Koos Buster met gele helm uit de installatie De opbouw (2021)

Foto Pieter Postma

Profiel

Koos Buster wil de wereld wat vrolijker maken met zijn keramiek

Kunstenaar Koos Buster (30) is de spraakmakendste van een nieuwe lichting kunstenaars die werkt met keramiek. Alledaagse objecten als schoonmaakflessen en stopcontacten maakt hij na van gebakken klei, met een kenmerkende ‘wobbellijn’. „Ik wil de wereld vrolijker maken.”

Hij moest er wel even zijn auto voor aan de kant van de weg zetten. Op de terugweg van kunstbeurs Art Rotterdam, begin deze zomer, belde Koos Buster vanaf een parkeerplaats met zijn broer om te vertellen wat er gebeurd was. „De tranen van geluk sprongen me in de ogen toen ik hem aan de lijn kreeg”, zegt hij. Maar liefst vier musea hadden sculpturen aangekocht die hij exposeerde in de stand van de Rotterdamse galerie Cokkie Snoei – beelden van alledaagse voorwerpen, uitgevoerd in vrolijk gekleurd keramiek, met de voor hem zo kenmerkende wobbelcontouren. De Watercooler ging naar Museum Voorlinden. De opbouw – een grote installatie met ladder, elektrische boor, knalgele helm en verfemmer – naar Museum Helmond, Dweilemmer #4 naar het LAM op het landgoed van Kasteel Keukenhof in Lisse, en Wim Pijbes kocht met Stichting Droom en Daad, voor het nog te openen Landverhuizersmuseum in Rotterdam, een Brandblusser en een Beveiligingscamera. „Ik was er echt helemaal ondersteboven van, het voelde als een soort xtc-rush.”

Sinds keramiek eind negentiende eeuw, begin twintigste eeuw in handen van kunstenaars als Paul Gauguin en Pablo Picasso een weg vond naar de autonome kunst, is gebakken klei nooit weggeweest uit de moderne en hedendaagse kunst. Het Bonnefantenmuseum in Maastricht en Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden maakten de laatste jaren grote overzichtsexposities over internationale hedendaagse en moderne keramiekkunst. Het Europees Keramisch Werkcentrum in Oisterwijk (Brabant) biedt al jaren een grote keramiekwerkplaats en residency aan voor hedendaagse kunstenaars. Anne Wenzel, Navid Nuur en Jennifer Tee, toonaangevende Nederlandse hedendaagse kunstenaars, werken met keramiek. Toch heeft het medium nooit de status van niche van zich af kunnen schudden. En is er eens in de zoveel tijd weer een opleving van de aandacht voor keramiek .

Lees ook: Anne Wenzel maakt het werk van Francis Bacon na van klei

De recente editie van Art Rotterdam was zo’n moment. In tal van stands stonden de keramieken figuren je tegemoet te glimmen. Juist ook de jongste generatie ontdekt de klei. Over Unfair – een Amsterdamse kunstbeurs met jonge kunstenaars die in een eigen stand onafhankelijk van een galerie hun kunst verkopen – schreef kunsttijdschrift Metropolis M een jaar eerder al dat keramiek er „als een virus” rondwaarde.

Koos Buster stond zowel op Unfair als op Art Rotterdam. Hij is, met zijn schijnbaar lichtvoetige aanpak, sinds zijn afstuderen in 2018 de meest in het oog springende vertegenwoordiger van die nieuwe lichting keramisten. Iets dat hij zelfbewust uitdraagt in zijn Instagram-biografie waar hij zichzelf ‘Ceramic influencer - Minister of Ceramic Affairs’ noemt. Het type klei dat hij gebruikt, 1795, staat naast de namen van zijn drie beste vrienden op zijn linkerschouder getatoeëerd.

Foto Pieter Postma
Foto Pieter Postma
Foto’s Pieter Postma

„Na ons afstuderen kreeg de Gerrit Rietveld Academie fors meer aanmeldingen voor de afdeling keramiek. Onze lichting werd behoorlijk bejubeld, we maakten allemaal heel verschillend werk. Ik maak figuratief werk, anderen heel bijzondere abstracte figuren. Samen hebben we laten zien wat er allemaal mogelijk is met keramiek. Je kunt echt alles kleien.” Een andere verklaring voor de toegenomen populariteit ziet Koos Buster in Instagram: „Een schilderij op Instagram is gauw een beetje plat, maar een beeld van keramiek is meteen: paf! Het knalt van het scherm. Het glanst lekker, heeft lekkere kleurtjes en is gewoon lekker om naar te kijken.”

Claystation

Dat het succes op Art Rotterdam hem zoveel deed, heeft te maken met de zware weg ernaartoe, vertelt Koos Buster Stroucken (in zijn artiestennaam laat hij zijn achternaam weg) in zijn werkplaats in Amsterdam-Noord.

