Reportage

Van doemscenario tot realiteit: kwart van basisscholen kan vacatures niet vullen

Lerarentekort Een kwart van de basisscholen heeft lerarenvacatures waar niemand voor te vinden is. Het kind is de dupe.

Openbare Daltonschool Nellestein in Amsterdam Zuidoost heeft zes bevoegde leraren te weinig
Openbare Daltonschool Nellestein in Amsterdam Zuidoost heeft zes bevoegde leraren te weinig Foto Olivier Middendorp

Directeur Carola Peters van basisschool het Mozaïek is de tel kwijt. Zocht ze nu nog drie nieuwe leerkrachten, of vier? Feit is: ze kan ze niet vinden. En de ‘invalpool’, die haar school deelt met 34 andere Arnhemse basisscholen, is bijna elke dag leeg.

Voor Peters is het lerarentekort niets nieuws. Maar dit schooljaar is het uitzonderlijk moeilijk om aan gediplomeerde leraren te komen. Dus doet ze „concessies”: ze voegt klassen samen of zet een onderwijsassistent voor de klas. Ook heeft een aantal leerkrachten aangeboden om tijdelijk een dag extra te werken. Het is puzzelen, zegt Peters, maar voorlopig is ze uit de brand. „Al moet er geen griepgolf komen.”

Wat jarenlang een doemscenario was, is nu harde realiteit: bijna een kwart van alle basisscholen heeft vacatures waar niemand voor te vinden is. Uit een recente peiling onder duizenden directeuren van basisscholen door de AVS, de vereniging van schoolleiders, blijkt dat het gemiddeld om een gat van 24 uur per week gaat. Bij 5 procent van de basisscholen – meer dan driehonderd scholen – ontbreekt 40 uur per week een leraar.

Schoolbesturen hebben normaal gesproken een invalpool om bij ziekte of zwangerschapsverlof snel voor vervanging te zorgen, maar die zijn, net als op het Mozaïek, overal zo goed als leeg, blijkt uit een rondgang van NRC.

Miljarden vergroten het tekort

Het lerarentekort loopt al jaren op. Dat komt deels door de vergrijzing, maar ook doordat steeds minder mensen leraar willen worden. Tegelijk trekken andere sectoren aan de zittende leerkracht. De zorg, de techniek: ze kampen alle met gebrek aan personeel.

Dit jaar is het tekort ironisch genoeg vergroot door de miljarden die scholen van het kabinet kregen voor het wegwerken van leerachterstanden als gevolg van de lockdowns. De 8,5 miljard euro uit het Nationaal Programma Onderwijs wordt door scholen gebruikt om bijvoorbeeld klassen kleiner te maken, of om extra onderwijs te geven aan leerlingen die achterstand hebben opgelopen. Daar zijn weer extra leraren voor nodig, waardoor scholen nog meer met elkaar concurreren om het schaarse personeel. Peters: „Dat geld kwam, en páf: nog meer leraren weg.”

Scholen in grote steden, waar jonge leraren geen huis kunnen vinden, zien met lede ogen dat sollicitanten liever een school kiezen ver buiten de stad, waar de huizenmarkt nog niet onbegaanbaar is.

Zonova, een stichting die twintig basisscholen in Amsterdam-Zuidoost runt, verliest door die krappe huizenmarkt te veel gediplomeerde leraren aan andere steden. Bestuurder Harry Dobbelaar: „Er is overal werk te krijgen, dus als een leraar moeder wordt of groter wil wonen of überhaupt een eigen huis wil, gaat ze de stad uit. Daar kan ze óók werken, én een betaalbaar huis krijgen.” Voor geschikte sollicitanten van Zonova heeft corporatie Rochdale nu tien betaalbare huurwoningen gereserveerd. Dobbelaar: „We hopen dat als we een goeie, enthousiaste leerkracht uit een andere regio trekken, we die een woning kunnen bieden. Want daar loopt het vaak op spaak.”

