Foto Max and Douglas / Getty Images

Interview

Gaetano Pesce laat graag iets aan het toeval over

Gaetano Pesce | architect en productontwerper Als God zou bestaan, zegt de Italiaanse architect en productontwerper Gaetano Pesce, zou hij perfecte producten maken. Maar de mens is nou eenmaal feilbaar. „De malfatto, het object met gebreken, is mijn schoonheidsideaal.”

Onder de douche kreeg Gaetano Pesce in 1968 een idee waar hij nog altijd aan wordt herinnerd. De destijds 29-jarige Italiaanse architect kneep in een spons, liet die los en zag hoe de spons haar oorspronkelijke volume terugkreeg. Zou een stoel zich op dezelfde manier kunnen gedragen, vroeg hij zich af.

In zijn atelier begon Pesce te experimenteren met het vacuüm verpakken van zacht polyurethaanschuim, het hipste materiaal van die dagen. De proeven resulteerden in de serie Up Chairs: tien centimeter dikke, gevacumeerde instant-stoelen die, eenmaal bevrijd uit de pvc-verpakking, tot meubels oprijzen.

Het model Donna trok de meeste aandacht. Een stoel met een politiek-maatschappelijke boodschap: een meubel dat het lijden van de vrouw verbeeldde. De volumineuze stoel bestond uit een vrouwentorso geketend aan een bal (het voetenbankje). Wie in haar schoot plaatsnam, het hoofd tussen haar borsten en de benen op de voetboei, had stof tot nadenken.

Donna groeide uit tot een museumstuk, een klassieker die in vele designgeschiedenissen is opgenomen. In het voorjaar van 2019 werd de vijftigste verjaardag van de stoel groots gevierd. Dat gebeurde op de plek waar het ontwerp ooit ten doop was gehouden: in Milaan, tijdens de Salone, de jaarlijkse meubelbeurs. In het hart van de stad, op het Domplein, stond een acht meter hoge versie van de stoel, volgestoken met naalden.

Bij de onthulling tekende een feministische actiegroep protest aan. De vrouwen ontrolden spandoeken, besmeurden de stoel met rode verf (menstruatiebloed) en wezen op het feit dat dagelijks drie Italiaanse vrouwen slachtoffer worden van machogeweld. Waarom, zo vroegen de actievoerders zich op Facebook af, wordt voor de zoveelste keer een vrouw voorgesteld als een inert lichaam en staat niet de veroorzaker van het geweld, de man, ter discussie?

Provocatieve trekjes

Donna zette de toon voor het omvangrijke oeuvre van Pesce. Hij ontwierp daarna meer dan duizend gebruiksvoorwerpen op de grens van design en kunst. Vrijwel altijd producten met humoristische en provocatieve trekjes. Ze zijn vaak zeer kleurrijk, gemaakt van bijzondere materialen en ontlenen hun vormen, net als bij Donna, dikwijls aan het menselijk lichaam. Wie eenmaal vertrouwd is met Pesce’s handschrift, herkent zijn nieuwe ontwerpen meteen. Of het nu gaat om een ring of een armband van hars, of een architectonisch ontwerp: een Pesce is altijd onmiskenbaar een Pesce.

De Up Chair, model Donna (1969), groeide uit tot een klassieker.

De inmiddels bijna 82-jarige Italiaan staat te boek als een van de invloedrijkste naoorlogse ontwerpers. Met zijn uitdagende ideeën en hang naar vrijheid is hij voor veel jonge ontwerpers een lichtend voorbeeld. Zijn kleurrijke, met de hand gemaakte sieraden en vazen zijn wereldwijd te koop. Tal van musea verzamelden zijn werk en er zijn diverse boeken over hem geschreven. Toch lijkt het alsof Pesce in de nadagen van zijn carrière pas echt publieke roem krijgt. Dit jaar zijn er drie grote tentoonstellingen aan hem gewijd. In mei en september openden exposities in Italië en vanaf dit najaar reist een retrospectief langs musea in China.

