Profiel

Mark Koevermans: de leidsman van Feyenoord laat zich niet wegjagen

Directeur Feyenoord Feyenoord-directeur Mark Koevermans (53) staat zwaar onder druk. Als tennisser steeg hij bij hoogspanning boven zichzelf uit, waar anderen verstijfden.

Al na anderhalve minuut wordt de voorstelling ongemakkelijk. Het is 14 januari 2020, de nieuwjaarsreceptie van Feyenoord. Op het podium staat algemeen directeur Mark Koevermans. Rode das bij een strak zwart pak, de handen gevouwen en het donkere, halflange haar zoals altijd in een scheiding. „Ik ben ijdel”, liet hij zich ooit ontvallen. „Ik denk dat iemand die zegt dat hij niet ijdel is, liegt.”

Koevermans is twee maanden daarvoor aangesteld als opvolger van de opgestapte Jan de Jong. Als tussenoplossing, want de voormalig commercieel directeur mist, vindt hij ook zelf, een aantal competenties. De raad van commissarissen had kandidaten met een grotere staat van dienst op het oog. Maar die bedankten. En de tijd begon te dringen. Onderhandelingen met de gemeente, financiers en aannemers over ‘Feyenoord City’ – de bouw van een nieuw stadion aan de Maas – zitten in een vergevorderd stadium.

Een leiderschapscompetentie die Koevermans wel heeft is speechen. Dat doet hij graag, weten mensen die met hem werken. Toch heeft hij besloten op deze januaridag af te zien van de klassieke nieuwjaarstoespraak. In plaats daarvan laat hij zich op het podium interviewen door een verslaggever van RTV Rijnmond.

Het is een gewaagde keuze, blijkt al gauw. „Praat ik eigenlijk wel met de baas?”, wil de verslaggever weten. Hij verwijst naar recente berichten in de media, NRC onder meer, over een jarenlange machtsstrijd binnen Feyenoord tussen bestuurders, rijke ondernemers met een belang in de club en de raad van commissarissen (rvc) – met name rvc-voorzitter Toon van Bodegom. Koevermans slaakt een zucht. „Dat is een lekker begin.”

Dan volgt een wat kinderlijke metafoor over een ‘goed gevulde bus’ (Feyenoord) die op weg gaat naar succes. Koevermans is de chauffeur, wil hij maar zeggen, „en dan moet iedereen op de juiste plaats blijven zitten”.

Nu, bijna twee jaar later, zit Koevermans (53) nog steeds achter het stuur. Een echt boegbeeld is de mediaschuwe Rotterdammer nooit geworden. Dat heeft met zijn karakter te maken, vertellen mensen om hem heen, maar ook met de ontvlambare situatie rond de club. Sportief mag Feyenoord na een rampzalig seizoen aan een wederopstanding zijn begonnen onder de nieuwe trainer Arne Slot, achter de schermen blijft het onrustig. Twee weken geleden nog gooiden fanatieke supporters de ruiten in van Koevermans’ woning in Berkel en Rodenrijs, vermoedelijk vanwege zijn steun voor de bouw van een nieuw stadion.

Wie is Mark Koevermans? Waarom houdt hij vast aan een functie waar hij naar eigen zeggen niet de meest geschikte man voor is? En wat wil hij precies met Feyenoord?

Onbegrijpelijk harde keuze

Wie Koevermans wil begrijpen moet terug naar 1979, het jaar dat zijn ouders scheidden. Hij „zag het niet aankomen”, vertelde hij in 1993 in een zeldzaam openhartig interview met Martin Šimek voor HP/De Tijd. En het heeft ervoor gezorgd dat hij zijn verdriet verdringt. Dat zijn vader op een dag opeens weg was, maakte „grote indruk” op hem. Van de drie zoons leek hij het meest op zijn vader, die hem op zijn veertiende voor de keuze stelde: óf je accepteert mijn nieuwe vrouw, of je ziet me nooit meer. Koevermans ging voor het laatste.

Het heeft er alle schijn van dat die „onbegrijpelijk harde keuze”, zoals Koevermans het noemde, voor een deel zijn drive en vechtlust verklaart. In het boek Over winnen van Mark van Beek, uit 2019, hint hij daarop als hij zegt: „Mijn vader is weggegaan en ik heb hem daarna, op mijn 27ste jaar, nog maar één keer gezien. Hij was wel degene met wie ik ooit voor het eerst naar de tennisbaan ben gegaan en de sportman in de familie. Dat ik hem niet heb willen zien, komt waarschijnlijk uit een soort onbewuste drang om te laten zien van: zonder jou kan ik het ook wel.”

