Recensie

Recensie Film

‘No Time To Die’ is bij vlagen regelrecht saai

James Bond Het begin van ‘No Time To Die’ is verrukkelijk, maar de nieuwe James Bond-film is ondanks geslaagde actiescènes en spannende vrouwenrollen met 163 minuten echt te lang.
James Bond (Daniel Craig) in 'No Time To Die'
James Bond (Daniel Craig) in 'No Time To Die' Foto Nicola Dove

In No Time to Die, de 25ste film in de James Bond-reeks en de laatste met Daniel Craig als 007, komt halverwege een grappig gesprek voorbij. „Weet je wat jouw probleem is,” zegt Madeleine Swann (Léa Seydoux), die al sinds voorganger Spectre (2015) de grote liefde is van Bond. Maar nog voor ze verder kan gaan antwoordt Bond: „Mijn timing? Mijn gevoel voor humor?”

Zelfspot is nooit verkeerd, maar helemaal zonder risico is zo’n knipoog niet. De kijker kan zich daardoor sterker bewust worden dat de haperende timing inderdaad nogal een probleem is in de film. No Time To Die is met 163 minuten speeltijd echt te lang en bij vlagen regelrecht saai. Humor is ook bij zijn vijfde Bondfilm wederom niet het sterkste punt van Craig.

Met No Time to Die is de overtreffende trap bereikt van de ‘serieuze’ Bond, waarmee Craig zich bij de invulling van de rol in de afgelopen vijftien jaar heeft onderscheiden. Craig wilde van een Bondfilm echt drama maken; met gelaagde en complexe personages die een heel verleden met zich meeslepen, zo niet complete jeugdtrauma’s. Bond zelf ging daarbij voorop.

Tegelijk moest een Bondfilm óók gewoon een Bondfilm blijven met de bekende elementen, zoals een theatrale schurk, exotische locaties, ingenieus nieuw wapentuig, perfect geprepareerde cocktails en strak gesneden maatpakken. De commerciële en financiële belangen zijn te groot om de vaste formules van een Bondfilm écht op de schop te durven nemen.

Het is een ingewikkelde figuur, die gemakkelijk een film kan opleveren die precies overal tussenin valt. De makers van de Bondfilms met Craig zijn daar tot het einde toe mee blijven worstelen. De eerste film met hem als Bond, Casino Royale (2006), was meteen de leukste – en ook het minst zwaar op de hand. Daarna begon het moeizame schipperen tussen zichzelf uiterst serieus nemend drama en escapisme.

Even lijkt het erop alsof regisseur Cary Fukunaga met No Time to Die echt een frisse nieuwe start weet te maken. De eerste twintig minuten van de film zijn verrukkelijk. Bond bevindt zich met Madeleine in de oude Italiaanse stad Matera, als zijn aartsvijand Blofeld van het misdaadsyndicaat Spectre hem toch weer weet te traceren en hem niet alleen naar het leven staat, maar Bond ook heerlijk weet te tarten en treiteren.

Dat is de opmaat voor een klassieke Bondopening met woeste achtervolgingen en spectaculaire stunts; gelukkig grotendeels uitgevoerd ‘in het echt’ en niet afkomstig uit de computer. Fukunaga, afkomstig uit de onafhankelijke hoek van de cinema, is sowieso geslaagd voor zijn brevet als regisseur van actiescènes met No Time to Die. De megalomane schurk is ook present – hier nogal houterig gespeeld door Rami Malek, die doorbrak als Freddie Mercury in Bohemian Rapsody (2018).

Sterke vrouwenrollen

Maar de moderne Bond wil meer bieden dan alleen escapisme. Bond komt zichzelf tegen: hij is altijd een eenling geweest, die met wantrouwen naar de wereld keek en naar vrouwen in het bijzonder. Hij heeft nogal hardnekkige ‘issues’ met bindingsangst. De hevige kritiek op het ouderwetse vrouwbeeld in de Bondreeks is aan de makers zeker niet voorbij gegaan. Vrijwel alle vrouwelijke personages in No Time to Die krijgen daarom nu niet te onderschatten gevechtskunsten mee; ze hebben geen James Bond nodig om zich te redden.

Het meest onderhoudend is CIA-agent Paloma (Ana de Armas) die in een strak avondjurkje en op onhandig hoge hakken tenminste Bonds gelijke is in een groot gevecht op Cuba, waar zich allerhande criminele meesterbreinen hebben verzameld. Jammer dat ze maar zo kort in de film meedoet.

Bond moet zelfs wedijveren met een nieuwe 007: Nomi (Lashana Lynch) die net als hij een ‘licence to kill’ heeft. Zulke veel spannendere vrouwenrollen zijn de winst van een franchise die amechtig bij de tijd wil blijven. Maar omgekeerd pakt het door elkaar schudden van stereotypen minder gelukkig uit.

Craig speelt een James Bond die nadrukkelijk in contact moet komen met zijn gevoel, die moet leren om zich ‘kwetsbaar op te stellen’ en ook een zorgzame kant blijkt te hebben. Dat is allemaal goedbedoeld. Wie weet draagt Bond zo zelfs een steentje bij aan het bestrijden van de veel gesmade ‘toxische mannelijkheid’. Maar erg onderhoudend is zo’n personage niet. Het zijn eigenlijk ook net zulke voor de hand liggende clichés als bij de machoman die Bond in het verleden was.

James Bond lijkt te zijn gaan denken dat hij écht de wereld moet redden; of in ieder geval stevig moet bijdragen aan een betere wereld. Dat is wel een hele zware last om te torsen voor wat uiteindelijk gewoon een spannende actiefilm moet zijn in het spionnengenre. De last is Daniel Craig ook steeds zo nadrukkelijk aan te zien.

Correctie 29/9: In een eerdere versie van dit artikel werd gemeld dat ‘No Time To Die’ te zien is in 269 bioscopen. Dat moet zijn: 163, en is hierboven aangepast.