Hoewel hij druk is met de voorbereidingen van de tentoonstellingen honoreert de bejaarde Italiaan een verzoek voor een telefonisch interview direct. „Zeg maar hoeveel tijd je wilt”, klinkt het toeschietelijk vanuit zijn woonplaats New York.

Sinds de uitbraak van de coronapandemie is hij nauwelijks de deur uit geweest, vertelt Pesce. Met de elf medewerkers in zijn studio in Manhattan houdt hij op afstand contact. Het vrijwillige huisarrest heeft hij tot zijn verrassing als een zegen ervaren. „Nu begrijp ik waarom filosofen in de antieke tijd zich afzonderden in de woestijn als ze wilden nadenken. In je uppie kun je je goed concentreren en kom je op geweldige ideeën.”

Feminiene toekomst

Pesce wil eerst iets kwijt over de jubileumviering van Donna in Milaan. Het stelt hem teleur dat zijn installatie tot protesten leidde. Van een kleine groep vrouwen, maar toch. Hadden zij de uitlegtekst op de installatie wel gelezen? Met zijn installatie wilde hij genderongelijkheid aan de kaak stellen, de stoel keert zich juist tegen machogeweld. Helemaal geen reden dus om zo tegen zijn installatie te hoop te lopen. „Italië kan ook heel provinciaals zijn”, mokt hij.

Zijn leven lang, vervolgt de ontwerper, heeft hij zich sterk gemaakt voor de vrouwenzaak. Hij is door vrouwen opgevoed: „Toen ik acht maanden oud was overleed mijn vader. Hij was marineofficier. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, in het eerste oorlogsjaar, verging zijn schip in de Middellandse Zee. Mijn moeder en zuster en een vriendin van mijn moeder hebben mij opgevoed.

543 Broadway Chair (1992)
XXL Alda Lamp (2006)
543 Broadway Chair (1992) en XXL Alda Lamp (2006)

„Toen ik acht of negen jaar oud was, werd ik van school gestuurd. Ik had een leraar een klap in zijn gezicht gegeven. De man wilde me slaan, maar ik was hem te snel af. Omdat mijn moeder geen andere school voor me kon vinden, zat ik daarna als enige jongen twee jaar op een door nonnen geleide meisjesschool. Daar bij de nonnen ontdekte ik een veel minder rigide wereld.”

De elasticiteit van vrouwen, zegt Pesce, is wat de wereld nodig heeft. Die overtuiging wilde hij met zijn jubileuminstallatie in Milaan benadrukken: „Donna ontwierp ik in de nasleep van de studentenopstand van 1968. Ik was een jonge idealist. Binnen twintig jaar zouden we niet meer van genderongelijkheid kunnen spreken, dacht ik toen. Maar het lijkt wel alsof de situatie is verslechterd. Vrouwen zijn niet zo vrij als mannen. Er zijn landen waar vrouwen niet alleen de deur uit kunnen. In veel landen krijgen vrouwen voor hetzelfde werk minder betaald dan mannen. De wereld reageert daar veel te passief op.”

Machogeweld stoelt op angst, zegt Pesce. „Het zijn mannen die vrezen voor hun positie in het centrum van het universum. Daarom gedragen ze zich als angstige honden: ze worden gewelddadig en maken vrouwen tot slachtoffer.”

Naar zijn overtuiging is de toekomst beslist feminien. „Met hun aanpassingsvermogen hebben vrouwen de sleutels om de complexe realiteit van vandaag te begrijpen. Met hun starheid behoren mannen tot het verleden. Vrouwen kunnen de wereld verbeteren door deze met nieuwe, positieve energie te leiden. De meeste landen worden nog door mannen geregeerd. Maar kijk naar de landen met vrouwen aan de macht: die doen het veel beter. Vrouwelijke politici zijn meer begaan met het volk dan mannen.”

Pesce komt niet uit een gezin waar kunst en design vanzelfsprekend waren. Op de vraag hoe zijn ouderlijk huis eruitzag moet hij lang nadenken. „Het was heel eenvoudig. We hadden niks luxueus in huis, niks elegants. Ik herinner me vooral hoe koud het huis ’s winters was, en hoe warm in de zomer.”