Lees ook: Sores bij Feyenoord: eerst een aanvaller halen, dan korten op de salarissen?

In tenniscoach Frits Don vindt Koevermans als adolescent een surrogaatvader. De twee schelen slechts dertien jaar, maar Don weet de juiste snaar te raken. Beiden hebben geen cent te makken en trainen in een hal vol kistjes van een kweker in Lisse. Zijn pupil mocht technisch tekortschieten, zegt Don, „maar op de baan was hij een beest”. Verliezen vindt Koevermans vreselijk. Hij vergt veel van zichzelf en anderen. Tennissers die een Mars eten tijdens twee wedstrijden door? Hij vindt dat onbegrijpelijk. Onprofessioneel.

Onder leiding van Don wordt Koevermans prof en beklimt hij de wereldranglijst. Staat hij in 1985 nog nummer 741, zes jaar later bereikt hij plaats 37. En dan moet hij zijn sportieve hoogtepunt nog bereiken: de historische zege in het beslissende Davis Cupduel tegen de veel hoger gerangschikte Spanjaard Sergi Bruguera. „Als hij voor Nederland uitkwam putte Mark uit een geheim vaatje”, zegt toenmalig captain Stanley Franker. „Sommige spelers verstijven van de angst, Mark steeg boven zichzelf uit.”

Don spreekt van „een karakterologische overwinning”. Als Koevermans en Bruguera een paar jaar eerder voor het eerst tegen elkaar spelen, valt de coach al op dat Bruguera „weke knieën” heeft. De Spanjaard geldt als een groot talent, zegt hij tegen Koevermans, „maar als jij één keer een prachtige rally van hem wint, en hem daarna vol vuur in de ogen kijkt, zal hij nooit meer van je winnen”.

Boze Feyenoord-fans bij het duel tegen sc Heerenveen, in september 2021. Foto Pieter Stam de Jonge/ANP

Don krijgt gelijk. De laatste jaren van zijn carrière wint Koevermans alle partijen van Bruguera, waaronder die tegen Spanje in de Davis Cup, maar ook die op de Olympische Spelen van Barcelona in 1992. „Mark heeft nog steeds hetzelfde doorzettings- en incasseringsvermogen van toen”, vindt zijn oud-coach.

Ook zoon Guus Koevermans (24) heeft zijn vader nooit anders gekend. „Hij is erg perfectionistisch, kan werk onmogelijk laten liggen als het niet af is. Eerder kan hij niet slapen. Hij gaat er vol voor.”

Keerzijde

Dat arbeidsethos van zijn vader heeft een keerzijde, vindt hij. „Het vergt offers. Er zijn perioden dat we hem heel weinig zien thuis. Hij eet maar één keer per week mee, kan zich moeilijk ontspannen. En ja, veel hartsvrienden heeft hij niet.”

In het boek Over winnen spreekt Koevermans van „een enorm leerproces”. Af en toe vrij nemen, niet naar Feyenoord kijken, geen mail lezen, even helemaal niks doen – het kost hem veel moeite.

Na zeven jaar proftennis houdt Koevermans het in 1994 voor gezien. Met voormalig tennismaatje Huub van Boeckel reist hij drie jaar lang Nederland door om producten van sportmerk United Sports Benelux te promoten. Tot ondernemer Theo Dietz hem vraagt voor surfmerk O’Neill te komen werken. Spelenderwijs leert Koevermans het vak. Hij leert een team aansturen, lastige gesprekken voeren en de fijne kneepjes van het vergaderen. Hij klimt op tot verkoopdirecteur bij het kledingbedrijf.

Maar al die tijd – en ver daarvoor – is er Feyenoord.

Geboren en opgegroeid in Rotterdam vormt de club van jongs af aan een belangrijk deel van zijn leven. Koevermans is zelfs zo idolaat van Feyenoord dat hij op zijn bruiloft een gilet met het clublogo draagt. Voor Koevermans’ vrijgezellenfeest regelen zijn vrienden dat hij met het eerste mee mag trainen, onder leiding van coach Willem van Hanegem.

