Recensie

Recensie Boeken

Misbruik de filosofie niet voor hippe zelfhulp

Filosofie Een stoïcijnse houding helpt om de huidige jachtige tijden te kunnen overleven. Dat blijkt uit tal van filosofische hulpgidsen. Maar met de ware levenshouding van Epictetus of Socrates heeft het weinig te maken.

‘Bij de geboorte is onze situatie eigenlijk gunstig. Moeder Natuur heeft het zo ingericht dat er weinig hulpmiddelen nodig zijn om goed te leven. Iedereen kan het geluk bereiken. Externe dingen doen er niet veel toe en werken niet sterk door, positief noch negatief.’

Wie is hier aan het woord? Een gedragstherapeut? De zoveelste zelfhulpgoeroe? Nee, het is de stoïcijns filosoof Seneca. In Troost & Volharding, twee door latinist Vincent Hunink in vertaling uitgebrachte essays van de Romeinse schrijver, lezen we dat verdriet en ellende onderdeel zijn van het bestaan. Een gegeven waartegen we ons niet moeten verzetten, maar waarvoor maar één oplossing is: de eigen houding veranderen. ‘Want een wijs man is overal thuis en is zichzelf altijd genoeg.’ Het klinkt aanlokkelijk. Dat blijkt ook uit de vele boeken die in de afgelopen jaren zijn verschenen over de stoïcijnen waarbij de namen Zeno, Epictetus, Seneca en Marcus Aurelius over elkaar heen buitelen.

De trend begon eind jaren negentig al met de managementlectuur van Stephen Covey en public relations-strateeg Ryan Holiday waarin tips en oefeningen de lezer moeten helpen zich weerbaar op te stellen naar de buitenwereld. Ook filosofen en psychotherapeuten onder wie William Irvine en Donald Robertson pikten de trend op en inmiddels weten uitgevers er goed mee te scoren: zet de naam van een Griekse of Romeinse denker op de cover of achterflap en laat de auteur beweren dat deze oude filosoof ‘vooral niet stoffig’ is.

Ook in de huidige bestsellerlijst (de wekelijkse CPNB-top-60) duiken de antieke filosofen op. Voormalig langebaanschaatser en Olympisch kampioen Mark Tuitert staat er al drie maanden op met DRIVE: Train je stoïcijnse mindset. De principes van de stoïcijnse filosofie hielpen hem in het vinden van ‘een balans tussen gedreven presteren en de rust in zichzelf bewaren’. Op de achterflap staat dan ook: ‘Toen Mark Tuitert in 2010 olympisch goud won op de 1.500 meter schaatsen dacht hij niet aan winnen maar aan Epictetus en Seneca’. In DRIVE brengt hij dan ook de principes van de stoïcijnen handig terug tot ‘10 lessen voor een scherpe & relaxte mindset’.

Op dezelfde bestsellerlijst staat ook al bijna een jaar Socrates op Sneakers van theatermaker en ‘praktisch filosoof’ Elke Wiss. Zij schreef een filosofische gids voor het stellen van goede vragen en richt zich daarbij op de gesprekstechnieken van Socrates. Iedereen heeft immers ‘een kleine Socrates’ in zijn binnenste wonen. ‘Sommige innerlijke Socratesjes liggen te slapen, peuteren gedachteloos in hun neus, lezen een Donald Duck [...] of smikkelen van een Magnum White, maar in potentie zijn al die Socratessen in staat tot datgene waarvoor ze bedoeld zijn: nieuwsgierig zijn, onwetend, uitdagend en altijd maar doorvragen.’ Met haar boek wil ze dan ook de Socrates in ieder wakker schudden, want wat we van hem en ‘andere praktische filosofen, zoals bijvoorbeeld Epictetus en de stoïcijnen kunnen leren, is hoe zij door vragen stellen diepgang krijgen in een gesprek.’

Roeptoeterende tijden

De kindertaal ten spijt is het begrijpelijk waarom Wiss en Tuitert succes hebben met hun stoïcijnenlectuur. Het valt te prijzen om ‘in tijden waarin iedereen door elkaar roeptoetert’ mensen te stimuleren beter naar elkaar te luisteren en te leren vragen te stellen die leiden tot verbinding. Ook de praktische tips van Tuitert – train tegenslag door je er op papier een heldere voorstelling van te maken – klinken aanlokkelijk. Toch worden de oude Grieken zo gebruikt voor snel gewin. Want met het denken van de stoïcijnen heeft het weinig te maken. Integendeel. Een van de filosofen die dit op heldere wijze uiteenzet is Pablo M. Lamberti. Recent verscheen van zijn hand Strijdvaardig leven. In het spoor van Socrates, Seneca en de samoerai. Niet alleen legt hij hierin op overtuigende wijze een link tussen filosofie en krijgerschap – een strijdvaardig bewustzijn was iets wat filosofen en dichters uit de westerse oudheid en Japan met elkaar deelden – hij toont ook aan dat het denken van de stoïcijnen er juist niet op was gericht om via pasklare tips tot zelfinzicht te komen.

