Foto Ossip van Duivenbode

Binnenkijken in het nieuwe depot van Boijmans

Fotoserie In november opent het nieuwe depot van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, het eerste depot ter wereld dat voor publiek toegankelijk is.

Net als distributiecentra hebben de depots van kunstmusea de neiging om platte, rechthoekige, dozen met nauwelijks of geen ramen op een bedrijventerrein te worden. Dit is nu eenmaal de eenvoudigste en doelmatigste vorm voor een opslagplaats waar voortdurend dingen in- en uitgaan. Maar het nieuwe depot van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, dat op 6 november opengaat, is in bijna alles het tegendeel van zo’n ruimteverslindende platte doos en heeft de vorm van een omgekeerde koepel: rond, bol en hoog. De enige overeenkomst met het kunstdepot zoals we dat kennen is dat het Boijmans-depot geheel dichte gevels heeft, hoewel het meer – onzichtbare – ramen dan gebruikelijk heeft.

De afwijkende vorm van het depot heeft verschillende redenen. De eerste is even praktisch als dwingend: het kavel in het Museumpark waarop het depot is gebouwd, is klein en liet geen platte doos toe. Bovendien moest het depot van het voor een jaar of tien gesloten Boijmans meer worden dan een simpele opslagplaats van 151.000 kunstwerken. Het is het eerste depot ter wereld dat voor publiek toegankelijk is en ook een museum is. De verwachte 200.000 bezoekers per jaar kunnen niet alleen een deel van de collectie in het depot zien, maar ook een kijkje achter de schermen nemen in bijvoorbeeld het restauratie-atelier.

Als publieksgebouw met een museumfunctie kon het nieuwe depot natuurlijk niet de zoveelste simpele anonieme toren worden, zoals er al zo veel staan in Rotterdam. Het moest een ‘icoon’ worden dat het kan opnemen tegen de gebouwen in de directe omgeving: de door Rem Koolhaas ontworpen Kunsthal (1992), Het Nieuwe Instituut van Jo Coenen (1993), het Natuurhistorisch Museum in de neoclassicistische Villa Dijkzigt (1852) en het traditionalistische Museum Boijmans Van Beuningen van Ad van der Steur (1935).

Het is het eerste depot ter wereld dat voor publiek toegankelijk is en ook een museum is.

Hierin is het depot zonder meer geslaagd. Met zijn uniforme bekleding van 1.664 dubbelzijdig gebogen spiegelende panelen is het door MVRDV ontworpen gebouw hét baken van het Museumpark geworden. Al van verre is de omgekeerde koepel zichtbaar. Van dichtbij blijkt de Bloempot, zoals het depot in Rotterdam wordt genoemd, een soort panopticum van de stad Rotterdam te zijn. Een wandeling rondom levert een compleet overzicht van de omringende stad op. Nergens anders is de skyline waar Rotterdam zo trots op is, zo goed te zien als in deze gevels.

Ook het interieur is een spektakel. Het hart van het gebouw is een rechthoekig atrium met bovenlicht. In de hoge ruimte schieten trappen in verschillende richtingen omhoog en verbinden zes etages met elkaar. Op elk van de etages bevinden zich publieksruimtes, waaronder galeries en een filmruimte, die voorportalen vormen tot de depotruimtes. De vijfde verdieping is voor bijna de helft bestemd voor de activiteiten van Stichting de Verre Bergen, een filantropische organisatie die het Boijmans-depot mede financierde. Op het dak, op een hoogte van 35 meter, biedt een paviljoen onderdak aan onder meer een restaurant. Rondom het kruis staan 75 volwassen berken en twintig dennen die de eerste tijd op het winderige dak van het depot goed hebben doorstaan.

In het hart van het gebouw, in een rechthoekig atrium, verbindt het trappenhuis zes etages met elkaar. Foto Ossip van Duivenbode

Van links naar rechts: Maria Carlier, Het Carlier project. Portret van Donia met vrouw en kind (1970); Twee Chine de commande-wapenvazen met deksel van een anonieme maker (1740); Helena van der Kraan, Kind met schaar (1980); Duane Hanson, Seated Child (1974); Carolein Smit, Baby op schaap (2003); Rachel Harrison, Brownie (2005).

Foto Ossip van Duivenbode

Boom, onderdeel van het werk Tree & Bags (2008) van Atelier Van Lieshout; Chesterfield Car (2004) van Olaf Mooij

Foto Ossip van Duivenbode

In het midden het schilderij Grey, Orange on Maroon, No. 8 (1960) van Mark Rothko. Erboven hangt links Expo 58 (no. 565) (1958) van Luc Peire, rechts Meisje met haar in het water (1982) van Co Westerik.

Foto Ossip van Duivenbode

Verzameling christelijke sculpturen uit de late middeleeuwen in het depot organische en gecombineerde materialen

Foto Ossip van Duivenbode

Fotografie Ossip van Duivenbode.