Zaten de Golfstaten achter de machtsgreep in Tunesië?

Machtsgreep Saied Er zijn aanwijzingen dat de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië president Saied hielpen de Tunesische democratie om zeep te brengen.

President Kais Saied ontvangt de Saoedische minister van Buitenlandse Zaken in Tunis.
President Kais Saied ontvangt de Saoedische minister van Buitenlandse Zaken in Tunis. Foto Getty Images

De Tunesische president Kais Saied genoot bij zijn aantreden in 2019 de reputatie van een onhandig buitenbeentje in de politiek. Onervaren, niet rijk, weinig charismatisch en geen lid van een politieke partij. Uitnodigingen uit het buitenland sloeg hij steevast af. Hij had vliegangst, concludeerden de Tunesiërs.

Maar diezelfde stuntelige president wordt sinds zijn machtsgreep van 25 juli vergeleken met Napoleon III. Net als die 19e-eeuwse Franse keizer pleegde hij een staatsgreep en greep de alleenheerschappij. Saied schorste het parlement en de grondwet en regeert alleen nog per decreet, liet hij vorige week weten.

Voor de groeiende oppositie voelt het als terug bij af. Tien jaar na de geboorte van de democratie, destijds het enige succes van de Arabische regio, zit Tunesië opgescheept met een dictator die „verder gaat dan oud-dictator Ben-Ali”, zeggen Saieds critici.

En dat op een moment dat de Tunesische economie zo goed als failliet is en er wordt gezocht naar geld om de begroting van dit jaar rond te krijgen. Intussen heeft Saied problemen met veel van zijn belangrijkste buitenlandse economische partners.

Zo belde bondskanselier Angela Merkel enige dagen geleden om „de president te wijzen op de noodzaak van een terugkeer naar de parlementaire democratie”. Zulke druk kwam er eerder ook uit de Verenigde Staten en van EU-buitenlandcoördinator Josep Borrell en de G7, de club van belangrijke industrielanden.

Over die bemoeienis van andere landen haalt president Saied geïrriteerd zijn schouders op. Liever pocht hij over beloftes voor financiële hulp van ‘bevriende landen’, die voldoende zou zijn om de Tunesische economie uit het slop te trekken. Zulke toezeggingen kwamen er in augustus tijdens bezoeken aan Tunesië van hoge delegaties uit de Emiraten en Saoedi-Arabië.

Financieel duwtje in de rug

Voor de Golfstaten is het niet nieuw om coupplegers in de regio een financieel duwtje in de rug geven, weet Sami Hamdi, een Algerijns-Tunesische directeur van een internationaal strategisch adviesbureau in Londen. „Zoiets gebeurde ook in Egypte. Op het moment dat generaal Sisi president Morsi omver geworpen had, stuurden de Verenigde Arabische Emiraten drie miljard dollar en Saoedi-Arabië vijf miljard dollar.”

Alleen brengt deze coalitie Saied weer in moeilijkheden met andere landen in de regio, zoals buurland Algerije, en ook met Tunesiërs zelf. Algerije wil niet dat Tunesië een pion in handen van de Emiraten en Saoedi-Arabië wordt.

In eigen land bestaat de zorg dat de Golfstaten de Tunesische president een handje helpen omdat ze hopen op de terugkeer van een seculiere dictatuur. Daarom zouden deze landen zelfs al betrokken zijn geweest bij de voorbereidingen van de coup. Niet voor niets tekende een Tunesische cartoonist Saied onlangs als ‘a robot made in the Emirates’.

Vorig jaar al waren er berichten over vanuit de Emiraten georkestreerde protestacties

Toen in 2011 in Tunesië, Libië, Egypte en andere landen opstanden uitbraken, vreesden de autoritaire leiders van de Emiraten en Saoedi-Arabië dat ook hun regimes gevaar liepen. Daarom begonnen ze, vooral in Egypte en Libië, te stoken tegen (vermeende) Moslimbroeders, de belangrijkste winnaars van de eerste democratische verkiezingen. In Egypte hielpen ze Sisi aan de macht.

Steun aan het leger en legerleiders lag in Tunesië niet voor de hand, want het leger houdt zich daar traditioneel buiten de politiek. Daarom vermoeden sommige analisten dat ze in Tunesië voor de politie kozen. „Daar zitten veel lieden van het oude regime. Die willen koste wat het kost hun positie behouden”, Jahouar M’barek, zegt voormalig adviseur van de eerste premier onder Saied.

