Recensie

Recensie Boeken

Misschien is er weinig verschil tussen liefde en seks

Sara Mesa De beste Spaanse roman van het afgelopen jaar gaat over een narrige, lethargische vrouw, die zich onhandig in een nieuwe gemeenschap mengt. En dan wordt ze verliefd.

Getty Images

Vertaalster Nat, de hoofdpersoon uit de grootse kleine roman Een liefde, is geen markante vrouw. Je zou kunnen stellen dat ze zelfs een beetje saai is, tegen het lethargische aan. Alsof ze met alle kracht die ze nog in zich had het besluit nam te verhuizen naar een klein dorp (toepasselijk ‘La Escapa’ genaamd) en daarna direct verloren was. ‘Van alle interpretaties kiest Nat altijd de ergste. Zelfs wanneer ze zichzelf ervan weet te overtuigen dat haar gedachten nergens op slaan, is ze niet buiten gevaar.’

Schrijver Sara Mesa (1976) heeft in haar zesde roman, in Spanje bekroond als beste roman van 2020, een personage geschapen dat vermoedelijk werkelijk alléén binnen de kaders van dit verhaal, dit fictieve moment, interessant is. Hiervoor werkte ze op een kantoor, hierna zal ze misschien ook weer opgaan in een zee van soortgelijke vrouwen, maar nu is ze de vreemde eend in de bijt. Ten eerste voor de dorpsgenoten, wat vrij klassieke ‘a stranger comes to town’-situaties oplevert: al het gebruikelijke is een nieuwigheid, zoals het winkelmeisje, een dorpsvergadering. Maar ook voor zichzelf: er is bij Nat intern even iets uit het lood, maar wat precies? Verwijzingen naar het hiervoor zijn heel schaars, naar het hierna kunnen we een beetje gissen, en dat is precies waarom Mesa in een luttele 175 pagina’s toch de indruk wekt eindeloos de tijd te kunnen nemen voor het uitdiepen van een verloren vertaalster in het hier en nu.

Subtiel seksisme

Er is het nieuwe huis, dat altijd donker en vochtig is, dat lekt. Er is een hond die ze Nurks noemt, naar zijn karakter, ‘een grijzig mormel met lange poten, een spitse snuit en een ruige vacht. Hij heeft een halve stijve.’ Er is een huisbaas die zo treffend geschetst is dat je hem bijna aan z’n nekvel uit de pagina wilt sleuren. ‘Dat hij afgetakeld overkomt, heeft niet te maken met zijn jaren, maar met zijn verveelde blik, met de manier waarop hij bij het lopen zijn armen laat bungelen en een beetje door zijn knieën zakt.’ Het is een man die Nat ‘meisje’ noemt, die alles krom lult tot het haar schuld is, of tot ze de energie niet meer op kan brengen hem om hulp te vragen, want dan moet ze dat machtsvertoon weer uitzitten. Het is zeldzaam om dit subtiele seksisme – het soort dat je niet kunt bewijzen en dat desalniettemin als een nevel over alle interacties hangt – ook op (voornamelijk) subtiele wijze beschreven te zien worden.

Ook zeldzaam: hoewel Nat duidelijk slachtoffer is van deze kerel, is ze ook best ergerlijk in haar totale weigering iets aan haar situatie te doen. Sterker nog: ze loopt tegen een kennis op die in zekere zin een iets beleefdere versie van die huisbaas is, ergert zich ook een ongeluk aan deze vent, is tegelijkertijd beledigd als hij geen avances maakt (terwijl zij daar totaal niet op zit te wachten). ‘Zonder dat je er erg in hebt, glipt je erotisch kapitaal net als geld tussen je vingers door; je merkt het pas op als je verdwijnt’, redeneert ze. Eigenlijk impliceert ze daarmee dat je dat kapitaal misschien ook wel kunt verdienen. Je kunt het, net als geld, opmaken.

Van alle manieren waarop je je in een redelijk welwillende gemeenschap kunt mengen kiest Nat steeds net de verkeerde. Read the room, zou je haar toe willen roepen. Waarom blijft ze toch – ondanks het feit dat haar hele omgeving haar af lijkt te wijzen? ‘Vele dagen en vele wandelingen later kent ze alle wegen op haar duimpje, ze kent de huizen en de bewoners; toch heeft ze de indruk dat haar iets ontgaat, dat er dingen zijn die ze niet ziet, die ze niet begrijpt.’

Onbehagen van geluk

Misschien is het nieuwsgierigheid. De vage hoop, te midden van al haar neerslachtigheid, dat er iets langskomt dat haar leven zal veranderen in iets beters, zonder dat zij er iets voor hoeft te doen. En heel even lijkt dat ook te gebeuren, dat is die liefde uit de titel. Een liefde, niet ‘de’, en in alle terloopsheid net zo precies beschreven als al het andere. ‘Alles is van positie veranderd’, merkt Nat niet zonder enige ergernis over haar eigen gevoelens op, ‘alles is volledig in de war geraakt’.

Misschien is het alleen seks, of is er weinig verschil tussen een liefde en seks, ‘als ze luistert naar wat er in haar lichaam gaande is, naar die aanhoudende, allesoverheersende trilling, lijkt het er sterk op.’ En al snel is haar hele persoonlijkheid ‘ontruimd’, ze ‘wordt volledig door hem in beslag genomen’. Wat het ook is, Nat kan het niet gebruiken, doet het toch, valt ten prooi aan alles wat liefde aan kan richten in een geest waarin een en ander wellicht eerst rechtgetrokken had moeten worden. ‘Ze denkt de laatste tijd veel na over het onbehagen van geluk: het soort geluk dat de kiem van zijn eigen vernietiging in zich draagt.’ Haar object van liefde is ongebruikelijk voor haar doen, niet haar type. Maar goed, het is niet dat ze zichzelf is.

Een liefde is een kalm, rijk verhaal over een periode van scheefgroei. Over niet in sprookjes geloven maar ze wel verwachten, over kleine momenten van onbehagen en verliefdheid. Of wat het ook moge zijn, en dat je het misschien ook niet altijd hoeft te weten.