteriën van eigenaar als bij een high five, en ruim tien keer meer dan bij een boks. Het is aannemelijk dat dit ook geldt voor virussen.

2. Een knuffel

Het grote voordeel van een omhelzing: je vermijd het contact met die onhygiënische handen volledig. Maar tijdens het knuffelen praten mensen meestal wel. „Er is geen onderzoek naar gedaan dat knuffelen en handen geven vergelijkt”, zegt Andreas Voss, hoogleraar infectiepreventie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. „Maar dichter bij elkaar komen dan tijdens knuffelen kan niet, dus ik geloof er niets van dat dat veiliger is dan handen schudden.” Hoe dichterbij elkaar, hoe groter immers de kans dat een gezond persoon de adem- en spreekdruppels van een geïnfecteerde knuffelaar inademt. „En áls je het doet,” zegt Voss, „probeer de ander dan niet aan te hoesten en zoek daarna zo snel mogelijk weer afstand.”

Het hangt er ook nog een beetje van af waar de begroeting plaatsvindt, schrijft Mermel vanuit Amerika. „Binnenshuis zal een knuffel iemand blootstellen aan druppels in de lucht die zich mogelijk niet verspreiden als er slechte ventilatie is.” Buitenshuis zal dat minder zijn.

Lees ook: Tóch kans op zwevend virus in bedompte ruimte

Zelf geeft Voss geen handen en ook geen knuffels. „Het kan zo snel gaan. Ik ben net weer beter van een verkoudheid – geen Covid-19 gelukkig - nadat ik voor het eerst weer een fysieke conferentie in Genève heb bezocht. En ik heb echt zo veel mogelijk gedaan wat verstandig is: ik hou afstand waar mogelijk en zit niet direct naast collega’s.”

Voss gaat ook nog niet schouder aan schouder een uitje met zijn afdeling doen. „Veel collega’s willen dat ook nog niet. De overgrote meerderheid van de covidpatiënten bij mij in het ziekenhuis is niet gevaccineerd, maar we zien af en toe ook gevaccineerden.”

Want of het nu via handen schudden, knuffelen, zoenen of samen praten, zingen of schreeuwen is – ook gevaccineerden kunnen het virus nog oplopen en doorgeven. Gelukkig is de kans dat zij dat doen duidelijk kleiner dan de kans dat ongevaccineerden dat doen. Dat blijkt uit het bron-contactonderzoek van het RIVM die Jaap van Dissel in zijn laatste technische briefing deelde. Veruit de meeste coronabesmettingen zijn tussen twee ongevaccineerden. Gevaccineerden zijn veel minder en veel korter besmettelijk.

3. Een zoen – of zelfs drie

Bij een zoen op de wang is het besmettingsrisico tweeledig. Om te beginnen kan de kus van een geïnfecteerd persoon je besmetten als op de een of andere manier zijn speeksel in jouw mond, neus of keel beland, zegt Mermel. Dat kan gebeuren als je aan je gezicht zit, en dat doen we veel vaker dan we denken.

In juli vorig jaar namen onderzoekers van de University of Auckland in Nieuw Zeeland duizenden studies naar gezichtsaanraking onder de loep. Tien daarvan kwamen door hun strenge selectie. Daaruit bleek dat mensen gemiddeld genomen vijftig keer per uur hun gezicht aanraken - het varieerde tussen 9 en 162 keer per uur. De kans dat ze daarbij hun slijmvliezen aanraken is groot: de T-zone, het gebied met de ogen, neus, mond of kin, werd veruit het vaakst aangeraakt, bijna zeventig keer per uur. Zelfs voor virussen die maar een half uur op je huid overleven is dit ruim voldoende om te worden overgedragen.

Maar bij een wangkus is er nóg een overdrachtsroute, zegt Mermel. „De luchtpijp van de geïnfecteerde kusser komt dichtbij die van de ontvanger, dus als hij uitademt loopt de gekuste kans om virusdeeltjes in te ademen.” Zo komt het ‘gevaar’ dus niet alleen van de wang, maar ook via de ingeademde lucht.

En dat risico is natuurlijk nog veel groter bij de in Nederland ooit zo gangbare drie kussen op de wang: die begroeting duurt langer, er is meer kans op inademen én op speekselresten naar binnen werken.

De meeste kans op besmetting geeft dan ook de drie-kus-begroeting, schat Mermel. Daarna één kus, en dan handen schudden. Een knuffel levert van de vier waarschijnlijk het minste risico op.

Voss wil dat onderscheid niet maken. Omhelzen, handen schudden en kussen leveren allemaal een vergelijkbaar risico. „Een verschil daartussen blijft theoretisch en arbitrair.” Dus wel knuffelen, nog geen handen schudden, zoals Hugo de Jonge zei? „Dat is natuurlijk onzin”, zegt hij. „Ik zou zeggen: doe het als het moet, maar laat het vooral als het niet hoeft. En áls je het doet, dan zo snel mogelijk, en niet met iedereen. Beperk het tot de mensen met wie je het absoluut noodzakelijk vindt.”

Voss vermoedt dat sommige dames er niet rouwig om zullen zijn als de in Nederland ooit zo gangbare drie zoenen op de wang nooit meer terugkomen. Zelf is hij wel een hugger en zoener, dus hij begrijpt dat anderen ernaar snakken. „Helemaal nooit meer knuffelen of zoenen ter begroeting is niet nodig. Maar nu, deze winter, is het wel goed om het nog even rustig aan te doen.”