Profiel

De vier gezichten van Nasrdin Dchar

Nasrdin Dchar Met ‘Familiekroniek’ toert Nasrdin Dchar langs de theaters. Hij blinkt uit als zijn verschillende gezichten met elkaar conflicteren.

Nasrdin Dchar in zijn voorstellingen Oumi’ (links) en DAD’, beide nu onderdeel van Dchars nieuwe theatermarathon getiteld ‘Familiekroniek’.
Nasrdin Dchar in zijn voorstellingen Oumi’ (links) en DAD’, beide nu onderdeel van Dchars nieuwe theatermarathon getiteld ‘Familiekroniek’. Foto’s Ben van Duin, Anne van Zantwijk

Hshoema, vertelt Nasrdin Dchar in Familiekroniek, is een Marokkaans fenomeen en betekent zoiets als schaamtevol, taboe, ongepast. Als kind van Marokkaanse ouders – zelf is hij geboren in het Brabantse Steenbergen – is er van alles hshoema: trouwen met iemand die geen moslim is, seks voor het huwelijk, je vrouw tijdens je bruiloft op haar mond kussen.

Sinds 2011 staat Dchar (onder andere Rabat en Mocro Maffia) op het toneel met persoonlijke solovoorstellingen over afkomst en identiteit. Drie daarvan herneemt hij nu onder de noemer Familiekroniek: op één avond zijn Oumi (2012), Dad (2017) en JA (2019) te zien, respectievelijk over zijn moeder, vader en vrouw. Centraal staat steeds de botsing tussen de Marokkaanse en de Nederlandse cultuur. De ruim vijf uur durende marathon biedt een helder inzicht in de verschillende rollen die Dchar in zijn theaterwerk aanneemt.

De verteller

Nasrdin Dchar is een rasverteller. Hij gebruikt zijn persoonlijke leven om een groter verhaal te vertellen, en kan daarbij bogen op een zeer innemende theaterpersoonlijkheid. Moeiteloos en met zichtbaar plezier schakelt hij van perspectief: als hij zijn schouders lichtjes optrekt is hij zijn moeder, kromt hij de rug is hij zijn vader. Met specifieke details brengt hij zijn verhaal tot leven, zoals het lied dat hij zingt op zijn moeders verjaardag in Oumi. Met zijn open mimiek betrekt hij het publiek voortdurend bij de anekdote. Soms letterlijk: op de première afgelopen zondag ontlokte hij een zeer gevoelige ontboezeming aan een van de toeschouwers, die uiteindelijk in tranen op de toneelvloer haar persoonlijke verdriet deelde. Dat krijg je alleen voor elkaar als je de toeschouwers laat vergeten dat er een theaterzaal om hen heen is. Dat doet Dchar: bij hem waan je je niet in de schouwburg, maar bijna aan tafel.

De verbinder

Dchar is bij uitstek een verbinder. Hij gelooft in positiviteit, zoals hij vertelt in het tweede deel Dad, dat onder meer gaat over de Parade van IEDER1 in 2016, waar hij mede-initiator van was. In JA is verbinding de ultieme premisse: de aanloop naar zijn huwelijk met de Nederlands-Indische Amy staat daarin symbool voor onze maatschappij die ondanks alle (cultuur-)verschillen, toch op zoek moet naar gemeenschappelijke grond. Als hij en de toeschouwers elkaar uiteindelijk in een vrolijk-ontroerende slotscène collectief het jawoord geven, is dat – net als bij een echt huwelijk – een wederzijdse belofte om samen te leven, in voor- en tegenspoed.

De activist

Zijn uitgesproken activisme komt vooral in Dad tot uiting, dat niet alleen gaat over zijn vader, maar ook over zijn eigen vaderschap. Het stuk speelt zich af rondom de geboorte van zijn eerste dochtertje, en zet hem aan het denken over de wereld waarin zij terechtkomt. Dchar ziet de polarisatie toenemen. „Ik moet strijden”, schrijft hij in een emotionele brief aan zijn pasgeboren dochter. Confronterend is het moment dat hij op televisie de vader van zijn jeugdvriend Mike stelling ziet nemen tegen de komst van een asielzoekerscentrum en moslims in het algemeen (al vormen volgens hem Dchar en zijn familie een uitzondering: „Júllie zijn goeie mensen.”). Dchar schakelt in zijn activisme voortdurend tussen het maatschappelijke en het persoonlijke, en toont zo hoe die twee voor hem niet los van elkaar te zien zijn.

De twijfelaar

Twijfel is uiteindelijk de motor achter alles wat Dchar doet. Openingsdeel Oumi begint ermee: in een groot en succesvol toneelstuk speelt hij een frauderende Marokkaanse gastarbeider. Maar houdt hij zo niet een stigma in stand? Zet hij zijn familie daarmee weg als een stelletje dieven? Ook als hij tienduizend man op het Museumplein toespreekt, overvallen de vragen hem. Is zijn boodschap – „radicaal hoopvol zijn” – inderdaad naïef, zoals uit kritische linkse hoeken klinkt? Mooi is dat hij twijfel niet presenteert als zwakte, maar juist als kwaliteit, een kracht die je vooruithelpt. Twijfel geeft engagement diepgang.

Op toneel is Dchar op z’n sterkst als de verschillende gezichten die hij zichzelf aanmeet met elkaar botsen. Als de twijfelaar het overneemt van de verbinder bijvoorbeeld, zoals halverwege JA gebeurt en hij halsoverkop zijn relatie verbreekt. Of als de verbinder het wint van de twijfelaar: wanneer hij, overvallen door verwarring bij zijn speech op het Museumplein, zijn vriend Mike in de menigte ziet staan.

Het levert kwetsbaar en zeer waardevol zelfonderzoek op, waarvan Dchar zijn publiek op genereuze wijze deelgenoot maakt. Hij toont niet alleen iemand die worstelt met zijn omgeving, maar vooral iemand die in conflict raakt met zichzelf. Dchar strijdt voortdurend tegen zijn eigen verwachtingen, schaamte en schuldgevoelens. Hij wil een goede echtgenoot, vader en zoon zijn, een goede moslim, positief blijven, begrip kweken en bruggen bouwen. Hshoema zit diep in hem geworteld, net als de hardnekkige reflex om lastige gesprekken uit de weg te gaan. Toch zegt hij in het laatste deel van Familiekroniek: „Laat het maar moeilijk zijn.” Die ontwikkeling is groots, en vormt de ultieme sleutel tot verbinding.