Platgetrapte blaadjes, de omgedraaide mens en cyclische poëzie

Beeldende kunst Welke tentoonstellingen vallen op in verschillende galeries? NRC maakt elke twee weken een rondgang en licht drie exposities eruit.

Am I an Object, part III (2021), June Crespo. Installatie in PAKT.
Am I an Object, part III (2021), June Crespo. Installatie in PAKT. Foto Charlott Markus/PAKT.

June Crespo speelt spel van aantrekken en afstoten perfect

Het opmerkelijkste aan de June Crespo-tentoonstelling bij PAKT in Amsterdam is dat haar beelden zo vertrouwd voelen. Meteen. En dat terwijl ze toch echt abstract lijken: we zien platen van polyester met glasvezel erin, staand, hoog, gebogen, met bijvoorbeeld een rode doek (die van de stier) erachter. Autogordels. Verfrommelde kledingstukken. Plastic lappen.

Tot je beseft dat die de lage, dubbele holle gipsen bollen waarvan er twee op de grond liggen wel heel erg veel op billen lijken. En de zwarte franjes, god weet waar Crespo ze vandaan haalt: wimpers. Dan valt het kwartje. De vier rechtopstaande platen die ze door de ruimte heeft verspreid zijn exact op menshoogte: figuren zijn het, wezens, die subtiel naar je lonken. Maar het worden nooit mensen; ze blijven afstand houden, mijden elke vergelijking en empathie, en toch voel je óók dat ze veel over ons te zeggen hebben. Alsof Crespo de klassieke methode bij het maken van een mensbeeld heeft omgedraaid: niet beginnen bij onszelf, maar juist bij een afgeleide die zo ver mogelijk af ligt van de ‘echte’ mens – en dan héél langzaam terugwerken, richting het origineel, een oog, een hoogte, zonder de pretentie te hebben het origineel te benaderen.

Dat klinkt misschien abstract, maar ik moet toegeven dat het even geleden is dat ik in een Nederlandse presentatie-instelling zo’n verrassende, krachtige, bevredigende tentoonstelling zag. Crespo’s beelden spelen het spel van aantrekken en afstoten perfect. Soms zijn ze bijna alleen maar materiaal, kaal en simpel, dan beschermt die autogordel ineens iets wezenlijks menselijks, en kijkt die rare constructie van gips en plastic en franje je zomaar aan, in al z’n kwetsbaarheid. Crespo is daarmee een opmerkelijke ontdekking: wie haar bio bestudeert ziet dat ze van 2015-2017 de Ateliers heeft gedaan (ik kan me niets van haar werk herinneren), in Bilbao woont, en de afgelopen jaren bijna alleen in Spanje en Portugal heeft geëxposeerd. Stuur die vrouw alsjeblieft de wijde wereld in, ze heeft een hoop te tonen.

Intieme observatie van platgetrapte blaadjes

O’ Amor 21, Anne Geene. Foto Galerie Caroline O’Breen

‘De wetenschap manipuleert de dingen en ziet ervan af ze te bewonen”, schreef de filosoof Maurice Merleau-Ponty in zijn essay L’Oeil et l’Esprit (‘Oog en geest’, 1964). De wetenschap zet complexe kennisstructuren op om de werkelijkheid te ‘vatten’, zonder het besef dat die technieken de werkelijkheid eerder produceren dan registreren, meende hij. Merleau-Ponty pleitte voor een meer doorleefde vorm van waarneming.

Verzamelen, analyseren, sorteren, bewaren, dat is ook het werk van fotograaf Anne Geene (1983). In Perceel Nr. 235 / Encyclopedie van een volkstuin inventariseerde ze haar volkstuin, met vaste partner Arjan de Nooy maakte ze onder andere het boek Ornithologie, over vogels in al hun vormen, en The Universal Photographer, een fictief oeuvre samengesteld uit gevonden en gemaakte foto’s. De rode draad is een studie naar patronen: leg alle takjes uit een nest naast elkaar, en er ontstaat een verhaal.

Bij Galerie Caroline O’Breen presenteert Geene nu het vuistdikke Book of Plants. Een prachtig vormgegeven verzameling van foto’s van planten. Eerst gerangschikt op soort: platgetrapte blaadjes, heggen, vensterbankplanten. Daarna prachtig gefotografeerd op een witte achtergrond allerlei overzichten: blaadjes van eenzelfde plant op één moment, kleurinventarisaties, verschillende soorten potgrond. Humor is er ook: Revaluation of Luck: een blad vol klavertjesvier. Of O’ Amor: een verzameling hartvormige bladeren.

Hoogtepunt in de bijbehorende expositie is de reeks Eeuwig Herbarium, waarbij naast de fotokopieën van de blaadjes ook het originele organische materiaal is opgeplakt. Die blaadjes zullen verder verkleuren, terwijl de fotokopie onveranderd blijft. Geene’s indeling bootst soms klassieke taxonomische indelingen na, maar het verwijt dat ze de dingen niet ‘bewoont’ valt niet te maken: uiteindelijk wint de liefdevolle observatie het telkens van het systeem.

T/m 27/2 is ook een presentatie van Anne Geene te zien in Kröller-Müller Museum, Otterlo.

Met de schil van een kokosnoot kun je poorten bouwen

Mae-ling Lokko – Healing Meadow. Foto Selma Gurbuz

Z33 is een ‘huis voor actuele kunst’, gelegen in Hasselt, en beweegt zich sinds 2002 ‘op het kruispunt van kunst, design en architectuur’. Wie dit voormalige Begijnhof betreedt, is meteen onder de indruk van dit architectonische hoogstandje. In de ene ruimte heb je de groots opgezette expositie In the Eye of the Storm, dat een overzicht biedt van een tiental Caribische kunstenaars die reflecteren op de verwoestende invloed van het klimaat, en dan met name orkanen, op de (ei)landen in dit gebied.

Intiemer is de expositie Grounds for Return waar de Ghanees-Philippijnse architectuurwetenschapper – en specialiste in agrarisch afval – Mae-ling Lokko vijf installaties presenteert. Lokko toonde dit jaar in samenwerking met Gustavo Crembil de installatie ‘Groundmurmers’ (een ingenieus bouwwerk van myceliumcilinders) op sonsbeek20–24, dat gelijk ook slachtoffer werd van vandalisme door hangjongeren (het werk is hersteld).

In Z33 pakt Lokko uit met werken die al haar onderzoeksgebieden bestrijken: architectuur, agricultuur en voedsel. Ze doet met name onderzoek naar de manier waarop afval – agro waste – hergebruikt kan worden: van vergiftigd water tot de schillen van kokosnoten. Interessant aspect is haar focus (in het geval van kokos) op zowel producenten (van kokosolie tot kokoswater) als consumenten, die de harde schillen weggooien na gebruik. De schil bevat eindeloos veel nuttige ingrediënten voor hergebruik (onder meer bouwmaterialen) en die is zichtbaar gemaakt in de fraaie, welvende panelen waarmee een poort (Thresholds of Return) toegang geeft tot een zaal waarin een monumentale videopresentatie te zien is.

Is het ook kunst? Nee, het is eerder extreem esthetisch vormgegeven cyclische poëzie, die subtiel en verrassend laat zien hoe de mens datgene wat ze ruw – koloniaal – aan de aarde onttrekt ook op doordachte en fraai vormgeven wijze kan teruggeven.