Voor de deur staat een groot wit bord waarop een groot Playstation-logo is bewerkt tot ‘Claystation’. Binnen staat de keramiekoven te loeien, een frisse bries van de ventilator houdt het draaglijk. „Vlak voor mijn afstuderen aan de Rietveld Academie in 2017 stapte mijn ex-vriendin uit het leven. Ik zat helemaal aan de grond, was flink depressief. Ik liep bij een psycholoog, maar dat werkte niet echt. Ik wilde graag medicijnen en die kreeg ik niet. En toen dacht ik: ja, fuck it – ik ga het gewoon zelf doen. Ik kreeg een enorme maakdrift: ik wil de wereld leuker maken. Ik ging het verdriet van me af kleien en glazuren.”

Een jaar later dan gepland studeerde Buster af, met de serie Sierborden van bijna alles wat ik niet leuk vind, lekker klungelig gekleide bordjes met daarop bijvoorbeeld kinderfoto’s van Donald Trump of Kim Jong-un, een cruiseschip, of een flesje Spa met de tekst: ‘Mensen die in Amsterdam Spa Blauw gaan lopen bestellen’. Aangrijpend is het bordje met de tekst ‘Ik ben zo leuk maar waarom voel ik me dan zo kut’. „Die hou ik zelf. Van mijn psycholoog moest ik mijn gedachten opschrijven in een boekje, de meeste citaten op de bordjes komen uit dat boekje. Maar eigenlijk deed ik mijn huiswerk voor de psycholoog niet – kunst maken werkte voor mij veel beter.”

Ik wilde het verdriet van me af kleien en glazuren

Bij zijn afstudeerpresentatie kwam een vriend naar Koos Buster toe. „Die bordjes vind ik wel goed, zei hij. Alleen de dweilwagen die erbij stond vond hij conceptuele onzin.” Had hij wel gezien dat die ook van keramiek was?, vroeg Koos Buster. „Die vriend liep terug om te kijken en kwam terug: wow, wat sick.” De Dweilwagen (ondertitel: Ode aan de schoonmaker) kwam tot stand nadat Koos Buster zich had voorgenomen heel traditioneel af te studeren met een soort ‘meesterproef’: de beste versie van iets dat je al eens eerder hebt gemaakt. „Ik had al wel eens een dweilemmer nagekleid, en toen dacht ik: een complete schoonmaakwagen, dat is de volgende stap.”

Na zijn afstuderen werd Koos Busters werk razendsnel opgepikt. Hij exposeerde onder meer bij Museum Beelden aan Zee, bij Galerie Fons Welters, het Nationaal Glasmuseum en in de etalage van de Bijenkorf in Amsterdam.

Op zijn telefoon houdt Koos Buster een lijst bij van „kleiwaardige voorwerpen”: foto’s van dingen die hij tegenkomt en die een versie in keramiek verdienen. „Ik kies het liefst voorwerpen die amper opvallen: brandblussers, stopcontacten, de underdogs van de objecten. Met voetbal ben ik ook altijd voor de underdog, omdat je hoopt op een wonder.”

Camera n.24 (2021)
Hangende dweil (2021, collectie LAM)

Door die onopgemerkte objecten na te kleien, „krijgen ze een heel andere betekenis, ga je ineens zien wat een leuke dingen het eigenlijk zijn. Dat is ook de reden dat mijn expositie in het Nationaal Glasmuseum De Wachtkamer van Roos Bustek heette: in een wachtkamer kijk je altijd beter naar de dingen om je heen. Roos Bustek was een woordspeling met mijn naam, het moest niet de wachtkamer van een kunstenaar zijn, maar liever lekker onduidelijk.” Koos Buster haalt een uitspraak aan van Wim T. Schippers: „Een kunstenaar is iemand die een mooie vogel ziet en dat niet voor zichzelf houdt, maar deelt met andere mensen.”

Veel inspiratie doet hij op tijdens zijn bijbaantje voor kunsttransportbedrijf De Kunstrijders. „Bij het Joods Historisch Museum zag ik bijvoorbeeld in de werkplaats zo’n grote houten wandplaat waar gereedschap op hangt. Het lijkt me geweldig om dat na te maken.” Eigenlijk het vervelendste aan de pandemie was dat hij minder hoefde te werken voor de Kunstrijders, waardoor hij minder ideeën opdeed dan normaal.

Buster vindt die inspiratie niet in het werk van andere kunstenaars die met keramiek werken. „Beeldende kunst raakt me zelden. Bij de schilderijen van Erik Mattijssen, met wie ik in de stand van Cokkie Snoei op Art Rotterdam stond, heb ik dat wel. Hij schildert heel gewone voorwerpen, op een speelse en melancholieke manier. Van hem heb ik geleerd dat je gewoon iets goeds kunt maken zonder duidelijk concept, en dat je er op kunt vertrouwen dat die diepere laag er toch wel in zit. Door de manier waarop je het maakt.”