Waarom ging u architectuur studeren?

„Op mijn zeventiende zat ik altijd te tekenen, meestal de landschappen waar we vanuit ons huis, in een dorpje bij Padua, op uitkeken. Mijn moeder, een pianiste, stelde voor dat ik naar de architectenopleiding in Venetië zou gaan. Een geweldig goed idee. Dat was de beste Italiaanse architectuuropleiding.”

Daar keerde u zich al snel af van de traditionele architectuur. Wat beviel u daar niet aan?

„Die was me veel te saai. Wereldwijd zag ik dezelfde saaie architectuurstijl, gebaseerd op abstracte geometrie. Die resulteert in koude, neutrale gebouwen waar niks interessants aan is en die puur functioneel zijn, ongeveer zoals een afwasborstel dat is. Zulke gebouwen zou ik geen architectuur willen noemen. Architectuur is voor mij innovatie: in technologie, in materialen én in taal. Een goed ontworpen ruimte is als een sculptuur, een driedimensionaal functioneel kunstwerk, waarin mensen kunnen leven en werken. Het helpt als je in architectuur organische elementen toepast. Wanneer je in een gebouw een deel van een menselijke figuur herkent, probeer je dat betekenis te geven. Met geometrische vormen valt er niets te interpreteren. Een driehoek is een driehoek, een vierkant een vierkant.”

Fauteuil met voetenbank Senza Fine (2010)
XXL spaghetti bowl (2004)
Fauteuil met voetenbank Senza Fine (2010) en XXL spaghetti bowl (2004)

Die voorliefde voor figuratie keert ook terug in Pesce’s productontwerpen. Een door hem ontworpen sofa kan de contouren hebben van een alpenlandschap bekleed met een print van besneeuwde bergtoppen en watervallen. Zijn stoelen en lampen kijken je vaak aan, een tafelblad kan gevormd zijn naar landsgrenzen, en zijn ringen, armbanden en vazen van harsknoedels in velerlei kleuren hebben iets van tropische onderwaterdieren.

Design, zegt Pesce, is een taal die over meer gaat dan wat voorwerpen comfortabel maakt. Functionaliteit noemt hij zelfs ondergeschikt aan de betekenis van ontwerpen. Het denken stimuleren, of een emotie bij de gebruiker veroorzaken, vindt hij veel belangrijker.

In de jaren zestig en zeventig publiceerde Pesce regelmatig theoretische geschriften over zijn vakgebieden. Ook gaf hij les aan universiteiten. Tussen design en kunst heeft hij nooit onderscheid gemaakt. Hij zegt niets te begrijpen van musea voor ‘kunst en design’. „Dat is wat mij betreft dubbelop. Je kunt op een stoel zitten, maar een stoel kan je ook aan het denken zetten.”

Zijn multidisciplinaire houding, zegt hij, stamt uit de renaissance, de tijd van Michelangelo en Leonardo da Vinci. Zij drukten hun ideeën ook uit in zowel architectuur, beeldhouwkunst, schilderkunst als poëzie. De vrijheid om de vorm te kiezen die bij zijn ideeën past, is hem veel waard. Een enkele keer werkt hij in opdracht – zoals de poëtische plastic flessen voor het Franse bronwatermerk Vittel met een blinddruk van de rots waaruit het water ontspringt. Maar meestal wacht hij niet af of de telefoon gaat en is hij zijn eigen opdrachtgever.

Veel vooraanstaande productontwerpers zijn opgeleid als architect. Waarom is dat zo’n goede basis?

„Architectuur omvat alles. Een muur is als een schilderij, een goed ontworpen ruimte is als een sculptuur. Architectuur en interieur zijn nauw verbonden. Dat verklaart denk ik waarom architecten vaak zulke goede meubel- en lichtontwerpers zijn.

