Eerste vrouwelijke hoogleraar Europa doceerde vanuit huis

Ongekend Ze waren belangrijk voor de wetenschap, maar deze vrouwen stonden tot nu toe in de schaduw

Helemaal onbekend is ze niet: Laura Bassi. Toch zal niet iedereen weten dat zij voor zover bekend de eerste vrouwelijke hoogleraar in Europa was. Haar leven illustreert wat er nodig was – en is – om als vrouw een plek in de natuurwetenschap te veroveren.

Talent allereerst, en dat had Bassi ruimschoots. Cruciaal was verder dat haar ouders uitstekende thuisonderwijzers aanstelden om haar wegwijs te maken in rekenen, wiskunde, Latijn, Frans, logica en natuurwetenschap. De belangrijkste van hen was Gaetano Cattoni, een bevriende arts en natuurwetenschapper. Toen Bassi tegen de twintig was, had Cattoni al op zoveel plaatsen de loftrompet over haar gestoken, dat talloze vooraanstaande inwoners van Bologna kwamen luisteren naar de debatten die ze thuis met beroemde hoogleraren voerde.

Daardoor kwam Bassi in het vizier van de vooruitstrevende aartsbisschop Lorenzini Lambertini van Bologna. Hij zorgde ervoor dat ze in 1732, vijf jaar na Newton’s dood, de 49 stellingen mocht verdedigen die haar een doctorstitel opleverden. Bijna meteen daarna trad ze, opnieuw met steun van Lambertini, toe tot de Academie van Wetenschappen van Bologna.

Daar waren niet alle hooggeleerde heren ermee ingenomen dat Bassi deelnam aan hun discussies over de geheimen van de natuur. Maar Bassi – volgend ingrediënt voor succes – liet zich niet uit het veld slaan. Zelfs niet toen de universiteit van Bologna weliswaar speciaal voor haar een nieuwe leerstoel instelde, maar haar enkel toestond zich bij speciale gelegenheden te vertonen: zoals bij hoog bezoek of tijdens een promotieplechtigheid. Bassi stortte zich op zelfstudie. Ze ging te rade bij beroemde collega’s. Ze las werken van Galileo Galilei en andere ‘gevaarlijke’ boeken en zo werd ze enkel maar geleerder.

Haar volgende beslissing was cruciaal: ze trouwde met een man die net zoveel van de natuurwetenschappen hield als zijzelf én die haar het licht in de ogen gunde. Of zoals ze volgens wetenschapshistoricus Paula Findlen in 1738 aan een gemeenschappelijke vriend schreef: ‘Ik heb iemand gekozen die dezelfde weg van studie bewandelt als ik, en die mij, daarvan heb ik me eerder al verzekerd, niet van dat pad zal proberen weg te voeren.’

Universiteit aan huis

Zo begon een gezamenlijk leven waarin Bassi en arts en hoogleraar Giuseppe Veratti acht kinderen kregen (drie stierven jong) en een onderzoeks- en onderwijsprogramma uitvoerden. Dat deden ze thuis, waar Bassi als gehuwde vrouw ongestraft (mannelijke) studenten en collega’s kon uitnodigen. Met een uitdijende verzameling meetapparaten deed zij experimenten met elektriciteit, licht en gasmengsels. Ze hamerde steevast op een solide theoretische onderbouwing daarvan. En tijdens een acht maanden durend intensief collegeprogramma leidde Signora Dottoressa Laura Bassi in haar villa aan de Via Barberia bovendien generaties experimentele fysici op. Een tevreden universiteit gaf haar in 1744 salarisverhoging.

Dankzij Lambertini, inmiddels paus Benedict XIV, en haar eigen overtuigingskracht werd Bassi toen ook toegelaten tot het groepje ‘benedictijnen’ die de Academie in Bologna nieuw leven moesten inblazen. Zo groeide zij als rolmodel voor vrouwen, want een paar jaar later traden de Franse verspreidster van Newton’s leer, Emilie de Châtelet, en de Milanese wiskundige Maria Gaetana Agnesi eveneens tot het selecte groepje toe.

Toch zijn er maar weinig wetenschappelijke artikelen van Bassi bewaard gebleven. Wetenschapshistorici benadrukken dat ze vooral veel debatteerde en onderwees. Maar het komt ook doordat de 32 verslagen van haar voordrachten bij de Academie grotendeels verloren gingen tijdens de verovering van Bologna door Napoleon in 1796. Onder diens overheersing was het trouwens ook afgelopen met banen voor vrouwen aan de universiteit. En dat is dan de laatste les: het recht op gelijke kansen moet steeds opnieuw worden bevochten.