In 2009 krijgt hij de kans bij ‘zijn’ club aan de slag te gaan. Hij wordt commercieel directeur en komt terecht bij een organisatie in zware financiële nood. Feyenoord moet saneren, Koevermans krijgt de opdracht nieuw kapitaal aan te trekken. Ook maakt hij zich hard voor de eenwording van de amateurtak, de profafdeling en het stadion – drie gescheiden entiteiten. Versmelting vergroot de commerciële mogelijkheden en maakt Feyenoord beter bestuurbaar, vindt Koevermans. En hij gelooft dat Feyenoord toe is aan een nieuw stadion.

Zijn eerste missie slaagt. In oktober 2010, kort nadat de club met 10-0 heeft verloren van PSV, maakt een groep gefortuneerde ondernemers – ze noemen zich ‘Vrienden van Feyenoord’ – bekend dat ze ruim 30 miljoen euro in de club steken, in ruil voor 49 procent van de aandelen. Dat is mede aan Koevermans te danken, vertellen betrokkenen. Hij gaat langs bij potentiële geldschieters met een liefde voor Feyenoord en overtuigt hen mee te doen. „Hij kan geweldig jagen op geld,” zegt een voormalig medewerker van de club die nauw met hem samenwerkte.

Met een aantal prominente Vrienden van Feyenoord, onder wie voorman Pim Blokland, raakt Koevermans bevriend. Zij zien tot hun verbazing dat de voormalig topsporter zijn zenuwen niet de baas is als Feyenoord speelt. In 2010 bezoekt Koevermans samen met havenondernemer Gerard Baks een uitwedstrijd tegen Willem II. Bij rust staat Feyenoord met 1-0 voor. Baks: „De hele tweede helft is hij binnen gebleven. De spanning werd hem te groot.”

Bijna iedereen praat mee

Koevermans mag fan zijn van de club die hij bestuurt, dat betekent niet dat hij onder de indruk is van de spelers. Integendeel, hij vindt dat voetballers vaak te weinig van zichzelf eisen. „Een tennisser traint twee uur op zijn backhand”, zegt Baks. „Als Mark dan ziet dat een voetballer drie keer achter elkaar een corner verprutst, frustreert dat hem.”

Gefrustreerd raakt Koevermans ook als Feyenoord verliest of als dingen niet gaan zoals hij wil, vertellen mensen om hem heen. Dat wordt hij stuurs en afstandelijk, een groot contrast met de joviale man die hij doorgaans is.

Lees ook: De macht van de Vrienden: niemand kan bij Feyenoord om Pim Blokland heen

Redenen om gefrustreerd te raken zijn er genoeg. Na zijn aanstelling tot commercieel directeur komt de club er financieel voorzichtig bovenop en beleeft Feyenoord een zeldzaam sportief hoogtepunt met het kampioenschap in 2017. Maar de kloof met PSV en Ajax wordt groter, plannen voor een nieuw stadion sneuvelen of lopen ernstige vertraging op en Feyenoord is vrijwel onbestuurbaar. Met een bestuur, een raad van commissarissen, een vijfkoppige Stichting Continuïteit Feyenoord (die het ‘gouden aandeel’ beheert en de clubcultuur bewaakt), een luidruchtige harde kern én de ‘Vrienden’ praat bijna iedereen mee bij Feyenoord.

Gevolg: de ene na de andere directeur vertrekt. Alleen Koevermans, die zich als oud-tennisser niet of nauwelijks met het voetbal bemoeit, blijft al die tijd in het zadel. In het najaar van 2019 promoveert hij tot algemeen directeur, een rol die diplomatieke en politieke vaardigheden vereist die bij hem niet vanzelf komen. Bijkomend nadeel: hij komt in het vizier van fanatieke supporters, die hem steun voor een nieuw stadion verwijten en nadrukkelijk uit zijn op zijn vertrek.

Dat raakt hem diep, zegt Herman van Drie, lid van de ‘Vrienden’. Zoals ook de kapotte ruit en de graffiti hem aangrijpen. Volgens zoon Guus waren zijn ouders bij het laatste incident alleen thuis. „Ze lagen te slapen, ik zat zelf in het buitenland. Toen mijn moeder de volgende dag belde kwam er veel woede en verdriet naar boven. Mijn vader zet zich zó in voor de club.”

Toch verwachten betrokkenen niet dat Koevermans zich laat wegjagen. Daarvoor zijn zijn plichtsbesef en clubliefde te groot. Koevermans wil de club verder helpen, door van Feyenoord City een succes te maken en de club te professionaliseren. Hij is blij met het werk van technisch directeur Frank Arnesen, die de jeugdopleiding en scouting flink heeft gerenoveerd. Van Drie: „En die innovatieve coach die keihard traint – dat vindt hij prachtig.”