De Golfstaten richtten hun pijlen verder speciaal op de moslim-democraten van Ennahda, dat sinds 2011 bijna alle verkiezingen won, en zo goed als onafgebroken aan de macht was en wortels heeft in de Moslimbroederschap.

Verdreven president

Volgens Hamdi gaan de bemoeienissen van de Emiraten terug tot 2014. Al gauw kwamen de Emiraten terecht bij de PDL, een voortzetting van de partij van de in 2011 verdreven autoritaire president Ben-Ali. Af en toe was de Emiraatse ambassadeur voor Tunesië zelfs te gast op partijbijeenkomsten. Achteraf legde de PDL de basis voor Saieds coup. „De partij wist het vertrouwen in het parlement – en Ennahda als grootste partij - volledig te ondermijnen. Langzamerhand raakten Tunesiërs ervan overtuigd dat het parlement beter kon worden afgeschaft”, aldus Hamdi.

Vorig jaar juni al berichtten buitenlandse media, waaronder Turkse, over door de Tunesische autoriteiten verijdelde, vanuit de Emiraten georkestreerde protestacties. Zo zou het Tunesische openbaar ministerie destijds een onderzoek hebben geopend naar „oproepen op sociale netwerken om actie te voeren tegen staatsinstellingen, een revolutie en ontbinding van het parlement”. Het Facebook-account van een van die actiegroepen werd, aldus de beschuldiging, gerund door „twee personen in de Verenigde Arabische Emiraten”.

Ennahda beschuldigt de Emiraten ervan achter de populairste Facebook-actiegroep te zitten. Die aantijging kan niet worden gecheckt omdat de betreffende pagina inmiddels verwijderd is.

„Saied is geobsedeerd door macht”, zegt M’barek op een warme middag in een druk café in Tunis. „Hij moet deze coup zorgvuldig hebben voorbereid met steun van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), Saoedi-Arabië en Egypte.”

M’barek voerde in 2019 campagne voor Saied en hielp daarna bij de formatie van Saieds eerste kabinet. „Begin maart raakte Saied volledig verstrikt in een conflict met zowel de toenmalige premier als Ennahda en een paar andere partijen. Vanaf dat ogenblik is hij de boel gaan traineren”, zegt M’barek. „Dingen zoals belangrijke wetgeving, de instelling van een grondwettelijk hof.”

Hij memoreert ‘Saieds metamorfose’ na zijn bezoek aan president Sisi van afgelopen april. „Dat was het begin”, zegt hij. Weer thuis werden Saieds toespraken vijandiger, agressiever, ‘on-Tunesisch’. Plots zinspeelde hij zelfs op een politieke rol van het leger en moest Ennahda het ontgelden.

Half mei beweerde Saieds voormalige woordvoerder en vertrouweling Rachida Ennaifer in een radio-interview dat „de mogelijkheid bestaat dat de staf rond de president geïnfiltreerd is, en dat er in het presidentschap mensen zijn die voor anti-democratische partijen werken.”

Aparte eisen

Vanaf begin juli doken op Facebook ook actiegroepen op die opriepen om op 25 juli, de dag van de viering van het uitroepen van de republiek, massaal de straat op te gaan. Hoewel er door de economische en politieke crisis altijd wel ergens een betoging plaatsvond, was dit anders. Haatdragender, vijandiger, met soms nogal aparte eisen: ‘benoem een legergeneraal aan het hoofd van elke provincie en elk ministerie’.

Al op 22 juli zag een hoge militair in het Emiraatse leger, Dhahi Khalfan Tamim, de coup aankomen. Drie dagen voor Saieds machtsgreep, tweette de zich verkneukelende luitenant-generaal, @Dhahi_Khalfan: „Goed nieuws! Binnenkort wordt een nieuwe, een harde, klap uitgedeeld aan de Moslimbroeders.”

Op de avond van 25 juli, na het nieuws van Saieds coup, verstuurde iemand in Egypte de tweet “#Tunesië komt in opstand tegen de Moslimbroeders”. De hashtag werd massaal geretweet vanuit de Emiraten, Saoedi-Arabië, Egypte, en nepaccounts uit Mexico, Brazilië en Zuid-Afrika. Slechts 1,2 procent van de interacties kwam uit Tunesië, constateerde onderzoeksbureau Eekad.

Naschrift (1 oktober 2021): Uit dit artikel is een zin over de ip-adressen van Facebookpagina’s verwijderd, omdat die niet klopte. Ook werd een citaat van Jahouar M’barek in per abuis toegeschreven aan Sami Hamdi.