Recensie

Recensie Boeken

De burgemeester in oorlogstijd die wél in het verzet ging

Biografie Buma was een Friese burgemeester en verzetsstrijder, die in Duits gevangenschap bezweek. Al ruim voor de oorlog had hij door wat Hitler voor Nederland betekende.

Vader en moeder Van Haersma Buma met hun eerste kind, Sybrand Marinus, Den Haag begin 1904.
Vader en moeder Van Haersma Buma met hun eerste kind, Sybrand Marinus, Den Haag begin 1904. Collectie Cornélie van Haersma Buma

Bang is Sybrand Marinus Van Haersma Buma niet. Eind 1940 moet de burgemeester van de Friese gemeente Wymbritseradeel een vertegenwoordiger van het Duitse gezag ontvangen op het gemeentehuis. Deze Beauftragte heeft hem vooraf laten weten dat hij als voorzitter van de bijeenkomst aan het hoofd van de vergadertafel wil zitten. Wat doet Buma? Hij geeft opdracht de rechthoekige tafel op het gemeentehuis te vervangen door een ronde. Hij draagt een dasspeld met een beeltenis van koningin Wilhelmina. En hij biedt de Duitser een sigaar aan van het merk Wilhelmus. Die steekt hij aan met een lucifer uit een oranje doosje.

Als er één burgemeester in oorlogstijd is die een biografie verdient dan is het Sybrand Marinus Van Haersma Buma (roepnaam Inus), zou je zeggen. Buma is in 1940 de eerste burgemeester die het opneemt tegen de Duitse bezetters, schrijft André Vermeulen in Pionier van het verzet. Hij is dus geen ‘burgemeester in oorlogstijd’ in de betekenis die daar meestal aan wordt gegeven: iemand die meebuigt met de bezetter en probeert er het beste van te maken.

Die dubbele naam heeft trouwens niets met adel van doen. Hij ontstond toen stamvader Wiardus Willem in 1870 aan de koning vroeg of hij zijn eigen naam (Buma) mocht samenvoegen met die van zijn grootmoeder (Van Haersma). Dat werd in de negentiende eeuw vaker gedaan als de achternaam van een vrouw dreigde uit te sterven bij gebrek aan nakomelingen. De Buma’s stammen af van Friese boeren. Maar, schrijft André Vermeulen: ‘In de loop van opeenvolgende generaties ontstaat als vanzelf een situatie in de familie, waarbij het voor jongens, en zeker voor de oudste zoon, een stilzwijgende plicht is om het leven in dienst te stellen van de gemeenschap.’ Inus is de grootvader van Sybrand van Haersma Buma, de voormalige leider van het CDA en de huidige burgemeester van Leeuwarden. Zijn zoon Bernhard was ook burgemeester, van Workum en van Sneek.

Staveren

De foto op de omslag van Pionier van het verzet is er één waar je naar blijft kijken. Voor een burgervader oogt Inus Buma ontstellend jong: amper droog achter de oren, maar wel met een ambtsketen om de nek. Als hij in 1930 burgemeester van Staveren wordt, is hij 27. Zeven jaar later komt Wymbritseradeel vrij, een plattelandsgemeente van 27 dorpen.

Op het bureau van Inus Buma in het gemeentehuis ligt een bijbel, met een briefopener als boekenlegger. Hij leest er elke dag in. Thuis staat Hitlers Mein Kampf in de boekenkast. ‘Inus weet dus wat Nederland van de Duitse dictator kan verwachten’, schrijft zijn biograaf. ‘Alleen al het simpele feit dat er voor godsdienst en koninklijk huis geen plaats is in het Derde Rijk, maakt de bezetting volstrekt onacceptabel, waar vele van zijn collega-burgemeesters redeneren dat samenwerking juist beter en verstandiger is dan verzet.’

Kort na de capitulatie wordt vanuit militaire kringen het Legioen Oud-frontstrijders (LOF) opgericht. Buma raakt daar al snel bij betrokken, via vrienden uit zijn diensttijd. Buma’s biograaf heeft niet veel weten te achterhalen over het verzetswerk van de burgemeester, en dat is jammer voor het verhaal. Zeker is dat Inus regelmatig naar het westen van het land reist om contacten te leggen. En dat hij persoonlijk betrokken is bij het verstrekken van blanco persoonsbewijzen aan onderduikers en verzetsstrijders.

Celgenoot

Meer gedetailleerd is het beeld dat de biograaf schetst van Buma na zijn arrestatie op 7 mei 1941. Goede bronnen (dagboeken, brieven en gesprekken) maken dat hij echt tot leven komt. Inus wil niet dat zijn vader, die over goede contacten beschikt, iets onderneemt om zijn vrijlating te bewerkstelligen. ‘Zijn lot ligt in handen van God; als Hij het wil komt het wel goed.’ Een celgenoot uit de Scheveningse gevangenis (het ‘Oranjehotel’) schrijft later aan een dochter van Inus over hun kennismaking: ‘Nadat ik mij had voorgesteld en we even gepraat hadden, kwam het eten. Uw vader had de tafel gedekt met krantenpapier. Hij was in die dingen erg precies en onze cel was dan ook steeds het netst in orde van alle’.

Vanuit de gevangenis schrijft Buma een brief aan zijn echtgenote waarin hij haar in geheimtaal laat weten dat ze een papiertje met namen van verzetsstrijders moet vernietigen. Buma heeft dat thuis verstopt in een boek met familienamen van de Nederlandse adel en het patriciaat. Hij vraagt zijn vrouw: ‘Wil je ook de verjaardag van Mia Dijkhof even nazien? Ik legde er een bladwijzer in, die kan wel weg.’

De censuur heeft het niet door. Waarschijnlijk weten de Duitsers niet eens dat Buma betrokken is bij het verzet. Het is zijn anti-Duitse houding die hem fataal wordt. Via kamp Amersfoort belandt hij in Neuengamme, het concentratiekamp bij Hamburg, waar hij zich eind 1942 letterlijk dood werkt. Zijn as wordt uitgestrooid over de moestuin van de kamp-SS’ers.