Foto Olivier Middendorp

Klassen naar huis

Het tekort wordt inmiddels overal gevoeld. Zelfs in Zeeland, waar de laatste jaren scholen juist sluiten omdat er steeds minder kinderen wonen. En tóch moest een aantal Zeeuwse scholen net na de zomervakantie noodgedwongen klassen naar huis sturen. „Dat is het laatste wat je wilt, maar we konden niet anders”, zegt Pim van Kampen van de Zeeuwse scholenstichting Albero, waar 26 basisscholen in Noord- en Zuid-Beveland onder vallen. Deze week zijn de gaten „met kunst- en vliegwerk” gevuld. Zo meldde zich een ouder met een pabo-diploma en staan er onderwijsassistenten – onder begeleiding – voor de klas.

Maar als er iemand ziek wordt, is er geen vervanger, zegt Van Kampen. „Er is geld, maar er zijn geen mensen. We zeggen tegen onze schooldirecteuren: hou je leerkrachten gezond! Hou ze ontspannen!”

Op een aantal basisscholen in Nunspeet en Harderwijk waren de afgelopen weken zo weinig leraren dat het bestuur een brief aan de ouders schreef om ze voor te bereiden op een schoolweek van vier dagen. „Een noodgreep”, benadrukt bestuurder Fred van Ham. „We hadden al verwoede pogingen gedaan om het op een andere manier op te lossen, maar zelfs uitzendbureaus konden ons niet meer helpen.” De brief leidde tot 31 reacties, variërend van ‘Ik wil wel eens helpen’ tot het concrete aanbod van enkele ouders met een lesbevoegdheid om tijdelijk bij te springen. „Voor de korte termijn zijn onze zorgen getackeld”, zegt Van Ham.

Lapmiddelen

Honderden scholen vullen zo de gaten met houtje-touwtje-constructies. „Scholen vangen het zelf op”, zegt een woordvoerder van de PO-raad, de vereniging van basisschoolbesturen. „Ze zetten onbevoegden voor de klas en voegen klassen samen, omdat ze niet willen dat leerlingen de dupe worden. Maar het zijn lapmiddelen.”

Bovendien is het de vraag of leerlingen genoeg leren van ongediplomeerde leraren. Uit verschillende onderzoeken blijkt het belang van een goede, gediplomeerde leraar. Leerlingen die een of twee jaar les krijgen van iemand zonder lesbevoegdheid, kunnen zomaar een heel niveau lager uitkomen in het vervolgonderwijs: het verschil tussen vmbo en havo, of tussen havo en vwo.

Het is wat Thijs Roovers, bestuurder bij onderwijsbond AOb, in de praktijk zag toen hij vorig schooljaar leraar was van groep 7 op een basisschool in Amsterdam-West. Zijn leerlingen hadden in groep 5 geen bevoegde leraar, vertelde hij afgelopen woensdag in de Tweede Kamer tijdens een ‘rondetafelgesprek’ over het lerarentekort. Gevolg: hun niveau daalde tot soms wel twee niveaus. Roovers: „De kwaliteit van de lessen daalt onherroepelijk als er te veel onbevoegde leraren voor de klas staan. Dat maak je nooit meer goed.”

De wet is duidelijk: kinderen hebben recht op bevoegde leraren en een vijfdaagse schoolweek. Maar in uitzonderlijke gevallen mogen scholen hiervan afwijken. Zo mogen ze zeven weken per jaar overstappen op een vierdaagse schoolweek. Daar is niemand blij mee, maar het mag, zegt een woordvoerder van de Onderwijsinspectie. „Het is een spanningsveld. Wat is slechter: leerlingen naar huis sturen of een onbevoegde leraar voor de klas zetten?”

De vraag of het mag is eigenlijk achterhaald, bleek uit het betoog van Ewald van Vliet tijdens het rondetafelgesprek in de Tweede Kamer. Hij is bestuurder van stichting Lucas Onderwijs, waar 85 scholen onder vallen in Zuid-Holland, en sprak namens de G5 – de vijf grootste steden. „Honderd procent bevoegde leraren voor de klas is een utopie. Als we louter bevoegde leraren voor de klassen zetten, moeten we elke dag duizenden kinderen naar huis sturen”.