Ten eerste hadden de antieke filosofen een levenskundige insteek die ver afstaat van de filosofie zoals deze nu op universiteiten wordt gedoceerd, waarbij het gaat om het onderzoeken en bestuderen van specifieke denkbeelden. Los daarvan waren ze ook niet gericht op het bieden van pasklare antwoorden voor het leiden van een goed leven. Filosofie werd, aldus Lamberti, in de antieke wereld geheel anders beoefend. Zo hielden diverse filosofische ‘scholen’ in de derde eeuw v. Chr. in Athene zich bezig met ‘de grootste en belangrijkste kwesties in een mensenleven: de kosmos, de plaats van de mens in het grotere geheel, en de mogelijkheden daarbinnen voor een gelukkig leven’. Hieraan was een ethische houding verbonden. Volgens de stoïcijnen waren goden en mensen in het bezit van dezelfde rede, maar was deze bij de goden volmaakt en bij de mensen onvolmaakt. Wie de Universele Rede (Logos) volgde, leefde volgens het overkoepelende plan van de Natuur en was deugdzaam. Wie zich hiertegen verzette, kon worden meegesleept door negatieve emoties die het gevolg zijn van fouten in het denken.

Ondanks dit deterministische wereldbeeld geloofden de stoïcijnen wel degelijk dat er ook een vrije keuze was. Iemand kon in een deugdzaam mens veranderen ‘door te streven naar het goede, omwille van het goede’. Reden voor de stoïcijnen om zich niet druk te maken over gezondheid, macht of rijkdom – zaken die elk moment weer konden veranderen. Wat daarbij belangrijk werd gevonden was om te leven naar het ideaalbeeld van een wijze (sophos). Alle scholen wezen Socrates – die in 399 v Chr. stierf nadat hij tijdens een proces tegen hem in alle kalmte de gifbeker tot zich nam – aan als voorbeeld. De stoïcijnen zagen hem als iemand die onder alle omstandigheden gelijkmoedig (ataraxia) bleef, waarmee hij zijn geluk kon vergroten en zo in staat was alleen afhankelijk te zijn van zichzelf (autarkeia).

Concrete handelingsvoorschriften voor het bereiken van geluk, die je kunt opvolgen ‘alsof je de gebruiksaanwijzing van een nieuw apparaat volgt’, waren aan de filosofen uit de oudheid dus niet besteed, aldus Lamberti. Hij baseert zich daarbij op het boek Qu’est-ce que la philosophie antique? (1995) van Pierre Hadot, hoogleraar antieke filosofie. Volgens Hadot was filosofie voor de oude Grieken en Romeinen ‘een algemene houding en oefening in het leven die richting geeft, zonder de manier van leven volledig in te vullen’. De zoektocht naar wijsheid en geluk werd gezamenlijk ondernomen, waarbij nadenken over de eigen ervaring en die van anderen een belangrijk onderdeel vormde. Het was, kortom, een manier van leven die mijlenver af staat van de huidige moderne samenleving waar burgers, ieder voor zich – en dus eventueel met stimulerende zelfhulpboekjes – hun weg naar individueel geluk moeten vinden.

