Opinie

De roekeloze wereld van de virologie

Rosanne Hertzberger

Deze week lekte een onderzoeksvoorstel uit 2018 uit, om coronavirussen in vleermuizen te bestrijden. Zo wilden de Amerikaanse en Aziatische onderzoekers de kans op een coronaviruspandemie bestrijden. Ze stellen voor om vleermuizen in hun grotten te vaccineren met een soort breed middel tegen zoveel mogelijk varianten.

Voor het project moesten de dieren in het wild uitgebreid worden bemonsterd en ook moest een flink aantal nieuwe coronavirussen aan de uitgebreide collectie van het lab in Wuhan worden toegevoegd. De onderzoekers stellen zelfs voor om levende, wilde vleermuizen naar de laboratoria te transporteren om daar de vaccinaties uit te proberen.

Het lek is een nieuw hoofdstuk in de spannende whodunnit over de oorsprong van het coronavirus. Deze groep onderzoekers zou met hun eerdere experimenten met coronavirussen op vleermuizen weleens de huidige pandemie veroorzaakt kunnen hebben. Iets dat alle partijen stellig naar het rijk der complottheorieën verwijzen.

Maar het zou niet voor het eerst zijn dat de bestrijding van een virus juist tot de verspreiding ervan leidt. Mond- en klauwzeer lekt uit labs die vaccins ertegen onderzoeken, ontwikkelen of produceren. Hetzelfde geldt voor polio en SARS-1.

Het voorstel werd afgewezen en dat lijkt wel zo verstandig. Wie het leest, krijgt de indruk dat de onderzoekers in een wedstrijdje roekeloosheid zijn beland. Bovendien is de opzet om vleermuizen in het wild te vaccineren zowel omslachtig als compleet irrealistisch.

Het heeft ook iets absurdistisch, want juist dit soort voorstellen met verregaande impact op de ecologie van wilde dieren komen uit de koker van de zogeheten ‘Onehealth’ wetenschap – en juist die wetenschap heeft aandacht voor de verwevenheid van mens, dier, plant en planeet.

Lees ook: Opgedoken onderzoeksvoorstel voedt theorie over labontsnapping SARS-CoV-2

Het publieke gekissebis over de oorsprong van het coronavirus zit vol ruis; van racisme ten opzichte van Chinese onderzoekers tot ‘vertrouw ons maar, wij zijn de experts’-achtige teksten van virologen.

Eén probleem is dat onze obsessie met genetische modificatie en ‘natuurlijkheid’ erdoorheen schemert, terwijl dat eigenlijk best irrelevant is. Het doet er weinig toe of het coronavirus het resultaat was van genetisch geknutsel of dat het zo van een vleermuis sprong. Of het virus van een vleermuis of van een vleermuismonster oversprong. Of dat in een lab of in een grot gebeurde, waar een onderzoeker tijdens een vleermuizenjacht besmet zou zijn. Het is allemaal verre van uitgesloten. En dat zou betekenen dat het onderzoek voor pandemiepreventie ons juist allemaal in gevaar heeft gebracht.

Het onderzoeksvoorstel werd door alle betrokkenen verzwegen. Ook hadden geen van de betrokken toplaboratoria kennelijk moeite met de voorgestelde experimenten. Er moest een externe organisatie, de reviewers, aan te pas komen om paal en perk te stellen.

Ondertussen is er geen rem of grens aan dit type riskante experimenten. De Nederlandse virusonderzoeker Ron Fouchier wordt telkens weer als voorbeeld aangehaald. Hij onderzocht manieren waarop het vogelgriepvirus H5N1, dat ongeveer de helft van de mensen na besmetting doodt, makkelijker mensen kan besmetten. Dat gebeurde gewoon bij mij om de hoek, in het ErasmusMC.

De commissie die door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) naar Wuhan werd gestuurd om de oorsprong van het coronavirus te onderzoeken, waaronder de auteur van het nu gelekte onderzoeksvoorstel uit 2018, concludeerde dat het „unlikely” was dat virologen van Wuhan een handje hebben gehad in de verspreiding van het coronavirus.

Maar unlikely is niet goed genoeg. Ook een piepkleine kans op een pandemie van deze omvang is onacceptabel. De wereld van de virologie is ondoorzichtiger en roekelozer dan ik dacht. En het vakgebied is tegelijkertijd machtiger en invloedrijker dan ooit. Wie roept deze experimenten een halt toe?

Rosanne Hertzberger is microbioloog.