Opinie

Ultrabewerkte havermelk is hopelijk geen dikmaker

Column ‘Ultrabewerkte’ voedingsmiddelen hebben de naam ´dikmakers´ te zijn. Het is de vraag of dat altijd op gaat.

Martijn Katan

Havermelk is plantaardige namaakmelk. Word je er dik van? Dat weten we niet. De voedingswetenschap heeft geen antwoord op de vraag welke voedingsmiddelen dik maken.

Mensen worden dik als ze meer calorieën binnenkrijgen dan ze verbruiken, maar dat verschuift de vraag alleen maar. Waarom werken mensen van sommige producten teveel calorieën naar binnen? Daar zijn veel theorieën over bedacht. In dikmakende producten zit teveel vet! Nee, teveel koolhydraten! Nee, te weinig eiwit! Dat blijkt in wetenschappelijk onderzoek allemaal niet te kloppen. Of voedsel dik maakt of niet is niet goed verklaarbaar uit de stoffen die erin zitten.

Een veelbelovende nieuwe theorie is dat we dik worden van lekkere, goedkope, overal verkrijgbare en makkelijk vervoerbare producten die je snel naar binnen kunt werken. Die worden gefabriceerd in hightech fabrieken. Daar wordt uit een groot aantal ingrediënten een product samengesteld met de best verkopende smaak, kleur, geur en mondgevoel. Voedingswetenschappers noemen dergelijk voedsel ‘ultrabewerkt’. Voorbeelden zijn frisdrank, fastfood, kant en klare sappen, snoep, chips, koekjes, pizza’s en ontbijtgranen. Dat zijn meteen de levensmiddelen die gepusht worden via reclame en sociale media, vaak gericht op kinderen.

Is ‘ultrabewerkt’ de sleutel tot het vetzuchtprobleem? De eerste tekenen zijn er. Voedingsonderzoeker Kevin Hall vergeleek recent twee voedingen. De een bestond uit ultrabewerkte producten zoals worstjes, koekjes, chips, perziken in blik, hotdogs en cheeseburgers. De andere voeding bevatte onbewerkte producten zoals biefstuk, rijst, salade, verse sinaasappel, gegrilde kip, havermout, noten, bonen en olijfolie. Per portie bevatten beide voedingen evenveel koolhydraten, suiker, eiwit, vet, zout en vezel. Proefpersonen kregen twee weken de ene voeding voorgezet en twee weken de andere. Ze mochten van beide zo veel eten als ze wilden. Wanneer ze de maaltijden met ultrabewerkte producten kregen voorgezet aten ze 500 calorieën per dag méér dan van de minder bewerkte voeding. Als een levensmiddel industrieel wordt bewerkt lijken we er dus meer van te gaan eten, ongeacht het gehalte aan suiker, vet of zout.

Daarmee weten we nog niet welk van de tientallen door Hall gebruikte voedingsmiddelen wel of geen dikmaker was. We hebben geen formule waarmee je per product kunt uitrekenen of mensen er teveel van zullen eten; daarvoor moet je weten hoe dat teveel eten werkt.

We hebben wel een begin van inzicht. Eén van de factoren die verklaart waarom mensen van bepaalde dingen meer eten dan hun lichaam nodig heeft is de snelheid waarmee de calorieën naar binnen kunnen. Op een hamburger hoef je weinig te kauwen, hij is al gemalen en gaat sneller naar binnen dan een biefstuk. Frisdrank en sap gaan nog sneller, daar giet je in no time een liter van naar binnen.

Maar er zijn meer factoren die bepalen hoeveel calorieën je van iets naar binnen werkt, bijvoorbeeld hoe lekker het is en hoeveel calorieën er in een hap gaan. Andere onderzoekers denken dat ultrabewerkte producten de signalen naar de hersenen verstoren waarmee maag en darmen aangeven dat ze vol zitten. En dan zijn er de factoren die niets met het product zelf te maken hebben, zoals wat kost het, is het gemakkelijk te krijgen, kun je het bewaren en wordt het aangeprezen door influencers op YouTube.

Braziliaanse onderzoekers hebben een lijst gemaakt van ultrabewerkte levensmiddelen. Die wordt nu wereldwijd gebruikt, maar of ze iets ‘ultrabewerkt’ noemden was ook een kwestie van onderbuikgevoel. De Braziliaanse collega’s merkten flesvoeding aan als ‘ultrabewerkt’, maar baby’s worden van flesvoeding niet dikker dan van borstvoeding. Margarine noemen ze ‘ultrabewerkt’ en roomboter niet, terwijl er geen bewijs is dat je van het één dikker wordt dan van het ander.

En daarmee komen we terug bij de havermelk. Er spreekt veel voor om het ultrabewerkt te noemen, het bevat vaak een lange lijst aan ingrediënten die kunstig zijn gecombineerd. Sommige haverdrinks (officieel heet het geen melk) bevatten nogal wat suiker; die van Ekoplaza bevat 8% suiker, evenveel als Pepsi cola. Daarvoor voegen ze enzymen toe die haverzetmeel afbreken tot suiker. Bij de ingrediënten wordt die suiker vermeld als ‘haver’. Maar daarmee is nog niet bewezen dat het dik maakt. De hoge prijs is een barrière, er zijn geen flesjes van te koop die je in je zak kan stoppen en misschien is het niet lekker genoeg om met liters naar binnen te slaan. Nader onderzoek moet dat leren.

Ooit zullen voedingswetenschappers een formule ontwikkelen waarmee we van elk product in de supermarkt kunnen berekenen of het een dikmaker is. Stiekem hoop ik dat havermelk dan wordt vrijgesproken, en de vegaworstjes, veganistische kipstuckjes, namaakworst en andere vegaproducten die bij ons thuis de dierlijke producten aan het vervangen zijn ook. Het zou beter zijn voor klimaat en dierenwelzijn als veganistisch samenviel met gezond. Maar mocht de wetenschap uitwijzen dat havermelk dik maakt, dan is dat gewoon zo.

Martijn Katan is biochemicus en emeritus hoogleraar voedingsleer aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voor bronnen en cijfers zie mkatan.nl.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.