FIRE-aanhangers dromen van vrijheid, maar leggen zichzelf beperkingen op

 Zap Het PowNed-programma 30 en nooit meer werken portretteerde aanhangers van de FIRE-beweging, die financieel onafhankelijk en jong gepensioneerd willen zijn. Maar dat streven blijkt moeilijker dan gedacht.

Tamar (34) met kameel Einstein in ‘30 en nooit meer werken’.
Tamar (34) met kameel Einstein in ‘30 en nooit meer werken’. Beeld PowNed

Het PowNed-programma 30 en nooit meer werken bevatte precies nul mensen die dertig waren en niet meer werkten. Daardoor vreesde ik toch even een millennial in de zak gekocht te hebben. „Niet werken voor je geld, maar je geld laten werken voor jou”, was het motto, maar dat gold eigenlijk voor niemand.

Van de acht geportretteerden was alleen de 33-jarige vastgoedondernemer Myrthe al binnen, maar zij had nog bijzonder veel schik in haar werk. Haar verhaal leek eerder een klassiek gevalletje krantenmeisje-miljonair. Op haar elfde stond ze in de rij voor de voedselbank en besloot ze dat haar onafhankelijkheid haar hoogste goed zou zijn.

De acht geïnterviewden werden geschaard onder de FIRE-beweging, wat staat voor Financial Independence, Retire Early. Dat bleek een huis met vele kamers. Zo was er de 26-jarige cryptokoning Meyad die al op zijn 22ste een peperdure auto kocht. „Het was leuk om die af te kunnen strepen”, maar het bleek al snel dat hij helemaal niet gelukkig werd van dat ding. Nu leeft hij in een kaal appartement en geeft hij beleggingsadvies.

Met ‘pensioen’

Bij hem uitte FIRE zich in verlangen naar geld, bij de 34-jarige Tamar juist in het tegengestelde. Zij werd geïntroduceerd als zijnde ‘met pensioen’, maar dat bleek een zeer rekbaar begrip. Ze had een goede baan opgezegd en trok met haar kameel Einstein en een slaapzak door Nederland. Een kussen of handdoek vond ze de moeite niet. Ze reisde veel. Soms verdiende ze wat geld met een lezing of een rondleiding in de natuur. Vaak sliep ze in de open lucht, soms bij mensen thuis.

Ze genoot van „de vrijheid om elke dag te beslissen wat ik doe”. Tot op zekere hoogte dan, want aan het eind van de reportage vloeiden er toch tranen: ze moest Einstein verkopen om een ticket naar IJsland te kunnen kopen. Zo bleken de mensen uiteen te vallen in FI (degenen die druk bezig waren om zo jong mogelijk financieel onafhankelijk te worden) en de RE, degenen die besloten van zeer weinig geld te gaan leven.

En dan was er Tim, een HBO-docent bij wie zijn FIRE-overtuigingen ertoe leidden dat hij in de kou zat. Hij deed zijn kachel niet aan, liet de lichten uit en legde uit dat je theezakjes heel goed tweemaal kunt gebruiken (maar koffiepads niet). Hij struinde supermarkten af naar de goedkoopste aanbiedingen – gedrag dat voor honderdduizenden Nederlanders trouwens niet valt onder het hippe „verlaten van gebaande paden” maar onder bittere noodzaak.

Geldzoekers en asceten

Bij Tim leek de extreme zuinigheid een doel in zichzelf geworden. Aan het eind van de uitzending legde hij uit dat als hij kon blijven sparen zoals hij nu deed, hij op zijn 49ste kon stoppen met werken. Hij zou dan van 2000 euro per maand verder leven. Dat leek me eerlijk gezegd Financial Independence noch Retire Early.

In de loop van de uitzending leek het FIRE-vuur steeds meer te doven. Een financieel deskundige noemde FIRE „een hippe versie van krentenkakken”. Wat alle acht geïnterviewden wel gemeen hadden, was dat ze steeds weer herhaalden dat het hen om vrijheid te doen was. Eigenlijk zag ik vooral acht individualisten die zichzelf grote beperkingen oplegden. De geldzoekers hoopten op de vrijheid die ergens op hen wachtte, voor de asceten werd hun vrijheid ernstig beperkt doordat niets geld mocht kosten.

Je zou deze jonge mensen willen toefluisteren dat de vrijheid niet te vinden is in je omgang met geld, maar in het zoeken naar wat (en wie) van waarde is in deze wereld. Maar ja, wie neemt dat aan van een kerel die op zijn vijftigste nog steeds stukjes in de krant moet tikken?