Esmée Leyenaar-Struijk (1921-2021) bleef altijd nieuwsgierig en sociaal

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Esmée Leyenaar-Struijk werd een geëmancipeerde, feministische bijna-honderdjarige.

Leyenaar maakt zich klaar om te gaan schaatsen, rond 1939.
Leyenaar maakt zich klaar om te gaan schaatsen, rond 1939. Foto privécollectie

Op 24 september zou ze honderd jaar worden – burgemeester Jan van Zanen had zich al aangemeld voor een bezoek, haar vier kinderen plus aanhang zouden langskomen voor een advocaatje met slagroom. Zelf vond Esmée Leyenaar-Struijk het allemaal wat overdreven, maar met gezelschap was ze altijd blij. Het mocht niet zo zijn: op 27 augustus sliep ze rustig in, na een week waarin „de machine opeens begon te haperen”, in de woorden van haar dochter Monique.

„Mijn oma was sterk en positief”, vertelt kleindochter Eva Hendricks. „De laatste jaren voelde ze zich niet altijd goed, maar daar probeerde ze niet te lang bij stil te blijven staan. Ze kon blij worden van de blauwe lucht, van een bos bloemen of een gebakje, ze waardeerde alle aandacht die ze kreeg. Ik denk dat ze vrijwel elk moment van haar leven de moeite waard vond.”

Haar hoge leeftijd was iets dat haar overkwam – met gezondheid of fysieke dingen was mevrouw Leyenaar-Struijk „totaal niet bezig”, aldus Ada van Altena van Buurtzorg Den Haag, die van 2010 tot 2017 bij haar langskwam. „Douchen of eten vond ze niet interessant, daar moest je haar echt aan herinneren – het ging haar om het gesprek, om wat er speelde in de wereld. Ze spelde de krant en ze volgde het nieuws en alle sport op tv. Ze sprak heel goed Frans, ze oefende Spaans en ze vond het geweldig als een thuishulp uit een andere cultuur kwam, dan kon ze daar weer van alles over vragen. Eén keer viel ze in huis en belde ze zelf 112; het letsel vond ze niet belangrijk, wel dat ze zo gezellig met de ambulancebroeders had zitten kletsen.”

De coronacrisis kwam ze rustig door, met regelmatig een mandje met lekkers van de familie dat vanaf het balkon naar binnen werd gehengeld

Toen het op haar 96ste tijd werd om het zelfstandig wonen op te geven voor een appartement in Woonzorgcentrum Oldeslo, in Scheveningen, had Leyenaar-Struijk het daar wel even moeilijk mee, aldus Van Altena. Maar zodra ze contact had gelegd met het personeel was het goed. Bovendien woonde Dini er al, haar schoonzus en beste vriendin met wie ze sinds de dood van haar man in 2001 veel optrok. De coronacrisis kwamen de twee rustig samen door, met regelmatig een mandje met lekkers van de familie dat vanaf het balkon naar binnen werd gehengeld.

Als jonge vrouw had Truus Struijk, zoals ze toen nog heette, voor hetere vuren gestaan. Haar eerste echtgenoot, een tolk Engels, sloot zich in de Tweede Wereldoorlog aan bij de geallieerde troepen; in 1944 volgde ze hem van Den Haag naar Brabant, waar ze onderdak vonden bij een boerenechtpaar. Daar beviel Struijk in april 1944 van haar eerste kind, dochter Ineke. Terug in Den Haag volgde in 1947 zoon Rob. Rond die tijd liep ook Struijks huwelijk spaak; de vader van haar kinderen verhuisde naar het buitenland en verdween goeddeels uit beeld.

Op 99-jarige leeftijd, augustus 2021.

Foto privécollectie

Even stond Struijk er alleen voor, totdat haar oud-klasgenoot Jan Leyenaar lucht kreeg van haar nieuwe status: hij was al sinds de mulo verliefd op Truus, die hij liefkozend ‘Trui’ noemde. Hij werd haar tweede man, en ‘Trui’ werd haar nieuwe naam. De sobere huwelijksvoltrekking bij een notaris in de Javastraat werd van een afstandje gadegeslagen door zijn moeder en zus; officieel had Jan geen ouderlijke toestemming gekregen om te trouwen met deze gescheiden moeder van twee kinderen.

De geboorte van zoon Peter in 1950 was voor Trui aanleiding om haar trots opzij te zetten, op de tram te stappen en bij haar schoonouders langs te gaan. De baby maakte alles goed, de breuk werd hersteld. In het samengestelde gezin van Jan en Trui werd geen enkel onderscheid gemaakt tussen de kinderen; Jan vaderde over allemaal.

Na de geboorte van Monique, in 1955, ging Trui weer deeltijds werken. Na de mulo was ze een paar jaar met groot plezier bij de PTT in dienst geweest als telefoniste, nu kwam ze terecht op de typekamer van verzekeringsmaatschappij Ennia (inmiddels onderdeel van Aegon). Ze voelde zich als een vis in het water en werd een sociale spil op kantoor. Op haar zestigste ging ze met grote tegenzin met verplicht pensioen.

In de tussentijd had ze haar voornaam andermaal veranderd: in 1975 kondigde ze aan dat ze voortaan ‘Esmée’ wilde heten. Monique: „In het begin maakten we daar grappen over, maar mijn moeder meende het. Ze voelde zich geen ‘Trui’ meer. Ze was geëmancipeerd in haar denken: financiële onafhankelijkheid en gelijkheid tussen vrouwen en mannen waren belangrijke principes voor haar. Ze moedigde mij aan om mee te demonstreren voor de legalisering van abortus.”

„Mijn oma was ruimdenkend en onconventioneel”, zegt Eva. „Zelf zou ze het misschien niet zo noemen, maar mijn oma was een feminist.”