Bossen zorgen soms voor opwarming

Klimaat Bomen rond de evenaar hebben een groter verkoelend effect dan bomen elders. Bijplanten is niet overal een goed idee.

Luchtfoto van een bosgebied in de Russische deelrepubliek Altaj. De sneeuw kaatst hier minder zonlicht terug.
Luchtfoto van een bosgebied in de Russische deelrepubliek Altaj. De sneeuw kaatst hier minder zonlicht terug. Foto Kirill Kukhmar/TASS via Getty Images

Bossen in de tropen hebben een bijna vier keer zo groot verkoelend effect op het klimaat als bossen in regio’s met een gematigd of subarctisch klimaat. ’s Winters heeft een deel van de bossen in noordelijke regio’s zelfs een netto verwarmend effect op het plaatselijke klimaat. Dit concluderen wetenschappers van de ETH Zürich. Ze namen voorheen genegeerde klimaatinvloeden van bossen mee in hun berekeningen van de klimaatvoordelen van bomen. Hun resultaten verschenen maandag in Nature Climate Change.

Bossen beïnvloeden het klimaat op twee manieren. Ten eerste doordat bomen tijdens het groeien het temperatuurverhogende broeikasgas CO2 vastleggen in hun hout, bladeren en wortels. Dit is een chemisch klimaateffect van bossen. In de tropen, waar het warmer is, groeien bomen sneller en leggen dus sneller CO2 vast op deze manier.

Minder licht

Daarnaast beïnvloedt bebossing het klimaat door fysische processen. Bijvoorbeeld door het albedo te veranderen, een maat voor de hoeveelheid zonlicht die het aardoppervlak weerkaatst. Lichte oppervlakken reflecteren veel zonlicht, zorgen daardoor voor relatief minder opwarming en hebben dus een verkoelend effect. Donkere oppervlakken reflecteren minder licht (ze absorberen dus meer energie) en zorgen daardoor voor relatieve opwarming.

Een met sneeuw bedekt bos heeft een lager albedo dan een besneeuwde vlakte, doordat bomen donkerder zijn dan sneeuw. Bossen in de sneeuw weerkaatsen minder zonlicht, wat de verkoelende CO2-vastlegging door bomen tegenwerkt.

Het transpireren en verdampen van water door bomen is een ander fysisch fenomeen dat de lokale temperatuur kan verlagen. Dit proces verbruikt energie van de zon, die dus niet meer gebruikt kan worden om de omgeving te verwarmen, en heeft daardoor een extra verkoelend effect.

Transpiratie en albedo

De relatieve bijdrage van transpiratie en albedo verschilt per regio en seizoen. Soms zorgen ze voor extra verkoeling bovenop de verkoeling door CO2-vastlegging, soms voor extra opwarming. Zo is het albedo-effect groter in gematigde en subarctische klimaten, waar ’s winters veel sneeuw ligt. Het transpiratie- en verdampingseffect is juist groter in tropische gebieden, doordat de temperaturen daar hoger zijn.

Deze lokale verschillen waren al langer bekend, maar de onderzoekers uit Zürich hebben ze nu gekwantificeerd. Daardoor kunnen beleidsmakers de effecten van bosaanplant beter meenemen in hun plannen. De onderzoekers rekenden geobserveerde temperatuurveranderingen als gevolg van fysische processen om naar de CO2-uitstoot die voor dezelfde temperatuurverandering zou zorgen (CO2-equivalenten). Zo konden ze deze effecten optellen bij de chemische koolstofopname van een boom. Het blijkt dat bossen in de tropen gemiddeld een bijna vier keer zo grote positieve klimaatinvloed hebben als noordelijk gelegen bossen.

Lees ook: Dit artikel over de rol van bomen als middel tegen klimaatverandering

Eerste auteur van de studie, Michael Windisch, was het meest verbaasd over de variatie tussen verschillende seizoenen, laat hij per mail weten: „In de zomer verkoelen alle bomen, zelfs op hoge breedtegraden, hun omgeving. De fysische effecten versterken dan de chemische verkoeling door CO2-opname, maar in de winter hebben bossen in Centraal-Europa en zelfs in delen van Zuid-Europa lokaal een verwarmend effect.” Dan wordt de verkoeling door CO2-opname dus tenietgedaan doordat het albedo afneemt.

Herbossing

Wouter Peters, hoogleraar koolstofkringloop aan de Wageningen Universiteit en niet betrokken bij het onderzoek, reageert: „Ik vind het een frisse en prikkelende studie. De aanpak waarbij de onderzoekers de invloed van ontbossing of herbebossing op de temperatuur omzetten in CO2-equivalenten is nieuw en waardevol.” Wel merkt hij op dat de onderzoekers een bos beschouwen als een „vrij simpel, geïsoleerd systeem.” Dat is een startpunt, maar onderzoekers moeten de aanpak in de toekomst verfijnen.

Toch zijn de conclusies waardevol volgens Peters: „Ik haal uit deze studie dat op dit moment alleen van tropische bossen zeker is dat het behoud en uitbreiding ervan een positief klimaateffect heeft. In meer noordelijke gebieden is dat nog maar de vraag. Daarom zou het logisch zijn om in beleid prioriteit te geven aan de bescherming van tropische bossen.”