Die 2 euro voor benzine is nog maar een voorproefje

Benzinemarkt De markt voor benzine krimpt, en toch stijgt de prijs naar recordhoogte. Een snelle daling ligt niet voor de hand.

Illustratie Roland Blokhuizen

Recordprijzen op een markt die de komende jaren in Nederland alleen maar gaat krimpen. Dat lijkt vreemd, maar het is precies wat nu op de benzinemarkt gebeurt. Afgelopen week werd bij stations langs de snelweg voor het eerst de barrière van 2 euro per liter geslecht.

Die recordprijs is vooral het gevolg van het mondiale spel van vraag en aanbod naar olie. Door de snelle economische groei na de coronapandemie is de vraag naar fossiele energie ongekend hoog en ligt de olieprijs rond de 80 dollar per vat. Maar toen de prijs voor een vat zeven jaar geleden boven de 100 dollar lag, kostte de benzine nog lang geen 2 euro per liter.

„Dat heeft onder meer te maken met de accijns die elk jaar stijgt”, zegt directeur Erik de Vries van NOVE, de brancheorganisatie voor de zelfstandige brandstofhandel. Dit jaar bedraagt die belasting 82 cent per liter. Daar komt de btw nog bij. Ook beperkte raffinagecapaciteit en de goedkopere euro – ten opzichte van de dollar – spelen een rol. „En inmiddels wordt 10 procent bio-ethanol aan de benzine toegevoegd. Steeds meer landen gaan dat doen en die groene brandstof heeft daardoor niet de neiging om goedkoper te worden.”

Volgens De Vries drijft speculatie de prijs ook op. „Er zijn veel opslagmogelijkheden en grote partijen kunnen zelf wereldwijd de voorraden bijhouden, onder meer via satellietbeelden van de opslagtanks. Die speculaties, vermoed ik, vergroten de pieken en dalen van de prijs.”

Elektrisch rijden

De benzine mag nog nooit zo duur geweest zijn, de vraag in Nederland is wel lager dan in het laatste jaar voor de corona-epidemie. De Vries: „Ten opzichte van 2019 lopen we in omzet 13 tot 14 procent achter, en we verwachten niet dat de vraag ooit nog op dat niveau komt.”

In Nederland reden aan het eind van deze zomer ruim 320.000 auto’s volledig of deels op stroom. Dat lijkt niet veel ten opzichte van 8,5 miljoen ‘fossiele auto’s’, maar het effect is volgens De Vries groot. „Het gaat vooral om zakelijke rijders die eerst veel kilometers met hun dieselauto maakten. De omzet van 2019 zouden we alleen nog kunnen halen als veel gezinnen een tweede auto nemen, maar dat verwachten we niet.”

Maarten van Biezen van de Vereniging Elektrische Rijders noemt het een gemiste kans dat het kabinet Prinsjesdag niet aangreep om het gebruik van elektrisch rijden verder te stimuleren. „Dit zijn momenten dat je de transitie naar elektrisch rijden kan versnellen – nee, móét versnellen. Dan moet je natuurlijk niet de subsidie voor elektrisch rijden gaan afbouwen, zoals nu gebeurt. Zo halen we de doelstelling uit het klimaatakkoord van 2,1 miljoen elektrische auto’s in 2030 niet.”

Op papier komt het demissionaire kabinet met ruim 600 miljoen euro om elektrisch rijden te stimuleren. In de praktijk gaat dat geld voor het grootste deel naar Financiën om de teruglopende inkomsten uit benzineauto’s te compenseren. „Vestzak-broekzak dus”, zegt Van Biezen. „Daardoor gaat geen elektrische auto extra de weg op.”

Hij denkt wel dat de 2 euro per liter benzine mensen aan het denken zet om elektrisch te gaan rijden. „Niet alleen die hoge prijs speelt daarin een rol, maar kijk wat er nu in Engeland gebeurt, met al die wachtende automobilisten bij de benzinepomp. Dan zullen mensen ook wel denken: wat fijn als ik mijn auto thuis zou kunnen opladen, tegen lagere kosten.”

Hogere heffingen

Die 2 euro per liter benzine is een voorproefje van de prijsverhoging voor fossiele energie waartoe de transitie gaat leiden, verwacht Herman Vollebergh, hoogleraar Economie en Milieubeleid in Tilburg. „Toch is dit eigenlijk wat je wilt zien. Dat de prijzen voor fossiel stijgen, dat is wat de energietransitie vraagt. Nadeel is wel dat elektrisch rijden momenteel door de hoge gasprijs ook duurder kan uitvallen.”

Deze zomer kwam Vollebergh, ook betrokken bij het Planbureau voor de Leefomgeving, met een publicatie die liet zien dat de belastingen voor het milieubeleid in de praktijk vooral door de burger betaald worden, en veel minder door industrie en landbouw. Wat de benzine betreft, springt hij niet voor de burger in de bres. „We keken voor die studie niet naar de ontwikkeling van de olieprijs, maar naar de hoogte van allerhande heffingen. Dan blijkt dat de automobilist nog onvoldoende aan heffingen betaalt om alle schade te compenseren.”

Daarbij gaat het niet alleen om de klimaatschade via CO2-uitstoot. Ook verkeersongelukken, luchtvervuiling en filevorming kennen hun prijs. Om de kosten daarvan te vergoeden, zouden alleen al de heffingen 2,10 euro per liter moeten bedragen. „Dan heb je een idee van hoe hoog de benzineprijs eigenlijk zou moeten zijn”, zegt Vollebergh. „De transitie is niet gratis. Dat is nu ook duidelijk te zien aan de Europese CO2-rechten die in prijs sterk stijgen. Maar soms zijn slechte dingen voor het klimaat nog altijd te goedkoop. Die moeten duurder worden, en dan heb je de schonere varianten als alternatief. Zoals elektrisch rijden.”

Ook De Vries van branchevereniging NOVE verwacht, los van de ontwikkeling van de benzineprijs, dat de kosten van de energietransitie oplopen. „De totale kosten voor een benzineauto en die voor een elektrische auto komen zeker dichter bij elkaar te liggen”, zegt de voorman van de zelfstandige brandstofhandel.

Dat de huidige prijs van 2 euro snel tot een afscheid van de benzineauto leidt, verwacht hij niet. „Pas als de kosten gedurende langere tijd blijven oplopen, gaan mensen denken aan een systeemverandering. Dat ze bijvoorbeeld voortaan op de elektrische fiets naar het werk gaan of gebruik gaan maken van deelauto’s. We kunnen niet alles voorspellen, maar goedkoper gaat het in elk geval niet worden.”