Annelien Bredenoord: „Lang niet alle wetenschappers ambiëren het rectoraat. Die willen gewoon lekker onderzoek doen.”

Foto Roger Cremers

Interview

Nieuwe rector magnificus Erasmus Universiteit: ‘Ik heb een hekel aan de termen hoger en lager opgeleid’

Annelien Bredenoord, rector magnificus Erasmus Universiteit Ze is de eerste vrouwelijke rector van de Erasmus Universiteit en met 42 jaar een van de jongsten ooit. Deze vrijdag begint ze in haar nieuwe functie. „We hebben hier één docent op dertig studenten, waar dat in Oxford en Cambridge één op drie is.”

Een partij verhuisdozen is net afgeleverd, in het krappe halletje van haar eengezinswoning in Utrecht. Bestemming, uiteindelijk: Rotterdam. Vrijdag 1 oktober begint Annelien Bredenoord officieel als nieuwe rector magnificus van de Erasmus Universiteit, eind dit jaar verhuist ze met haar vrouw en driejarige zoon naar Katendrecht. Nieuwe baan, nieuwe universiteit, nieuwe stad. „Af en toe spannende dingen doen houdt mij scherp en wakker”, zei ze begin september, bij de opening van het academisch jaar.

Ze is de eerste vrouwelijke rector op de Erasmus Universiteit en met 42 jaar een van de jongsten ooit. Bredenoord is medisch ethicus (leerstoel ethiek van biomedische innovatie) en was hoofd van de afdeling Medical Humanities aan het UMC Utrecht. Ze is breed georiënteerd, was toezichthouder en bestuurder, onder meer in de cultuursector. Ze is D66-senator en fractievoorzitter van de Eerste Kamer – ze was invloedrijk adviseur van de vorige partijleider, Alexander Pechtold, die ze al sinds haar studietijd kent.

Als rector wordt ze verantwoordelijk voor het volledige inhoudelijke academische programma van de EUR (3.500 werknemers, 33.000 studenten): van hoogleraren, opleidingen tot wetenschappelijk onderzoek. „Dit vind ik heel interessant”, dacht ze meteen, toen ze dit voorjaar werd benaderd door een headhunter. „Het is een heel belangrijk moment om in te stappen”, zegt ze thuis in Utrecht, een week voor de rectoraatsoverdracht.

Is het rectoraat voor u de heilige graal in de wetenschappelijke wereld?

„Lang niet alle wetenschappers ambiëren dit. Die willen gewoon lekker onderzoek doen, en zijn daar waanzinnig goed in. Die moeten niet denken aan de bestuurlijke taken. Ik moet zorgen dat die wetenschappers precies dat kunnen doen waar ze goed in zijn: lesgeven, onderzoeken, maatschappelijke vertaling.”

Uw voorganger Rutger Engels maakte zijn eerste termijn niet af, hij stopte om zich als hoogleraar weer te richten op onderzoek. Bent u uiteindelijk ook niet liever vakinhoudelijk bezig?

„Daar ben ik niet bang voor. Mijn loopbaan is niet helemaal typisch voor een wetenschapper. De meesten doen een studie, promoveren, worden hoogleraar, het mooiste wat ze kunnen doen. Maar voor mij is dat in the end niet het meest bevredigende. Toen ik promoveerde werd ik ook politiek actief. Ik ben niet alleen een specialist, ik heb ook neigingen van de generalist. Ik wil niet alleen maar over gezondheidszorg, technologie of ethiek nadenken. Als fractievoorzitter moet ik ook wat vinden van stikstofproblematiek of het migratievraagstuk.”

Waarom vindt u het juist nú een geschikt moment als rector te beginnen?

„Eindelijk is het moment gekomen dat iedereen inziet dat je ook op andere manieren een extreem belangrijke rol te spelen hebt als universiteit. Anders dan we altijd deden, met een focus op hoge impact van publicaties en zoveel mogelijk beurzen binnenhalen. Als je je alleen maar richt op het beoordelen van wetenschappers die onderzoeken, dan is onderwijs het laatste wat ze even tussendoor doen. Terwijl het andersom zou moeten zijn.”

Vorig jaar schreven de Nederlandse universiteiten en kennisinstellingen al een paper waarin zij een nieuw systeem aandragen voor het ‘erkennen en waarderen’ van wetenschappelijk personeel. Niet alleen het aantal publicaties of de H-index (de citatiescore, de maat voor wetenschappelijk succes) zijn belangrijk, er moet méér waardering komen voor lesgeven, leiderschapstaken of het doen van ‘impact-gedreven’ onderzoek.

Zo moeten diversere carrièrepaden mogelijk worden?

„Ja. Je kunt wel publiceren in Science of Nature, dat vind ik nog steeds bijzonder knap. Maar een andere onderzoeker die bijvoorbeeld een belangrijke database aanlegt, kan zich moeilijker profileren, terwijl dat cruciaal kan zijn voor andere wetenschappers. Moet dan degene die in Science publiceert eerder hoogleraar worden? Dat is hoe het tot nu toe ging. Maar we hebben iedereen nodig, om samen te zorgen voor die kennisproductie.”

Lees ook dit profiel uit 2017 over Bredenoord: Als D66-senator heeft ze veel invloed in haar partij op medisch-ethisch vlak

Wat is de belangrijkste opdracht die u heeft meegekregen?

„Het is meer andersom gegaan. Ik werd uitgenodigd om te solliciteren en heb aangegeven wat ik belangrijk vond: de impact-agenda verder ontwikkelen, de interdisciplinaire samenwerking tussen vakgebieden aanmoedigen, zorgen voor sociale veiligheid en het systeem van erkennen en waarderen verder uitwerken. Daaronder valt ook diversiteit en inclusie. Daarin heeft de universiteit best een sprong gemaakt: in 2017 was 15 procent van de hoogleraren vrouw, nu 25 procent. Een fantastische groei, maar nog niet genoeg. Dat geldt ook voor hoogleraren met een andere culturele achtergrond.”

