Opinie

Koploper vervuiling

Column Rotterdam

Afgelopen weken stond de krant weer vol met berichten over de klimaatontwrichting, van de vervuiling door staalgigant Tata Steel tot het verdwijnen van de milieuwinst die werd geboekt door het stokken van het vliegverkeer tijdens de coronacrisis. Het lijkt alsof de conclusies van het laatste rapport van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, alweer zijn vergeten. Volgens het IPCC is het ‘onbetwistbaar’ dat de temperatuurstijging door de mens komt en dat alleen drastische maatregelen de opwarming van de aarde kunnen stoppen.

Het viel me dan ook rauw op mijn dak dat volgens vergelijkingssite Utility Bidder Rotterdam een van de grootste vervuilers ter wereld is. Op de nieuwe lijst van vervuilendste steden staat Rotterdam met stip op de vierde plek, net voor metropolen als Mexico-Stad en Jakarta. Internationaal is Rotterdam zelfs koploper als het gaat om het de lucht inblazen van het broeikasgas CO2. Lichtvaardig hoef je hierover niet te denken. Los van het feit dat we het liefst zo schoon mogelijke lucht willen inademen, is de stad extra kwetsbaar voor klimaatverandering en een stijgende zeespiegel. Rotterdam ligt grotendeels onder zeeniveau. Sommige stukken van stadsdeel Prins Alexander bevinden zich 7 meter onder NAP.

Hoofdschuldige dat Rotterdam de ranglijst van grootvervuilers aanvoert is de haven, met de enorme concentratie van kolencentrales en raffinaderijen en het komen en gaan van zeeschepen. Je zou daarom verwachten dat de lokale politiek haast maakt met het aanpakken van deze vervuiling. Daarvan komt weinig terecht. Sla de Havenvisie 2030 erop na en je struikelt over ondernemersjargon als ‘het creëren van economische waarde’, ‘vestiging van nieuwe activiteiten’ en ‘versterking van de concurrentiepositie’. Maar gaat het maken van zoveel mogelijk winst wel samen met het verminderen van de vervuiling door de haven?

Kan het maken van winst wel samengaan met verminderen van vervuiling door haven?

Er hoeft maar een geweldsincident te gebeuren en de raad schreeuwt in koor om hard repressief beleid. Over een haven die stelselmatig het milieu ondermijnt, heeft niemand het. Ook burgemeester Aboutaleb hult zich al sinds zijn aanstelling in 2009 in stilzwijgen over dit onderwerp, terwijl ‘vervuiling’ onder zijn portefeuille openbare orde en veiligheid valt.

De gemeente kijkt vooral naar de Rotterdamse burger, met als klein bier een isolatie-subsidie voor verenigingen van eigenaren en een tenenkrommende campagne met cabaretier Richard Groenendijk hoe je de rookoverlast van je barbecue kunt verminderen. Tegelijk wordt de hete aardappel doorgeschoven naar de landelijke politiek. Zo stelt Arno Bonte, wethouder duurzaamheid, luchtkwaliteit en energietransitie, dat vooral investeringen van de landelijke overheid nodig zijn om van Rotterdam een klimaatneutrale stad én haven te maken.

De struisvogelpolitiek met betrekking tot het havengebied is des te opvallender omdat de gemeente met 70 procent van de aandelen grootaandeelhouder van het Havenbedrijf is. Dat biedt alle ruimte tot het aanschroeven van je milieu-eisen en het strenger handhaven van de tenuitvoerlegging hiervan. Te beginnen met het op orde brengen van het strafrechtelijk en bestuursrechtelijk toezicht op het veroorzaken van milieuschade in de haven.

Stop dus met de politieke verantwoordelijkheid af te schuiven op de burger en Den Haag. Steden spelen juist een cruciale rol in de transitie naar een schonere wereld. Het is aan de Rotterdamse politiek om daar recht aan te doen. Meer actie is nodig om die vierde plek te verlaten.

Marc Schuilenburg is bijzonder hoogleraar Digital Surveillance aan de Erasmus Universiteit. Hij vervangt tijdelijk Tara Lewis