Ook Thijs Roovers van de AOb sprak de Kamerleden ernstig toe: „Dit is geen lerarenprobleem, geen onderwijsprobleem. Dit is een probleem voor de hele samenleving. Dit gaat ons allemaal aan. We kelderen op de internationale ranglijsten voor onderwijs én in de wijken waar al veel problemen zijn, zijn de gevolgen groot.” Ewald van Vliet viel hem bij: scholen hebben structureel extra geld nodig, zei hij, geen „incidentele injecties”, zoals die nu zijn geboden.

Een leuke noodgreep

Openbare basisschool Nellestein is een klein gebouw in Amsterdam-Zuidoost, tussen hoge flats en het groen. De kinderen komen uit de buurt, deel van stadswijk Gaasperdam, of het nabije Kraaiennest, in de Bijlmer. De school werkt al een paar jaar met te weinig leraren. De leiding is er creatief van geworden. „We organiseren het onderwijs rond de tekorten”, zegt directeur Jenny Horstink.

Maar dit jaar lijkt de bodem bereikt. Er zijn nog maar acht bevoegde leraren. En er zijn veertien klassen, voor bijna driehonderd leerlingen. Er zijn dus zes gediplomeerde leraren te weinig. „We hebben ongeveer één onbevoegde leraar op elke bevoegde”, zegt een intern begeleider. „Het is zorgelijk dat je al blij bent dat het rooster kunt vullen met iemand die onbevoegd is.”

Nellestein had al één schooldag in de week verruild voor een Talentendag. Elke woensdag komen vakmensen uit Zuidoost met de kinderen werken aan hun talenten: zang, dans, koken, techniek. Een noodgreep, maar wel een leuke. „De kinderen vinden het heerlijk en zijn op donderdagochtend weer uitgerust en opgeladen”, zegt directeur Horstink. „En de leraren, die op donderdag aan het tweede deel van de week beginnen, ook.” De overige vier dagen duren elk een half uur langer, zodat de kinderen toch aan de verplichte lesuren komen.

Basisschool Nellestein heeft sinds dit schooljaar de klassen ook anders ingedeeld. Niet op leeftijd maar op ‘niveau’, per vak. Voor het ene vak kun je hoger zitten dan het andere vak. De bevoegde leraar maakt het plan, per kind, en voert het samen met de onderwijs-assistentes uit in de groepjes. Zo wordt de ervaring, het overzicht en de kennis van de acht bevoegde leraren uitgesmeerd over alle kinderen.

Basisschool Nellestein. „We organiseren het onderwijs rond de tekorten”, zegt de directeur. Foto Olivier Middendorp

Meer geld, minder bureaucratie

Wat te doen? Beter betalen, zeggen de bonden en recent het demissionaire kabinet. Dat maakte vorige week bekend dat er voortaan 500 miljoen extra gaat naar de salarissen van basisschoolleraren.

Vaker online lesgeven helpt ook, zei bestuurder Jan Jacob van Dijk in het rondetafelgesprek. Hij runt vier middelbare scholen en vier mbo’s, en ziet de toekomst van het lerarenvak somber in. „Ik houd mijn hart vast. De strijd om de leraar is nog maar net begonnen. Ze kunnen alles worden en worden dus géén leraar.”

Houd het vak aantrekkelijk door het aantal bureaucratische verplichtingen te verminderen, zegt directrice Horstink. „Leraren moeten nu elke handeling opschrijven. Dat komt bovenop lesgeven en lessen voorbereiden.”

Oud-AFM-bestuurder Merel van Vroonhoven, die recent de boardroom verruilde voor het klaslokaal en zich op verzoek van onderwijsminister Arie Slob verdiepte in het lerarentekort, wijst op de „veelkoppigheid” van het probleem. Je bent er niet met hogere lonen of minder bureaucratie, zei ze vorige week in een interview in NRC.

„Als het jullie kinderen waren geweest”, vroeg Thijs Roovers woensdag aan de Tweede Kamer, „zou je dit dan accepteren? En als het antwoord nee is, stop dan met praten, die luxe hebben we niet meer. We moeten iets dóén. Dat zijn we verplicht tegenover deze kinderen.”