Elektra en gas in Italië fors duurder

Energie Ondanks ingreep regering stijgt de prijs van elektriciteit en gas voor een gemiddeld gezin met respectievelijk 30 en 14,4 procent.

Een kok in een restaurant in de wijk Prati in Rome. Voedingsindustrie en chemie in Italië worden hard geraakt door de stijgende energieprijzen.
Een kok in een restaurant in de wijk Prati in Rome. Voedingsindustrie en chemie in Italië worden hard geraakt door de stijgende energieprijzen. Foto Ginevra Sammartino/Getty Images

De forse stijgingen van de energieprijzen in Italië, die vandaag ingaan voor het laatste kwartaal van 2021, zijn vooral het gevolg van de duurdere grondstoffenmarkt. Door de aangekondigde stijging ziet de Italiaanse regering zich opnieuw genoodzaakt in te grijpen, om de pijn enigszins te verzachten. Eind juni trof de regering al een eerste noodmaatregel ter waarde van 1,2 miljard euro,

De regering stelt een tijdelijke verlaging in van de btw op de energiefactuur en gaat ook snijden in de vaste kosten, zoals die voor de distributie. Deze nieuwe noodmaatregel kost de Italiaanse overheid meer dan drie miljard euro: twee miljard daarvan wordt besteed om het verlies aan distributie-inkomsten op te vangen, 450 miljoen euro gaat naar sociale bonussen voor arme gezinnen.

Zonder die ingreep zouden de prijsstijgingen nog een stuk buitensporiger zijn, waarschuwde de Italiaanse regering, en zou elektriciteit zeker 40 procent en gas 30 procent duurder zijn geworden.

Toch staat het buiten kijf dat veel Italiaanse consumenten de prijsstijging hoe dan ook zullen voelen. Een Italiaans gezin zal aan het eind van dit jaar ongeveer 631 euro hebben betaald voor elektriciteit. Op jaarbasis is dat 145 euro meer dan vorig jaar. Voor gas zal een doorsnee gezin ongeveer 1.130 euro hebben betaald, ofwel 155 euro meer dan in 2020.

Producenten ook getroffen

Ook producenten zijn bezorgd, zeker bedrijven met energie en elektriciteit als belangrijkste productiekosten. Vooral de chemiesector en de metaalindustrie kunnen geraakt worden door de prijsstijgingen. Dat geldt ook voor de producenten van glas en keramiek, airconditioning en koelkasten, de voedingsindustrie en bakkers, om er enkele te noemen.

De chemiesector en de metaalindustrie verbruiken veel energie, maar doorgaans krijgen deze grote verbruikers ook aanzienlijke kortingen. De grote bedrijven zullen in verhouding dus lagere energierekeningen betalen dan kleine.

„De energieprijzen zijn niet eens het enige probleem. Ook grondstoffen als hout, aluminium en staal zijn duurder geworden”, zegt Luciano Bonetti, topman van de Italiaanse meubelfabrikant Foppapedretti, aan de telefoon. „Net als de prijs voor het transport. Om een container vanuit China naar Italië te halen, betaal ik nu zes tot zeven keer meer dan een jaar geleden.”

De Italiaanse minister van Ecologische Transitie Roberto Cingolani had enkele weken geleden de bevolking al voor de forse prijsstijgingen gewaarschuwd. Hij voegde ook eraan toe dat Rome niet elk kwartaal zulke dure noodmaatregelen kan nemen, en dat er aan structurele oplossingen moet worden gewerkt.

Premier Mario Draghi pleit voor een aanpak op Europees niveau van de prijsstijgingen, die ook andere landen hard treffen - bijvoorbeeld Spanje. Draghi verwijst daarvoor naar de gemeenschappelijke aankoop van Covid-vaccins.

Voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen zei al dat ze wel oren heeft naar dat voorstel, en dat de Europese Commissie het kan onderzoeken.