„Ik had het geluk als student bevriend te raken met Cesare Cassina. Hij was de oprichter van de meubelfabriek die het lef had om de Up Chairs en andere ontwerpen van mij te produceren. Wij waren verwante zielen.”

Al snel leken uw ontwerpen niet meer op die van collega’s. Waarom niet?

„Ik heb altijd gevonden dat je als ontwerper oog moet hebben voor de toekomst. De meeste ontwerpers kan de toekomst niks schelen. Ze herhalen, herhalen en herhalen bestaande ontwerpen uit de tijd van hun opleiding. Kijk naar wat de grote Italiaanse designlabels nu op de markt brengen: de laatste keer dat ik een bezoek bracht aan de Salone leek het alsof de tijd had stilgestaan. Ik zag nieuwe meubels die op oude meubels leken. Mijn vak gaat over vooruitgang. Als productontwerper moet je dus voortdurend onderzoeken en experimenteren. Alleen dan ontdek je nieuwe dingen en wordt het mogelijk interessant.”

Wat zijn de belangrijke kenmerken voor een goed ontwerp?

„In een vaas moet je bloemen kunnen zetten, op een stoel moet je kunnen zitten. Maar naast die praktische vereisten kun je als ontwerper ook filosofische, religieuze of politieke ideeën overbrengen. Als dat lukt wordt design een vorm van kunst.

Je kunt op een stoel zitten, maar hij kan je ook aan het denken zetten

„Bedenk één ding: in de oude tijd was kunst altijd praktisch. Toen er nog geen fotocamera’s bestonden, gingen mensen naar een portretschilder. Ze vroegen niet om kunst, maar om een portret. Dat vervulde een zeer praktische functie. Een ander voorbeeld waar ik van hou is Michelangelo’s plafondschildering in de Sixtijnse Kapel. Hij schilderde het laatste oordeel, waar je de hel ziet met de vlammen en mensen die branden. Ook dat was praktisch: een waarschuwing voor gelovigen. Als ze de regels van de kerk niet volgden, zouden ze naar de hel gaan.”

U bent actief op vele terreinen. Is uw aanpak bij het ontwerpen van een gebouw anders dan bij een sieraad?

„Nee, mijn aanpak is altijd eender. Claudio Larcher en Valentina Dalla Costa publiceerden vorig jaar het boek Designing A Spoon To Change The City. Aan de hand van gesprekken met acht ontwerpers legden ze uit dat je met het ontwerp van een lepel de wereld kunt veranderen. Daar ben ik het mee eens. Er bestaat geen wezenlijk verschil tussen het ontwerpen van een vaas of een flatgebouw. Alleen de schaalgrootte is anders.”

U werkt voor uw productontwerpen veel met gietvormen en hars. Hoe heeft u die techniek ontwikkeld?

„Toen ik van de academie kwam wist ik niks van hedendaagse materialen. Toen heb ik brieven geschreven naar industriële bedrijven met de vraag of ik ze mocht bezoeken om nieuwe materialen en technieken te onderzoeken. Zo ontdekte ik harsen, polyurethaan en elastomeren. Fantastische materialen waarmee ik als productontwerper ben gaan experimenteren. Dat ging af en toe mis, waardoor ik soms weer onverwachte nieuwe mogelijkheden ontdekte.

Er bestaat geen wezenlijk verschil tussen het ontwerpen van een vaas of een flatgebouw

„De meeste ontwerpers gebruiken vooral oude materialen: hout en metalen. Dat vind ik ouderwets. Creatieven moeten gebruikmaken van nieuwe, eigentijdse materialen en technieken. Als ik wil reizen, ga ik niet op een paard zitten maar neem ik het vliegtuig. Hout als materiaal voor een stoel is als een paard. Als je als ontwerper oprecht wil zijn, gebruik je nieuwe materialen.”

Door uw giettechnieken, waarbij veel aan het toeval en de individuele maker wordt overgelaten, zijn niet twee van uw stoelen identiek. U viert de imperfectie. Waarom?