Mimespeler

Eigenlijk had hij net als zijn vader mimespeler willen worden. „Na vijf mislukte audities voor de mime-opleiding zei mijn broer, die aan de Design Academy studeerde: je moet de kunstacademie proberen, je maakt je agenda altijd zo mooi, ik denk dat het echt iets voor jou is.” Het klikte. „Ik koos voor de richting keramiek omdat ik graag echt een vak wilde leren, zodat ik in ieder geval iets zou kunnen als ik was afgestudeerd. Tekenen was voor mij altijd de manier waarop ik me het makkelijkst uit kan drukken. Keramiek is een manier om tekeningen in 3D uit te voeren.”

Het theatrale zit wel in zijn werk. „Ik zie mijn beelden als personages. Toen ik bezig was met de inrichting van De Wachtkamer van Roos Bustek voelde ik me een soort regisseur: die spontane colafles mag wel daar in het midden, en dit beeld, dat is een beetje verlegen, dus die mag in de hoek.”

De opbouw (2021, collectie Museum Helmond) Foto Abel Minnée

Het is ook de reden dat zijn beelden van die wobbelige lijnen hebben: „Ik kan inmiddels heus goed kleien, alleen vind ik die schetsmatige lijnen veel leuker. Ik kan een bierkrat kleien met strakke lijnen, maar dat is saai. Met van die wobbellijntjes krijgt het veel meer karakter.” Ook theatraal: momenteel werkt Koos Buster samen met „lievelings-exvriendin” en kunstenaar C.T.H. Fransen aan een ‘claysoap’, een videoserie waarin alle voorwerpen en het decor van keramiek zijn. „Ik gebruik keramiek steeds meer voor hele installaties, niet als losse sculpturen.”

In de coronacrisis, waarin zijn werk als kunstrijder bijna helemaal was gestopt, kwam Koos Buster rond door kunstwerken in oplage te maken. „Van een paar voorwerpen maak ik series: de stopcontacten, brandmelders en sigaretten. De stopcontacten in oplage hebben me de coronacrisis door geholpen, elke maand maakte ik er wel een paar. Ze zijn allemaal bewust betaalbaar: de stopcontacten kosten 123 euro, de brandmelders 333 euro, de sigaretten maar 15 euro. Dat was ook een tip van mijn broer: zorg dat je altijd ook heel toegankelijk werk hebt, iets dat iedereen zich kan veroorloven.”

Mijn werk ziet er heel grappig en kinderlijk uit, maar er komt veel techniek bij kijken

Voor het Amsterdam Ferry Festival, waar komend voorjaar weer kunst getoond wordt op de ponten die over het IJ varen, mag Koos Buster een van de ponten ‘verBusteren’. Hij is van plan om alle knopjes en bordjes op de pont na te maken, „zodat naast alles ook een kopie hangt”. Daarnaast wil hij een rode Canta ombouwen zodat de buitenkant en een deel van het interieur van keramiek zijn. „Als ode aan de vertrekkende Amsterdammer. Bij mij op de basisschool sprak iedereen nog plat Amsterdams, maar in de jaren daarna zijn veel van de oorspronkelijke Amsterdammers weggegaan. Ik ben opgegroeid in het onaangeharkte Amsterdam-Noord. Daar stonden veel Canta’s op straat, dat maakt het een goed symbool voor het Amsterdam uit mijn jeugd.” Omdat een Canta niet meer gewicht dan 300 kilogram kan dragen, moet hij met een speciaal soort synthetische keramiek werken. „Mijn werk ziet er heel grappig en kinderlijk uit, maar er komt veel techniek bij kijken.”

Glasstipendium

In 2019 kreeg Koos Buster het Glasstipendium van Stichting Stokroos om te experimenteren met glas. „Ik klei de vormen, waarvan we dan een mal maken. Glasblazers blazen vervolgens glas in die mal, en dan krijg je de vorm die ik gekleid heb.” Zo maakte hij bijvoorbeeld de Watercooler en transparante flessen schoonmaakmiddel. „Glas is de enige manier om mijn figuren ook transparant te maken. Ik vond het erg spannend, want glas wordt al gauw heel erg slick. Maar met die mal krijgt het mijn handtekening. Door nieuwe technieken te leren kun je je vocabulaire uitbreiden.”

Hij laat zien waar hij net aan begonnen is: een kopie van het Thunderbirds-speelgoedeiland waar hij vroeger met zijn broer veel mee speelde. Het is een tropisch eiland van plastic waarin op allerlei plaatsen raketten zijn verborgen waarmee de Thunderbirds uit kunnen rukken. De versie van keramiek is bedoeld voor Supermarket, een beurs in Stockholm waar onafhankelijke kunstenaarsinitiatieven werk laten zien. Het beeld moet daar straks onder een glazen stolp komen. „Ik vind dat zo’n grappige gedachte aan het Thunderbirds-eiland: dat je op zo’n mooie plek woont, een tropisch eiland, en dat je dan toch raketten hebt zodat je ook weer heel snel kunt vertrekken.”

Foto’s Abel Minnée