Recensie

Recensie Boeken

Grootvader bleek geen held, maar zat bij zijn liefje

Dato Turashvili De nieuwe roman van deze Georgische schrijver gaat behalve over zijn liefde voor Amsterdam en de Amsterdammers ook over de opstand van de Georgiërs op Texel tijdens de Duitse bezetting.

Georgische Erebegraafplaats Loladse op Texel
Georgische Erebegraafplaats Loladse op Texel Foto: ANP

In 2014 verbleef Dato Turashvili (Tbilisi, 1966) twee maanden lang als ‘writer in residence’ in het schrijversappartement boven Athenaeum Boekhandel op het Spui in Amsterdam. Hij werd er niet alleen verliefd op de drukke binnenstad met zijn geluiden, luchten en kleuren, maar ook op de Amsterdammers, die hij als de meest vrije en mooie mensen op aarde beschouwde. In die uitbundige liefde verschilde hij niet van zijn jonge landgenoten die na het herstel van het onafhankelijke Georgië in 1991 massaal naar Amsterdam trokken, voor de drugs en het nachtleven.

Turashvili maakte van zijn verblijf gebruik om onderzoek te doen voor een roman over zijn grootvader, die in de oorlogsjaren in Nederland woonde. In 2016 verscheen dat boek in het Georgisch onder de titel Het andere Amsterdam. En nu is er ook een Nederlandse vertaling: Het dubbelleven van Melenti Maschoelia.

Anders dan zijn eerder vertaalde en lovend ontvangen roman Weg uit de USSR, die over een groepje jonge Georgische vliegtuigkapers handelt, is Het dubbelleven van Melenti Maschoelia een merkwaardig boek, dat je eerder een autobiografische documentaire met wat gefingeerde elementen zou kunnen noemen dan een roman. Vooral omdat het niet alleen het persoonlijke relaas is van een Georgiër die Amsterdam in alle denkbare clichés bezingt, maar ook een geschiedenis van de Georgiërs in het algemeen en van hun tragisch verlopen opstand op Texel in 1945.

Turashvili’s grootvader is in de zomer van 1944 uit een Duits krijgsgevangenenkamp ontsnapt en in Nederland beland. In zijn familie gaat veel later het verhaal dat hij op Texel aan de opstand heeft deelgenomen. Maar algauw ontdekt zijn kleinzoon dat de waarheid elders ligt en dat zijn grootvader waarschijnlijk gewoon ondergedoken zat bij zijn Hollandse liefje in de Amsterdamse binnenstad. Na de bevrijding keerde hij terug naar zijn vrouw in Georgië, om door Stalin meteen naar de goelag te worden gestuurd, omdat hij zich aan de vijand had overgegeven.

Met deze ontdekking wordt het mysterie van die grootvader al aan het begin van de roman ontkracht. En daardoor verliest de titel van de roman zijn betekenis, ook omdat je over dat Hollandse liefje niet meer te weten komt dan dat zij een verzetsvrouw was die Turashvili’s grootvader in Frankrijk heeft ontmoet. En dat is jammer, omdat hun ‘liefdesgeschiedenis’ veelbelovend was.

Wel vertelt Turashvili uitgebreid over de opstand op Texel, alsof hij die aan zijn landgenoten wil uitleggen. Dat relaas wordt regelmatig afgewisseld met brieven die hij ontvangt van een jonge Georgische vrouw, die op het Waddeneiland woont omdat ze niet meer tegen de verstikkende apathie en de archaïsche man-vrouwverhoudingen in haar geboorteland kon. Onomwonden en ongevraagd schrijft ze Turashvili over haar zielenroerselen. Hierdoor krijg je een interessant inkijkje in de benauwende zeden van Georgië, wat misschien wel het interessantste deel van het boek is.

Zoektocht

Aangezien die Georgische vrouw de schrijver bijstaat in zijn zoektocht naar de waarheid omtrent zijn grootvader, ontwikkelt zich tussen hen beiden een eigenaardige intimiteit, die mysterieus wordt omdat ze elkaar nooit ontmoeten. De vrouw vertelt hem ook nog eens allerlei wetenswaardigs over de Georgiërs op Texel, die als krijgsgevangenen in Duitse dienst waren getreden in de hoop dat Hitler Stalin zou verslaan en hun land weer vrij zou worden. Toen ze aan het einde van de oorlog bij een Duitse gevechtseenheid dreigden te worden ingedeeld, voorzagen ze de drastische gevolgen daarvan na de Duitse nederlaag. Uit angst om door de geallieerden als straf voor hun collaboratie naar Georgië teruggestuurd te worden , kozen ze nu partij tegen hun Duitse kameraden.

Turashvili beschrijft die omslag op een genuanceerde manier, waarbij hij begrip opbrengt voor zowel de Duitse soldaten op Texel als voor de Georgiërs en de Texelaars, die het vaak uitstekend met beide partijen konden vinden. De boodschap van zijn roman is dan ook duidelijk: iedere oorlog is volstrekt onzinnig, alleen al omdat er in beide kampen zoveel onschuldige levens kapot worden gemaakt.

Daarom veroordeelt Turashvili ook niemand. En juist dat is zo sympathiek aan deze roman, die op een originele manier het klassieke goed-foutdenken doorbreekt. Al was het maar omdat Turashvili je doet beseffen dat de Georgiërs zeventig jaar onder de Sovjet-bezetting hebben gezucht en dat er onder Stalin twee maal zoveel onschuldige mensen zijn vermoord als onder Hitler.

De stereotyperingen over Nederlanders, die al meteen aan het begin (sic) van de Duitse bezetting hun fietsen moesten inleveren, hun vinger in een dijk steken om een overstroming te voorkomen, veel haring eten om gezond te blijven, de gordijnen in hun huiskamers nooit dichtdoen waardoor je ’s avonds ongestoord bij hen naar binnen kunt gluren, vergeef je hem dan ook onmiddellijk.