Hoe verklaart u dat u pas de eerste vrouwelijke rector bent aan het Erasmus?

„Je ziet nu een eerste lichting vrouwelijke rectoren doorkomen – in Maastricht, Amsterdam, Groningen, Leiden, Rotterdam. Dat is natuurlijk ontzettend laat. Dat is precies waarom er positieve discriminatie en aandacht moet zijn voor vrouwen in topposities. Anders gebeurt het niet. Dat ligt ook bij vrouwen zelf, de maatschappelijke normen en de parttime cultuur die we kennen. De VS zijn hier op ingericht, Frankrijk ook, wij niet. Dan is de volgende vraag: ben je uitgekozen omdat je een vrouw bent? Denk ik niet, maar ik denk wel dat het mooi meegenomen was.”

Aan studentes gaf u bij de opening van het academisch jaar het advies: „Als je in een positie komt dat je denkt: ik sta stil, ik ontwikkel mij eigenlijk niet meer, dan is het tijd om door te gaan.”

„Ik heb dit van Sheryl Sandberg, chief operating officer bij Facebook, uit het boek Lean In. Zij beschrijft heel mooi hoe zij er gaandeweg in haar loopbaan achter kwam dat zij gelukkig werd van keuzes waarbij ze nog veel nieuwe dingen kon ontwikkelen. Ze koos ook een paar keer om bij een scale-up [bedrijf op zoek naar groei] te gaan werken, in plaats van bij een groot bedrijf in een afgekaderde functie. Bij die scale-up waren de ontwikkelmogelijkheden.”

„Dat was ook waar ik naar zocht. Ik merk dat ik scherper word als er aan mij wordt getrokken. Dat ik nog niet weet hoe ik iets moet aanpakken, dat ik het eerst moet uittekenen. Dan komt er soms ook adrenaline vrij.”

Bredenoord: „Ik merk dat ik scherper word als er aan mij wordt getrokken.”

U had het zojuist over sociale veiligheid. Vorig jaar is op de Erasmus Universiteit een decaan teruggetreden, na klachten van twee vrouwen. Hoe kunt u invulling geven aan dat sociale klimaat?

„Dat de afgelopen jaren via de media regelmatig naar buiten is gekomen dat er bij universiteiten sprake is geweest van intimidatie, is in die zin goed nieuws: het wordt niet meer geaccepteerd. Dit gebeurde vijftig jaar geleden ook, maar we pikken het niet meer. De kracht voor mij als rector zit in de representatie, het benoemen, dat ik het onaanvaardbaar vind. Ik hoop dat studenten en medewerkers zich dusdanig vrij voelen om bij mij aan te kloppen, zodat het kan worden uitgezocht.”

Hoe ziet u de rol van de Erasmus Universiteit in de stad?

„Interessant aan de EUR-studenten vind ik dat zowel de zoons en dochters van de grootindustriëlen hier komen, als ook de eerste generatie studenten uit gezinnen waar niet gestudeerd is en waar thuis misschien ook amper Nederlands gepraat wordt. Die zitten daar samen in de bankjes. Je wil dat die werelden elkaar ontmoeten, begrip voor elkaar hebben, van elkaar leren.”

Vorige week trokken de drie grote onderwijsinstellingen in de stad – de EUR, Hogeschool Rotterdam en InHolland – aan de bel over het „nijpende probleem” rond studentenhuisvesting. Zij stuurden de gemeente een brief waarin ze vragen haast te maken met oplossingen.

Zitten er grenzen aan de groei van het aantal studenten?

„Die groei was een van de Europese doelstellingen, dat je naar een beroepsbevolking gaat waarvan 40 tot 50 procent hoogopgeleid is. Ik heb een hekel aan de termen hoger en lager opgeleid en spreek liever over theoretisch en praktisch. Vakmensen zijn net zo hard nodig, het is bijna onmogelijk om nog een goede loodgieter te vinden. Ik denk dat het op macroniveau goed is om ook daar naar te kijken. Op een gegeven moment is de rek uit de groei.”

Moet de komst van buitenlandse studenten begrensd worden?

„Mijn basishouding is dat internationale studenten in principe van harte welkom zijn. Nederland is internationaal een soort stadsstaat, we moeten onze blik op de wereld richten. Als land alleen zijn we kwetsbaar. Een van de belangrijkste Erasmiaanse waarden is wereldburgerschap. Dat vertolk ik volledig.”

Cruciaal is volgens haar dat de financiering van het wetenschappelijk onderwijs achter is gebleven bij de groei van het aantal studenten. Ze wijst op een recent onderzoek van adviesbureau PwC in opdracht van de minister van Onderwijs waarin wordt geconcludeerd dat het wo ongeveer 1,1 miljard euro tekort komt voor onderwijs en onderzoek – waarvan 400 miljoen structureel.

Bedreigt dit onze kenniseconomie?

„Ja, zeker. Er is bijna geen eerste geldstroom meer. Iedereen is enorm bezig die beurzen binnen te halen. Tegelijkertijd hebben we één docent op dertig studenten, waar dat in Oxford en Cambridge ongeveer één op drie is. Ik denk niet dat in Oxford en Cambridge veel slimmere mensen werken, maar er is wel veel meer toegewijde tijd.”

„Al jaar in, jaar uit blijkt uit evaluaties dat wij ondanks de enorme werkdruk en onderfinanciering, verrassend goed scoren met ons wetenschappelijk onderzoek, door ons innovatievermogen. Maar op een gegeven moment is de rek daaruit.”