Ted-talkende filosoof

Toch zijn er ook nu filosofen die betogen dat de stoïcijnen ons tot nut kunnen zijn. Een uitgesproken voorstander is de Italiaanse filosoof en bioloog Massimo Pigliucci die, toen hij voor het eerst de Griekse slaaf en filosoof Epictetus las, naar eigen zeggen ‘van zijn sokken werd geblazen’. ‘Wie was in hemelsnaam deze eerste-eeuwse figuur die […] blijk gaf van zowel een verrukkelijk gevoel voor humor als een nuchtere houding tegenover leven en dood?’ Reden voor Pigliucci, hoogleraar aan het City College in New York, om zich te verdiepen in het stoïcijnse denken. Inmiddels is hij al jaren een ware bloggende, Ted-talkende woordvoerder van deze stroming en schreef hij vele boeken waaronder De stoïcijnse gids voor geluk. Deze gids is een ‘hervertelling’ van de geschriften en leerstellingen uit het Zakboekje (Encheiridion) van Epictetus, een bundel uitspraken die in het jaar 138 werden verzameld door Arrianus, leerling van Epictetus. Pigliucci probeert de uitspraken te vertalen naar het moderne leven en om te buigen tot een, wat hij noemt, ‘stoïcisme 2.0’. Hij wijst op de verouderde ideeën van Epictetus ten aanzien van vrouwen en slavernij, maar gaat ook, net als Lamberti, in op het idee van ‘de Voorzienigheid’ waarbij het universum wordt opgevat als ‘het Al’, oftewel een bewust wezen. Een opvatting die hij ‘mooi en troostrijk’ noemt. ‘Maar als wetenschapper die in de eenentwintigste eeuw leeft, kan ik haar niet aanvaarden. We hebben geen reden om te geloven dat het bewustzijn een eigenschap van de kosmos is.’

Desondanks concludeert Pigliucci dat het gedachtegoed van Epictetus in deze tijd overeind blijft staan. Hij richt zich vooral op één cruciaal aspect van diens filosofie: de stoïcijnse tweedeling. Dit begrip, ook al te vinden bij Seneca, komt erop neer dat de werkelijkheid in twee categorieën te verdelen valt: wat wel in onze macht ligt en wat niet. ‘Helemaal aan jou zijn: je weloverwogen oordelen, je meningen, je doelen, de waarden die je aanhangt en je beslissing wel of niet te handelen’, aldus Epictetus. ‘Niet volledig aan jou is zo ongeveer al het andere maar in het bijzonder: je lichaam, je relaties, je loopbaan, je reputatie en je financiële situatie – kortom dingen die je kunt beïnvloeden maar waarvan het resultaat ook van anderen afhangt.’

52 oefeningen

Het is begrijpelijk dat Pigliucci dit deel van de filosofie eruit pikt, het is immers precies dit inzicht dat nog steeds zo aantrekkelijk is voor de moderne mens. Inderdaad, in de huidige razende, accelererende samenleving is het nuttig te aanvaarden dat er ook zaken buiten je controle liggen. Pigliucci komt in zijn Handboek voor de moderne stoïcijn dan ook met 52 oefeningen in de lijn van de moderne cognitieve gedragstherapie (leren omgaan met beledigingen, in een dagboek opschrijven wat beter kan etc.) voor ‘een evenwichtig leven’. Alleen, is dat nog stoïcisme? Pigliucci meent van wel. ‘Uiteindelijk doen etiketten er natuurlijk niet toe’, schrijft hij in zijn geluksgids. ‘Als jij tot dit punt in het boek bent gevorderd en denkt dat wat ik voorstel niet langer stoïcisme is, dan is dat prima. De vraag waar het om draait is: werkt het?’

Daarmee onderscheidt hij zich, ondanks zijn genuanceerde poging het stoïcisme te vertalen naar het nu, niet van andere populaire hulpgidsen. En zo gaat hij voorbij aan het wereldbeeld dat Lamberti en Hadot van de antieke filosofen schetsen: dat de weg naar kennis bestaat uit het gezamenlijk filosoferen over het ideaal van de wijze. Wat uiteindelijk die weg wel moet zijn, daar blijft ook Lamberti het antwoord op schuldig. ‘Wellicht vraagt onze tijd [...] om een andere benadering, een waarbij filosofie weer vorm krijgt in een actieve, strijdvaardige houding.’

Hoe we die houding precies moeten ontwikkelen, laat hij open. Begrijpelijk, aangezien hij geen filosofisch hulpboek heeft willen schrijven. Wellicht dat we, zoals Wiss suggereert, met het voeren van meer socratische gesprekken al een stuk verder kunnen komen. Het is alleen jammer dat Socrates hiervoor zijn ‘sneakers’ moet aantrekken. In ieder geval is het zinvol om meer zelfkennis te vergaren door de antieke denkers zelf weer ter hand te nemen. Seneca zat er niet veel naast toen hij tijdens zijn ballingschap op Corsica schreef aan zijn moeder Helvia: ‘De mens heeft een ziel gekregen die mobiel en rusteloos is. Nergens houdt die stand, maar men schiet alle kanten op […] ongedurig en niet bestand tegen rust, steeds happig op iets nieuws, iets anders.’