De series die de lachband de das omdeden verhuizen deze maand naar Netflix

Seinfeld en The Office hebben het sitcomgenre op een compleet nieuw spoor gezet. Al worden de hoofdpersonen wél weer steeds vriendelijker. De series krijgen vanaf deze maand een nieuw leven op Netflix.

Kramer, George, Elaine en Jerry in 'The Merv Griffin Show', een aflevering uit het negende en laatste seizoen van Seinfeld.
Kramer, George, Elaine en Jerry in 'The Merv Griffin Show', een aflevering uit het negende en laatste seizoen van Seinfeld. Corbis/VCG via Getty Images

Het is gewoon niet zo’n goede grap. Jerry, George en Elaine zijn op een housewarming. De eerste twee hadden dit appartement ook gewild, maar kibbelden te lang over wie er het meest recht op had. Elaine zou het appartement krijgen van degene die verhuisde. Alledrie grepen ze mis, en nu zitten ze mokkend op de sofa. Achter hen horen ze een man vertellen dat hij zíjn appartement binnenkort uit gaat. Precies tegelijk draaien ze zich om, en in koor vragen ze: „What’s the rent?”

Lachband. Aftiteling.

Het is een poging het verhaaltje nog even ‘rond’ te maken. Te gekunsteld, iets wat alleen in een geregisseerde wereld gebeurt.

Het was de derde aflevering van het eerste seizoen, uitgezonden in de zomer van 1990. Seinfeld was Seinfeld nog niet. Misschien dat de bedenkers, comedians Jerry Seinfeld en Larry David, nog het idee hadden dat ze netjes moesten aansluiten bij huiselijke, warmbloedige voorgangers als The Cosby Show, Family Ties en vooral Cheers. De hoogste bazen van netwerk NBC keken bovendien sceptisch mee. Of Jerry Seinfeld en Larry David nog meer afleveringen zouden mogen maken dan de vijf die toen besteld waren, was allerminst zeker. Zo goed waren de kijkcijfers ook weer niet.

Het liep anders. Seinfeld zou nog acht jaar doorgaan. Negen seizoenen, 180 afleveringen. Naar de laatste aflevering keken bijna tachtig miljoen Amerikanen. Het werd een show die de grenzen van de sitcom verlegde én ongemerkt alvast afrekende met die vermaledijde lachband.

Zonder Seinfeld zou The Office (2005-2013, ook negen seizoenen, 201 afleveringen) waarschijnlijk niet bestaan, dat op zijn beurt bewees dat de lachband écht niet nodig was en bovendien de toon zette voor cringe comedy – humor voortkomend uit sociaal ongemak – en de mockumentary: een gescripte show die eruitziet als een documentaire.

Lees ook: Een van beste sitcoms ooit is Netflix’s nieuwe troef in concurrentiestrijd

Twee shows die samen de koers van het complete genre in de afgelopen dertig jaar bepaalden. Zeggen dat Nederland ze nu ‘eindelijk’ allebei kan zien, zou onzin zijn: beide zaten tot voor kort in het lokale aanbod van Amazon Prime. Maar nu ze deze maand (Seinfeld per 1 oktober, The Office vanaf 23 oktober) naar het veel grotere Netflix verhuizen, heeft voor eerst bijna de helft van de Nederlandse huishoudens twee van de beste sitcoms ooit in huis.

Maffe ideeën

Voor een sitcom zonder lachband of live publiek waren de geesten begin jaren 90 nog lang niet rijp. Filmen in een studio met publiek was omslachtig en beperkte makers in wat ze wilden maken: een sitcom die zich op elke denkbare locatie kon afspelen, met korte scènes (soms één grapje en weer door) en veel uitproberen.

In ‘The Chinese Restaurant’ (Seinfeld, seizoen 2) wachten de hoofdpersonen een hele aflevering op een tafeltje, in ‘The Parking Garage’ (seizoen 3) zoeken ze na een bezoek aan een winkelcentrum twintig minuten naar waar ze de auto nou geparkeerd hebben. Twee maffe ideeën waarvoor de set compleet omgebouwd moest worden en de noodzaak het in een studio voor publiek te doen het veel omslachtiger maakte. Sommige scènes werden op een externe locatie opgenomen, waarna het publiek ze op een scherm te zien kregen en díé lach eronder werd gemonteerd. Scènes werden bovendien steeds vaker in één stuk opgenomen maar in de montage met elkaar versneden. Een aflevering in het eerste seizoen versprong zo’n tien keer naar een andere plaats en tijd, in de latere seizoenen gemakkelijk dertig keer.

Problematischer was het dat de schrijvers maar bleven bijschaven en er soms zelfs ter plekke nog hele scènes bij verzonnen. Toeschouwers zaten dan al zo’n drie uur in de studio (voor een aflevering van 21 minuten) en werden ongeduldig.

Veel van deze werkwijze zou, toen de sitcom de lachband niet meer nodig bleek te hebben, gangbaar worden bij de volgende generatie comedyseries. Een opname van een aflevering van The Office, bijvoorbeeld, kostte cast en crew drie tot vijf dagen. Eén zin of een bepaalde blik werd soms tientallen keren opnieuw gedaan, tot het precies goed was. Acteurs konden het zich bovendien veroorloven te improviseren, om te kijken of ze het nog iets grappiger konden maken.

