Opinie

Europa moet ook economisch kunnen afschrikken

Internationale betrekkingen Europa moet zich verdedigen tegen economische dwang, maar wel open blijven staan voor de wereld, schrijven en . Nederland is onmisbaar voor het juiste evenwicht.

Litouwen heeft onlangs ervaren wat er gebeurt als je de woede van China wekt – net als Nederland vorig jaar. Toen Litouwen in augustus bekendmaakte dat Taiwan er een vertegenwoordiging zou openen, verzuurden de relaties met Beijing. Dat was te verwachten. Beijing houdt niet van nauwere banden met Taiwan, dat het als deel van China beschouwt. Maar de leiders in China lieten het hier niet bij. Ze legden Litouwen ook economische straffen op, van de stopzetting van het goederenvervoer per spoor tot de beperking van de Litouwse export naar de Chinese markt.

Het doet allemaal denken aan de Chinese dreigementen tegen Nederland in vrijwel dezelfde situatie in april 2020. Den Haag overwoog toen een naamsverandering van zijn vertegenwoordiging in Taiwan en kreeg – kort na het begin van de coronapandemie – meteen te maken met vinnige Chinese dreigementen om de toegang tot essentiële Chinese medische hulpmiddelen af te sluiten.

En dit is nog niet alles: in maart reageerde China buitensporig op vier mensenrechtensancties van de Europese Unie tegen lokale Chinese functionarissen. Al een paar dagen later verdwenen Europese bedrijven als H&M en Adidas opeens van e-commerceplatforms en kregen te maken met ‘klantenboycots’, een steeds gangbaarder Chinese sanctietactiek. Daarna zei president Xi Jinping volgens de Chinese weergave van een telefoongesprek tegen bondskanselier Angela Merkel dat hij verwachtte dat de Europeanen „onafhankelijk van de VS tot een juist oordeel zouden komen”. De Chinese ambassadeur in Berlijn heeft al eens gedreigd met een heffing op de Duitse auto-export, als Duitsland Huawei zou uitsluiten van de aanleg van zijn 5G-netwerk (wat ook niet gebeurde).

Economische chantage

Uit de jongste Chinese straffen tegen Litouwen en de verregaande dreigementen tegen Nederland en Duitsland blijkt dat we in een heel andere wereld zijn beland dan de gemakkelijke en open mondialisering waar ons economisch succes op stoelt. De mondialisering is aan het veranderen. Tal van landen combineren bewust en actief staatsoptreden, geopolitiek en economie. Ze gebruiken economische middelen voor geopolitieke macht en geopolitiek voor economisch gewin. De systemische rivaal China schroomt niet om met economische chantage zijn politieke doelen te bevorderen en het Europees beleid te veranderen. De recente dreigementen zijn simpelweg onderdeel van een reeks waarschuwingen aan de Europeanen.

Maar het probleem gaat veel verder dan China. Rusland gebruikt soortgelijke tactieken en dreigde laatst met een verbod op de Tsjechische bierimport toen de regering in Praag de Russische geheime dienst in verband bracht met de ontploffing van de Tsjechische munitiedepots in 2014. En sinds de regering-Trump strafheffingen en verregaande financiële sancties tegen de Europeanen inzette, weten we dat zelfs de beste vriend van Europa economische dwang tegen de EU kan gebruiken.

Lees ook dit opinie-artikel: EU, zet economische macht in om conflict VS-China te tomen

Niet alles verandert, maar vooral handelslanden als Nederland en Duitsland zijn kwetsbaar en moeten zich aanpassen. Europa moet sterk zijn, om te vermijden dat het zijn beleid moet wijzigen of anders economische neergang en banenverlies moet accepteren. Het zal voor heel Europa essentieel zijn hoe de Nederlandse regering een evenwicht zal vinden tussen een betere verdediging van Europa tegen economische dwang en een blijvend pleidooi voor gereguleerde handel met een open Europese handelsagenda.

Ons instituut, de European Council on Foreign Relations (ECFR), heeft een raadpleging onder hooggeplaatste Nederlanders in de publieke en private sector gehouden. We gingen na hoe de deelnemers met deze uiteenlopende achtergronden gezamenlijk de kansen en uitdagingen voor Europa zagen en formuleerden op grond hiervan onze eigen ideeën over het antwoord dat de EU en de Nederlandse regering op de uitdaging zouden moeten geven.

‘Anti-dwanginstrument’

De belangrijkste Europese verdediging tegen economische dwang moet de opbouw van economische kracht zijn. Het industriebeleid mag niet uitmonden in steun aan die sectoren die politiek het gevoeligst zijn of wier lobby het meest doeltreffend is. Maar de publieke sector moet waar nodig wel strategisch ingrijpen – met name bij de ontwikkeling van kritieke infrastructuur, de gerichte ondersteuning aan onderzoek en ontwikkeling en innovatieve ecosystemen, en aan de vormgeving van veelbelovende markten in plaats van deze alleen op ad-hocbasis te repareren. Er zou kunnen worden bepaald in welke sectoren de Europeanen nu al voorop lopen om deze voorsprong te verstevigen, of waarin ze met het juiste beleid per sector wereldleider zouden kunnen worden. Ook moet gerichte aandacht uitgaan naar de voltooiing van de interne markt.

Er kleven grote risico’s aan de bevordering van protectionisme

Daarnaast kan Nederland ter vergroting van de weerbaarheid steun verlenen aan de oprichting van een nieuw EU Resilience Office, hoogstwaarschijnlijk binnen de Europese Commissie. Het Resilience Office zou vooral meer duidelijkheid geven over de informele methoden waarmee derde landen Europese bedrijven onder druk zetten en waarborgen dat Brussel veel strategischer met economisch staatsmanschap omgaat. Het zou deskundigen uit verschillende vakgebieden kunnen aantrekken, bij twijfel richtlijnen kunnen uitvaardigen over de Europese visie op bepaalde maatregelen en als centrale Europese gesprekspartner kunnen dienen tegenover buitenlandse instanties die verantwoordelijk zijn voor dwangmaatregelen.

Lees ook: In deze rauwe geopolitieke wereld moet Europa laten zien dat liberale democratieën superieur zijn

Maar de EU heeft misschien nog wel meer manieren nodig om zich in een bepaalde dwangsituatie te verdedigen – en allereerst ook al om dwang af te schrikken. De Europese Commissie werkt op het ogenblik aan een ‘anti-dwanginstrument’. Met instemming van een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten zouden de Europeanen dan wederzijdse economische tegenmaatregelen mogen nemen als bijvoorbeeld China de Europeanen op grote schaal voor bepaald beleid zou straffen.

Het geostrategische belang voor Nederland is duidelijk: een meer geopolitieke EU, een EU met meer slagkracht, maakt haar veerkrachtiger. Maar tegelijkertijd kleven er grote risico’s aan de bevordering van protectionisme en de ondergraving van open handel via zo’n instrument wanneer dit slecht opgezet zou zijn.

Nederland kan helpen om het juiste evenwicht tussen verdediging en openheid te vinden. Het nieuwe kabinet kan een perspectief bieden dat liberaal maar ook strategisch is, en behoedzaam maar niet naïef. Daar zou ook de rest van Europa bij gebaat zijn.