Opinie

Afstandsmoeders verdienen erkenning voor hun onrecht

gedwongen adoptie

Commentaar

Bevallen met een blinddoek voor, zodat moeders hun baby’s niet zouden zien – want stel ze zouden zich eraan gaan hechten. Baby’s die vervolgens direct werden weggehaald om, uiteindelijk, te worden ondergebracht bij pleeggezinnen. Jonge vrouwen, tieners soms, die hun kind niet wilden afstaan, maar dat onder druk van hun omgeving of de kerk toch deden. Hen werd ingeprent dat ongehuwd een kind opvoeden de grootste schande denkbaar was.

Het tekent de levens van ruim vijftienduizend vrouwen die bekend zijn komen te staan als ‘afstandsmoeders’ - en minstens zoveel kinderen. In Nederland. En helemaal niet lang geleden: tussen 1956, toen adoptie juridisch mogelijk werd, en 1984, toen abortus legaal werd in Nederland.

Het is onmogelijk géén knoop in de maag te krijgen van de uiterst schrijnende verhalen. Vrouwen ‘verdwenen’ een tijdje, baarden hun kind en keerden terug alsof er niets was gebeurd. De meesten zwegen, soms hun leven lang, over de traumatische gebeurtenissen. Kinderen die op zoek gingen naar hun biologische ouders werd verteld dat hun moeders niet voor hen konden of wilden zorgen.

Dat het tot 2019 moest duren voordat er een onderzoek kwam naar deze groep is al verbazingwekkend. Pas toen vroeg demissionair minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) om een onderzoek naar de omstandigheden waarin deze duizenden vrouwen afstand deden van hun kind en de rol van verschillende betrokken partijen, zoals de familie, de kerk en de huisarts. Erger is dat het onderzoek vastliep in grove uitvoeringsfouten.

Zo werd het aantal meldingen onderschat, waardoor ongetrainde invalkrachten werden ingezet om de trauma’s van afstandsmoeders, die soms voor het eerst hun verhaal deden, aan te horen. Geïnterviewden kregen geen inzage in hun gespreksverslagen, of vonden daarin, voor wie aandrong, ernstige fouten. Stichting Fiom, indertijd betrokken bij gedwongen adopties, bleek het aanmeldpunt te beheren en gegevens werden onbeschermd opgeslagen, waardoor gevoelige en persoonlijke informatie op straat te liggen kwam.

Een aparte commissie onderzocht wat er misging. „Ook nu is er sprake van een afhankelijkheidsrelatie met een machtige overheid die fouten maakt en die daarover niet helder en transparant communiceert”, concludeerde ze. „Erger nog, die overheid lijkt wederom te proberen om de fouten te bagatelliseren of te verhullen.” De pijnlijke vergelijking met de Toeslagenaffaire dringt zich op: ook daar drong de overheid op onvergeeflijke wijze door tot het persoonlijke leven van kwetsbare burgers. Ook daar zijn de gevolgen voor velen nog dagelijks merkbaar.

Woensdag werd bekend dat afstandsmoeders en – kinderen eisen dat het onderzoek wordt stopgezet, omdat het de betrokkenen niet helpt, maar juist beschadigt. Ook eisen zij 1,6 miljoen euro schadevergoeding.

Vorige week begon de rechtszaak die afstandsmoeder Trudy Scheele-Gertsen (75) aanspande tegen de staat. Samen met Bureau Clara Wichmann, dat de zaak voert namens alle andere vrouwen, wil Scheele-Gertsen de staat verantwoordelijk stellen voor het leed dat hen is aangedaan. De rechter bekijkt eerst of de zaak ontvankelijk is – de staat beroept zich op verjaring.

Die zaak staat los van de vaststelling dat duizenden vrouwen groot onrecht is aangedaan – door hun eigen families, de kerk, de zorg en de overheid. Erkenning daarvoor is het minste dat deze afstandsmoeders en hun kinderen verdienen.