ING en ABP indirect betrokken bij miljardeninvesteringen in Israëlische nederzettingen

Mensenrechten Een coalitie van maatschappelijke organisaties stelt dat Nederlandse banken, pensioenfondsen en verzekeraars door investeringen risico lopen op betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen.
Bouwwerkzaamheden in Ramat Shlomo, een door Israël geannexeerde wijk in Oost-Jeruzalem.
Bouwwerkzaamheden in Ramat Shlomo, een door Israël geannexeerde wijk in Oost-Jeruzalem. Foto Ahmad Gharabli/AFP

ING, pensioenfonds ABP en zes andere Nederlandse financiers hebben sinds 2018 8 miljard euro geïnvesteerd in bedrijven die geld verdienen aan illegale Israëlische nederzettingen. Dat stelt een coalitie van 25 maatschappelijke organisaties in het rapport Don’t Buy Into Occupation, dat woensdag is gepubliceerd. ING is met 3,9 miljard euro aan investeringen en beleggingen goed voor bijna de helft van het bedrag, ABP volgt met 923 miljoen euro. De financiers en bedrijven lopen door (in)directe betrokkenheid een groot risico op betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen, aldus de coalitie.

De schendingen hebben betrekking op de Westelijke Jordaanover, inclusief Oost-Jeruzalem, een door Israël bezet Palestijns gebied. De coalitie zegt dat financiers mogelijk betrokken zijn bij schendingen „gezien de illegaliteit van de Israëlische nederzettingen en de ernstige gevolgen van de bezetting voor de Palestijnse bevolking”. Naast ING en ABP investeren de Nederlandse financiële instellingen ABN Amro, Rabobank, Van Lanschot Kempen, Aegon, NN Group en Pensioenfonds Zorg en Welzijn in bedrijven die actief zijn in Israëlische nederzettingen.

De Nederlandse ngo’s PAX, BankTrack en The Rights Forum zijn onderdeel van de coalitie. Namens PAX zegt Thomas van Gool dat financiers in gesprek moeten gaan met hun klanten. „Als daaruit blijkt dat zij inderdaad geld verdienen aan de illegale nederzettingen, moeten financiers ze overtuigen daarmee te stoppen. Doen ze dat niet, dan moeten financiers de samenwerking stopzetten.” Van Gool wijst daarnaast op een database van internationale bedrijven die betrokken zijn bij Israëlische nederzettingen, opgezet door de Verenigde Naties. „Als een bedrijf op deze lijst staat, moeten financiers er niet mee samenwerken.”

In een reactie laat ING weten dat „de kans aanwezig is” dat de bank inderdaad krediet heeft verstrekt aan betrokken bedrijven. Met mogelijk betrokkenen zeggen zij in gesprek te gaan. Ook laat ING weten dat dit niet per definitie betekent dat zij de samenwerking stopzetten met klanten die geld verdienen aan illegale Israëlische nederzettingen.