„Perfectie is onmenselijk. Als God zou bestaan, zou hij perfecte producten maken. Maar de menselijke geest, de menselijk hand maakt altijd fouten. Die fouten horen bij ons. Ik maak voorwerpen die bij ons mensen passen. Over schoonheid maak ik me geen zorgen. Schoonheid is de expressie van een persoon die niet perfect is. De malfatto, het object met gebreken, is mijn schoonheidsideaal.”

„Ik nam eens een taxi in Manhattan om naar mijn werkplaats te gaan. De taxichauffeur klaagde dat hij zijn baan zat was. Altijd dat verkeer. Ik zei: ‘Waarom kom je niet voor mij werken?’ Wat doe je dan, vroeg hij? Ik zei: ‘Ik maak voorwerpen.’ Maar dat kan ik helemaal niet, zei de chauffeur. Ik zei: ‘Dat kan je wel. Je kunt altijd wat je kan.’ Hij is tien jaar bij me gebleven, heeft geholpen om vazen en stoelen te maken. Iedereen kan dat: niet perfect, maar iedereen kan creatief zijn. Sommigen missen alleen de moed om expressief te zijn. Ja, die chauffeur maakte heel acceptabele vazen. Haha.”

Fauteuil I Feltri (1986)
Espresso-machine Vesuvio voor Zani&Zani (1988-1989)
Fauteuil I Feltri (1986) en Espresso-machine Vesuvio voor Zani&Zani (1988-1989)

U heeft eerder in Londen, Helsinki en Parijs gewoond. Waarom woont u sinds 1980 in New York?

„New Yorkers hadden al vroeg aandacht voor mijn werk. Op mijn dertigste, toen ik nog Parijzenaar was, had ik al mijn eerste tentoonstelling hier in het Museum of Modern Art. New York is het centrum van de wereld. Het is een stad met zoveel minderheden, zoveel energie en vitaliteit, alles is hier. Het is niet moeilijk om van deze stad te houden.”

Waarom spreekt uw werk Amerikanen aan?

„Amerikanen houden van innovatie. Daarbij vergeleken is Europa conservatief. De nieuwe Parijse schilderkunst van rond 1900 werd hier ook direct opgepikt. Bijna elke dag krijg ik nieuwsgierige Amerikanen op bezoek in de studio.”

U mist uw vaderland niet?

„Ach, vóór corona was ik bijna maandelijks in Italië. Ik werk veel samen met Italiaanse bedrijven. Iemand van de luchtvaartmaatschappij waarmee ik meestal vlieg, vertelde me laatst dat ik 650 keer de Atlantische Oceaan met ze had overgestoken.”

Uw meubels met hun gezichten en uw koddige vazen roepen vaak een glimlach op. Is humor een onderschatte kwaliteit in kunst en design?

„In ons leven zijn zulke serieuze problemen. Als objecten een lach kunnen ontlokken is dat een manier om mensen te helpen. Voor mij is dat een zeer belangrijk kwaliteit.”

Waar bent u nu mee bezig?

„Met de voorbereiding van mijn rondreizende tentoonstelling in China. Het is ingewikkeld: de lokale overheden willen zoveel van me weten. Bijvoorbeeld wat ieder product betekent. Ze hebben vermoedelijk de ophef over Donna gelezen en ze weten dat ik een bedoeling met mijn ontwerpen heb. Kennelijk willen ze niet voor verrassingen komen te staan.

„We zijn in de studio ook bezig met een nieuw materiaal, een soort pvc dat zowel transparant als elastisch is. Daarmee proberen we lampen te maken. Ik ben elke dag bezig en geniet nog zo van wat ik doe. Herhaling, routine is heel negatief. Dat probeer ik te voorkomen. En elke dag met iets nieuws bezig zijn helpt om mijn geest fris te houden.”

Hoe zou u graag herinnerd worden?

„Misschien ben ik straks snel vergeten, misschien niet. Hoe ik herinnerd word, daar heb ik geen invloed op. Daar denk ik dus niet over na. Ik hoop nog vijf, zes goede jaren voor me te hebben. Dat zou me heel tevreden stemmen.”