No hugging, no learning

Seinfeld rekende ook af met het idee dat personages gedurende een aflevering een morele les moeten leren. No hugging, no learning was het credo van Larry David. De vier hoofdpersonen waren anti-helden, egoïsten, en ze zouden hun leven echt niet beteren. Een moraal ontbrak steevast.

Meer en meer verwijderde de show zich zo van voorgangers en generatiegenoten, om des te meer een voorbeeld te worden voor wat erná zou komen, in de nieuwe eeuw. Atlanta en It’s Always Sunny in Philadelphia gingen door op ‘no hugging, no learning’, en shows als Arrested Development en 30 Rock probeerden net zo vernuftig als Seinfeld gedaan had verschillende verhaallijnen samen te brengen.

Een ongemakkelijke stilte kun je niet als zodanig uitspelen als mensen erdoorheen lachen

Was wat Seinfeld deed een voorbeeld van cringe comedy? Nee – maar misschien had ook dat met die lachers te maken. Zeker, het gedrag van deze vier is bij vlagen tenenkrommend, maar een ongemakkelijke stilte kun je niet als zodanig uitspelen als mensen erdoorheen lachen.

Een jaar na de slotaflevering van Seinfeld begon Curb Your Enthusiasm op HBO. Dit was het nieuwe project van Larry David: een show waarin hij een overdreven neurotische versie van zichzelf speelde, gefilmd als een realityshow van zijn eigen leven.

Dat was een van de inspiratiebronnen voor de Britten Ricky Gervais en Stephen Merchant, die in 2001 doorbraken met de BBC-comedy The Office. Twee seizoenen van zes afleveringen over de werknemers van een bedrijf dat papier verkoopt, zonder lachband, compleet gescript maar gefilmd in documentairestijl. Afdelingsbaas David Brent (Gervais) was een onuitstaanbare vent, zo sociaal onbeholpen dat het soms moeilijk was om naar te kijken. Het werd een wereldwijde hit.

Ook de Amerikaanse remake van Greg Daniels, in 2005, was tot ieders verbazing een succes. Een comedy zonder lachband, vrijwel zonder bekende acteurs, over een kantóór, in het saaie Scranton, Pennsylvania?

Mockumentary

The Office sloot perfect aan bij de tijdgeest. George W. Bush was president en een groot deel van Amerika voelde zich als de werknemers op het kantoor van regiomanager Michael Scott (gespeeld door Steve Carell): overgeleverd aan de grillen van een incompetente baas.

Lees ook: Waarom comedyseries geen gebruik meer maken van de lachband

De nieuwe generatie tv-kijkers ergerde zich bovendien al een tijdje kapot aan de lachband, die steeds meer werd ervaren als het ondermijnen van de intelligentie van het publiek.

Ontdaan van het lachband-harnas was er een heel nieuw arsenaal aan mogelijkheden. Elke subtiliteit kon plots een grapje zijn: iemand die veelbetekenend in de camera kijkt, iets wat op de achtergrond gebeurt, de screensaver op iemands beeldscherm. Iemand maakt een grap die juist níét werkt, dus de daaropvolgende pijnlijke stilte wordt de grap. Ook de ‘mockumentary’-stijl bracht nieuwe mogelijkheden. In die kleine intermezzo’s sprak het personage tot de kijker. Het werd een kostelijke monoloog, een grapje tussendoor of iets waardoor de kijker wat ervoor of erna gebeurde beter kon begrijpen.

Wat het einde van de lachband betreft was The Office nog invloedrijker. In 2006 won de serie de Emmy voor beste comedyserie, en sindsdien ging die award nóóit meer naar een lachbandserie.

The Office was wél cringe comedy, en de show die er een groter publiek mee bereikte dan voorgangers. Zeker in het begin, met ‘Diversity Day’ (seizoen 1) als een van de vroegste voorbeelden en ‘Dinner Party’ (seizoen 4) als summum van hoe ver de schrijvers durfden te gaan met hun politiek incorrecte of sinistere humor. Veep (waarin hoofdrolspeler Julia Louis-Dreyfus nog beter was dan in Seinfeld) tapte uit hetzelfde vaatje, net als in Nederland De luizenmoeder.

Escapisme

Zo is bijna elke sitcom van de laatste jaren wel schatplichtig aan Seinfeld of The Office. Al is het opvallend dat we de onsympathieke personages inmiddels weer zat lijken te zijn. Michael Scott was aanvankelijk net zo erg als David Brent uit het Britse origineel, maar het was een belangrijke aanpassing aan zijn karakter die de serie na een matig eerste seizoen redde. Vanaf het moment dat ze hem íéts warmer en empathischer maakten – maar zonder zijn tekortkomingen uit te gummen – stegen de kijkcijfers en kreeg de show betere recensies. Via onder meer Parks and Recreation, Schitt’s Creek, The Good Place en nu Ted Lasso werd de sitcom weer een stuk vriendelijker.

Het zou goed kunnen dat ook dat met de tijdgeest te maken heeft. Veep, een scherpe satire over een vicepresident en haar disfunctionele team, werd in latere seizoenen zo overvleugeld door wat er allemaal in Trumps Witte Huis gebeurde dat het met fictie niet meer viel te overtoepen.

Tijdens de pandemie moesten sitcoms bovendien dienstdoen als escapisme en bij de personages moest je als kijker in de buurt willen zijn. Dát maakte van Ted Lasso de hit van 2020, en van The Office de meest gestreamde serie van het coronatijdperk.